Voorwoord.

Ik houd mijn spreekbeurt over de bakker omdat ik zelf ook brood en cakes bak ik heb ook verschillende broden en cakes meegenomen.

Naar de banketbakker als er iets gevierd moet worden.

Bij elk feest komt er wel iets van de banketbakker op tafel. Denk maar eens aan gebakjes, taarten of koekjes. Of aan specialiteiten zoals suikerwerk, chocolaatjes, bonbons en marsepeinfiguren. En dan zijn er nog de bijzondere traktaties, zoals een bruidstaart, of een abraham als iemand 50 is geworden. Veder kan de banketbakker ook consumptie-ijs en slaatjes maken. Als de werkzaamheden ‘s morgens beginnen, worden eerst de artikelen gemaakt die elke dag weer vers in voorraad moeten zijn. De banketbakker weet uit ervaring wat hij moet maken en hoeveel hij daarvan moet maken. Hij kent hun klanten en hun koopgewoonten. Daarnaast zijn er natuurlijk ook nog bestellingen die worden moet uitgevoerd. Het streven is rond tien uur de verste producten in de etalage te hebben. De rest van de dag besteed de banketbakker dan aan artikelen die langer houdbaar blijven zoals aan chocoladewerk en koekjes, en aan het maken van onderdelen voorgebak en taartwerk. De vrijdag en de zaterdag zijn meestal de drukste dagen. De drukste maand is natuurlijk december, met sinterklaas en kerstmis, met hun traditionele lekkernijen van de banketbakker

 

Doe wat een bakker doet

Weert je wat een echte bakker graag doet? Kijken hoe andere bakkers het doen. Je ziet ze vaak op vakwedstrijden, op beurzen, bedrijfsvergelijkingen en tentoonstellingen. Zelfs tijdens vakanties zal een bakker als hij de kans krijgt, nog bij een collega binnenlopen om zijn producten streng te keuren. En natuurlijk om te kijken of er iets word gebakken wat goed word verkocht. Bakkers weten dat er altijd wat valt te leren of te verbeteren. Als je denkt dat werken in een bakkerij iets voor jou is, moet je eigenlijk precies hetzelfde doen: toekijken en ervaren hoe het is om bakker te zijn. Neem een abonnement op een bakkerstijdschrift. Behalve recepten lees je verhalen over bakkers en hun bedrijven, over nieuwe ideeën, en je komt er achter of er een vakbeurs of tentoonstelling bij jou in de buurt is. Vraag bij een bakker of je mag helpen. En vertel waarom je dat vraagt.

Brood

Al het brood dat we tegenwoordig kennen is gerezen brood. Er is iets mee gebeurd waardoor het deeg luchtig wordt. We gebruiken daar gist voor. De oude Egyptenaren ontdekten dat zuurdesem het deeg of beslag liet rijzen. Zuurdesem is tarwedeeg dat is gaan gisten doordat het te lang op een niet te koud plekje bleef liggen. Bedorven deeg dus. Toen moet ook het kneden uitgevonden zijn. Kneden is nodig op de desem of het gist gelijkmatig door het deeg te verdelen. Door de werking van de gist ontstaat er gas en dat gas maakt belletjes in het deeg. Dat zijn de gaatjes die je in het brood ziet. Bij de uitbarsting van de Italiaanse vulkaan Vesuvius ruim 1900 jaar geleden werd de stad Pompeji bedolven onder lava en as. Bij de opgravingen zijn daar complete bakkerijen terug gevonden met de broden nog in de oven. Dat was gerezen brood. De Romeinen hadden het gebruik van zuurdesem van de Griekse bakkers geleerd. In onze streken kent men het gerezen brood al zolang als er bier gebrouwen wordt. Biergist werd namelijk voor de bakkerij gebruikt. De mensen bakten heel lang hun eigen brood in een oventje op het erf of in een gemeenschappelijk bakhuis. in de stad brachten ze vroeger hun zelf bereide deeg naar de bakkerij. Daar lieten ze het tegen aan betaling bakken. de bakkerij was dus een tijd lang net als bijvoorbeeld een wasserij een plaats waar werk voor anderen werd gedaan. De bakkerij als bedrijf ontstond pas toen er het eerst in de steden een zekere specialiste kwam.

Wie wordt er bakker?

Vaak word de zoon of dochter van een bakker zelf ook bakker. Als er in een gezin goed over het vak word gesproken en als blijkt dat het werk met plezier wordt gedaan dan zullen de kinderen eerder die richting kiezen. Er zijn natuurlijk ook heel veel bakkers die niet in een bakkersgezin zijn groot gebracht. Die zijn op een andere manier in het vak gekomen. Misschien wel omdat versgebakken brood zo heerlijk ruikt. Het is gemakkelijker op bakker te worden dan om bakker te zijn. De keuze om bakker te worden moet zoals dat ook geld voor andere beroepen weloverwogen worden gedaan. Je moet goed weten waar je aan begint. Steeds meer meisjes willen het bakkersvak leren. Ook rollen meisjes vaak in het bakkersvak als echtgenoten van een bakkersondernemer. Al doende leren zij winkel en voorraden te beheren etalages maken en sierverpakkingen vouwen. Tegenwoordig zijn er cursussen voor echtgenotes van bakkers.

Soorten brood

In elk land in elke streek vinden we anderen brood en bak producten. Met gist vermengd deeg kan in allen vormen gekneed en gevlochten. Het deeg kan wan verschillende graansoorten gemaakt zijn en van meel of bloem dat verschillende bijwerkingen heeft ondergaan. Vandaar dat er wit en zwart brood is met allerlei tinten bruin ertussen in. Brood is dus overal anders. Het ziet er anders uit en smaakt zelfs anders. Dat komt omdat smaken verschillen en eetgewoontes verschillen. Wij eten brood in sneetjes met boter en beleg erop. Of we eten het als broodjes met kaas of een hamburger. In andere landen neemt brood de plaats in van rijst of aardappelen en wordt het ook brokken bij de warme maaltijd gegeten. Daarom is dat brood ook anders gebakken. Bij salade en soep smaakt stokbrood heel anders dan een sneetje witbrood. Roggebrood is lekker bij erwtensoep of haring. En bij speciale gelegenheden horen ook speciale baksels. Vroeger bij het offeren later uit gewoonte bij geboorten en dood bij huwelijk en bij verjaardagen.

Bakken voor je brood

Een bakker moet zich elke dag weer opnieuw bewijzen. Zijn brood of banket moet vandaag even goed zijn als gisteren. Gaat het een paar keer fout dan gaan de klanten naar een andere bakker. Er worden hoge eisen aan het beroep van bakker gesteld. Lichamelijke eisen wand het vereist nogal wat lichamelijke inspanning. Van de bakker word ook verlangd dat hij of zij veel vak kennis heeft. Kan iedereen bakker worden

De zwaarste eis wordt gesteld aan je lichaam. Vrijwel al het werk wordt staande gedaan en je moet tegen stoffige stuifbloem omgeving kunnen. Nu is niet elke bakkerij nog steeds vol meelstof. De moderne bakker vindt het niet altijd nodig om met een zwierige zwaai de werktafel vol bloem te smijten. Er bestaan nu ook bloemstrooiers waardoor in het geheel geen stof meer opdwarrelt. Veel staan betekent dat je geen klachten moet hebben in voeten benen of rug. Mogelijkheden voor lichamelijk gehandicapten zijn er nauwelijks in de bakkerij.

Wat is een banketbakkerij

Om te weten wat een banketbakkerij is is het niet voldoende om even in de etalage te kijken. Er is vrijwel geen een banketbakker die alles maakt wat eigenlijk tot de productie van een banketbakker kan behoren. Alles wat naast brood ooit als lekkernij is ontwikkeld hoort eigenlijk nog steeds in de etalage thuis. En dan praat je over een groot aantal verschillende producten. Om te weten wat er allemaal tot het werkterrein van een echte banketbakker behoort moet je kijken waar de producten vandaan komen. In Arabische landen ontstond een specialisme dat we de suikerbakker kunnen noemen. De mensen hielden en houden daar van zoete hapjes. Een artikel wat wij daarvandaan kennen is marsepein. In de oudste boeken is er gesproken van koeken. Daarmee werd fijner bakwerk bedoeld waaraan smakelijke grondstoffen zoals honing noten kaas of gedroogde vruchten werden toegevoegd. Duidelijk niet iets wat je elke dag eet. In Griekse toneelstukken van ver voor het begin van onze jaartelling wordt al gebak taarten en pasteien genoemd. De kennis van al deze lekkernijen werd waarschijnlijk door de reizigers meegebracht van hen reizen. Na de ontdekkingsrijzen leerde europa nieuwe voedings en genotmiddelen kennen. Tabak cacao koffie en rietsuiker om er maar een paar te noemen. Ook in de keuken leerden men een grotere verschillen aan gerechten maken. Dat kwam door de aanvoer van buitenlandse spijzen. Daaronder waren bijvoorbeeld een soort koeken met vleesvulling. Gewoon bakken kon in de keuken niet. Er was geen oven. Wel bakten men pastijen. Een pan werd dan bekleed met brooddeeg. Daarop kwam een vulling van gekruid vlees. Die werd afgedekt met een lap deeg. Op die pan legde men een deksel met gloeiend hete houtskool erop. Uit zulke baksels zijn uitijdelijk taarten gekomen. Tot het einde van de Middeleeuwen was pastei namelijk de taart. Nog niet zo lang geleden hebben we opnieuw kennisgemaakt met de pastij namelijk de quiche. In Engeland werd de pastij nooit vergeten. Daar bestaat paiz in vele smaken. Ze worden gevuld met zoetig heden of met hartige vleesmengsels ongeveer zoals men dat eeuwen geleden al deed. Langzamerhand ontstond er een groot aantal gebakssoorten die egt als lekkernij waren bedoeld. Als traktaties bij speciale gelegenheden of als snoeperij voor hen die dat konden betalen. Er kwamen veel nieuwe bakproducten. Zo ook de ijzerkoek of knijpkoek ook wel genoemd de wafel. Rond 1800 werden beschuitbeslag en boterdegen ontdekt wat uiteindelijk leidde tot baksoorten zoals we die nu nog kennen. Ook begon men eierdooiers en eiwit apart te verwerken. De groep verschillende producten werd steeds groter.

Werknemer of ondernemen worden

Sommige aanstaande bakkers zeggen dat ze later een eigen zaak willen hebben. Anderen voelen daar niks voor. Een ondernemer werkt voor zichzelf en verdient vaak goed en hoeft alleen naar zich zelf te luisteren. Er kleven ook nadelen aan het zelfstandig ondernemerschap. Als je ziek wordt ben je financieel kwetsbaar. De belastingdruk is zwaar. Je bent aansprakelijk voor verliezen schulden en schade aan anderen. Als werknemer heb je meer zekerheid en minder verantwoordelijkheid. Maar je hebt ook minder vrijheid om zelf te beslissen. Het is moeilijk te zeggen of vakmanschap belangrijker is dan ondernemerschap. Het een kan niet zonder het andere. Het ondernemerschap zorgt er voor dat het vakmanschap geld oplevert. Je moet bepaalde dingen kunnen om een eigen bedrijf te kunnen leiden. Heb je die en de vereiste diploma`s dan is het gemakkelijker als je vader een bakkerij heeft die jij kunt overnemen. Maar je hoeft niet perse uit een bakkers familie te stammen. Er zijn ook regelingen te treffen om een zaak over te nemen van een bakker of banketbakker die geen opvolger heeft. Daar kunnen bakkerijbonden je alles over vertellen. Dat doen ze bijvoorbeeld op jongeren dagen. Dat zijn bijeenkomsten voor jongen bakkers waar informatie word gegeven. Die bijeenkomsten worden georganiseerd door de bakkerbonden. Het is een goede zaak om daar contact mee te hebben. Veel bakkers zijn dan ook aangesloten bij een bond.

Chocolatier of chocoladewerker

De chocolatier maakt bonbons chocoladeletters en bijvoorbeeld paaseieren van zo klein als een knikker tot zo groot als een voetbal. De smaak van de bonbons zit hem in de vulling ook wel het interieur genoemd. Crèmes en marsepein worden daarvoor vermengd met likeuren vruchten of noten. Veder maakt de chocolatier ook versierstukjes zoals bloemetjes laddertjes of wieltjes waarmee gebakjes of taartjes versiert kunnen worden. Voor veel banketbakkerijen is het maken van chocoladewerk veel te tijdrovend en veel te duur. Chocoladewerk word dan kant en klaar ingekocht van een fabriek. Bonbons bijvoorbeeld. Ook eten voor speciale gelegenheden zoals marsenpijn komt vaak van een fabriek. Om van marsepein leuke figuurtjes te kunnen maken is speciale vaardigheid en ervaring verijst. Voor het vormen maar ook voor het mengen en aanbrengen van de juiste kleuren. Is het je wel eens opgevallen hoe echt appels en peren van marsepein eruit kunnen zien? Misschien is het je ook opgevallen dat tegen sinterklaas in veel bakkersetalages precies dezelfde figuren liggen. Die zullen dan wel geleverd zijn door 1 fabriek.




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl