De
bijen
Ik
heb gekozen om jullie over bijen te vertellen, omdat
mijn oma een imker is, dat wil zeggen dat ze bijen heeft. Ik
ben het dus gewoon om regelmatig bij bijen te zijn
Ø Eerst
ga ik het hebben over de identiteitskaart van
de bijen :
De
bijen zijn insecten met twee paar
vleugels, dus eigenlijk met vier vleugels.
Jullie
moeten weten dat er drie soorten bijen in een volk wonen : de vrouwelijke werkster, de koningin en het
mannetje, de dar.
Een werkster wordt 5 à 6 weken oud,
de dar een paar maanden en de koningin 3 à 5 jaar.
Er
bestaan bijen overal ter wereld behalve in het hoge Noorden waar het te koud is.
Ø Nu
zal ik het hebben over de geboorte van de
bij.
In
één kolonie, anders gezegd in één familie, zijn ongeveer 50000
bijen. Ze worden alle uit dezelfde
moeder geboren: de koningin. De koningin legt 1500
eieren per dag.
Uit
deze eieren komen mannetjesbijen, of vrouwelijke bijen. De koningin legt
haar ei op de bodem van een honingcel, en drie
dagen later komt een larve uit het ei.
De
voeding bepaalt of de vrouwelijke larve een werkster wordt of een koningin, want
alleen de toekomstige koningin krijgt koninginnepap.
Gedurende 6 dagen wordt de babybij verschillende
keren per dag gevoed.
De
negende dag zetten de bijen etensvoorraden bij de larve en sluiten ze de cel met
een dekseltje.
Na
een twintigtal dagen komt de bij uit de cel!
Als
er teveel bijen in één volk wonen, gaat een deel van de kolonie uitzwermen,
het is te zeggen weggaan en een ander onderkomen zoeken samen met de
oude koningin. De bijen die achterblijven in de korf brengen dan een
nieuwe koningin groot.
Ø Maar wat doet het volk eigenlijk in een bijenkorf?
In
de bijenkorf leeft er één enkele
koningin. Haar leven lang legt ze eieren.
De
rest van de korf bestaat uit vrouwelijke
werksters. Zij doen al het werk.
In
het eerste deel van hun leven zijn ze binnenhuiswerksters: honingcellen bouwen, de larven voeden, honing maken, de
bijenkorf verdedigen en de koningin verzorgen.
In
het tweede deel van hun leven worden ze dan buitenhuiswerksters,
ze gaan dan de nectar en het stuifmeel halen.
De
nectar is een zoete vloeistof die in de meeste bloemen voorkomt, en
dient om honing te maken als voorraad voor de winter.
Stuifmeel is het gele poeder dat men in het midden van de bloem kan
vinden. Het dient als voedsel voor de ‘babybijen’ (larven)
Als
een bij een plaats heeft gevonden waar er veel nectar en stuifmeel is,
laat ze dat weten aan de andere bijen door een speciale dans te maken.
De
mannetjes of darren komen alleen in de lente en de zomer tevoorschijn. Hun enige
rol is de bevruchting van de koningin, voor de rest doen ze niets.
Vanaf de herfst worden ze uit het korf gejaagd en sterven ze dan.
Ø Tenslotte
wil ik jullie ook iets vertellen over de
imker.
De
persoon die bijen verzorgt en hun honing verzamelt is de imker.
Vroeger
waren de bijenkorven gevlochten
rieten klokken, zoals deze klok hier. De
honingcellen bouwden de bijen direct op de wanden .
Nu
gebruikt de imker houten huisjes, bijenkasten genoemd, en hij hangt er kaders
in, zoals deze hier.
Aan
die kaders bouwen de bijen hun wascellen.
Dat maken ze met wasklieren. Die was dient om zeshoekige cellen te maken voor de honing en de eieren.
Vroeger gebruikte men hun was om kaarsen en zegels te maken.
De
imker verzamelt de honing twee keer per jaar, één keer op het einde
van de lente, één keer op het einde van de zomer.
Hij
beschermt zijn gezicht met een speciale masker, gemaakt uit dunne
gordijnstof zodat hij in zijn gezicht niet gestoken wordt. Hier
kunnen jullie zo’n masker zien.
Hij
gebruikt ook een ‘beroker’ om rook te maken, want dan blijven de
bijen uit zijn buurt. Hier
zien jullie zo’n beroker. De imker zet er een stukje speciaal karton in en steekt die aan.
Nu
is de imker klaar om te beginnen.
Hij
trekt eerst de kaders uit de bijenkast, en hij doet alle dekseltjes
open met behulp van een speciale vork. Hier
kunnen jullie zo’n vork zien.
Nu
plaatst hij alle kaders in een speciale machine die heel vlug draait,
zodat al de honing uit de cellen komt en verzameld kan worden.
Ter
vervanging van de honing geeft de imker de bijen speciale suikersiroop
om de winter door te komen, samen met speciale antibiotica tegen
ziektes.
Om
deze spreekbeurt af te sluiten wil ik jullie graag honing
laten proeven!
Dank
u voor jullie aandacht!!
|
|||
