Inleiding
Internet wie surft er nou nog niet op? Internet neemt een vlucht. Steeds meer
bedrijven en particulieren laten zich aansluiten op het wereldwijde netwerk. De
oorzaak daarvan is dat het netwerk steeds meer te bieden heeft. Bedrijven kunnen
een homepage maken of laten maken met daarop informatie over hun producten. Zo
kunnen ze hun producten of diensten aanbieden.
Particulieren daarentegen kunnen juist weer gebruik maken van die informatie en
kunnen het internet gebruiken als informatiebron voor bijvoorbeeld werkstukken,
boekverslagen of uittreksels. Maar ook kunnen zij op Internet kletsen met andere
internetters van over de hele wereld, software downloaden, bioscoopkaartjes
bestellen, de krant lezen, je favoriete muziek
luisteren of iets on-line kopen zoals: boeken of cd’s en afrekenen met een
creditcard. Als alles goed gaat heb je dan binnen enkele dagen je bestelling
(afhankelijk van waar je iets besteld hebt, binnen- of
buitenland) in huis.
Wat
is het World Wide Web?
Het internet is een wereldwijd computernetwerk dat bestaat uit vele miljoenen
computers die via de telefoonlijn in verbinding met elkaar staan. Dit heet dus
dan ook het World Wide Web, oftewel het Wereld Wijde Netwerk. Om op het internet
te komen moet men eerst een abonnement nemen bij een van de vele
internetproviders. Deze zogenoemde providers zijn bedrijven die, het woord zegt
het al, je voor geld toegang bieden tot het internet.
Hoe kom je op het internet? Dat werkt als volgt: je moet in ieder geval geen
langzame computer hebben. En als je nog geen modem hebt moet je die kopen. Een
modem is een apparaat die je in je computer doet (een "interne"
modem), of op je computer aansluit (een "externe" modem) en waarmee je
kan bellen.
Nadat je de modem hebt aangesloten neem je een abonnement bij een provider . Je
krijgt dan van hen een gebruikersnaam, paswoord en een telefoonnummer waar je
naar toe moet bellen. Als je dat hebt kun je met je modem naar dat nummer bellen
en wordt er vervolgens gevraagd naar een gebruikersnaam en paswoord, zodat de
provider kan zien of jij wel een abonnement bij hen hebt
en als dat is gecheckt heb je een verbinding tot stand gebracht met het World
Wide Web en kan je lekker "surfen" op het web.
Wat
is het Internet?
Het Internet zou omschreven kunnen worden als een wereldwijd netwerk van
computer-netwerken die met elkaar verbonden zijn via de TCP/IP techniek.
Hoe is het Internet ontstaan?
Eind jaren '60 financierde het Amerikaanse ministerie van Defensie een
onderzoeksproject naar computernetwerken, waaruit het ARPANET ontstond. Dit
netwerk van aanvankelijk vier computers van universiteiten groeide in de jaren
'80 uit tot backbone van Local Area Networks (LAN's) in de hele VS. In deze
LAN's werd voornamelijk gewerkt met UNIX-systemen voorzien van TCP/IP
netwerk-programmatuur. Naast het ARPANET ontstonden verschillende andere
netwerken, zoals het Amerikaanse NSFnet, het Europese EUnet en in Nederland
NLnet. Door de koppeling van al deze netwerken ontstond het Internet, dat van
een paar duizend aangesloten computers halverwege de jaren '80 is uitgegroeid
tot zo'n 20 miljoen medio 1997 (sinds 1987 is er sprake van een verdubbeling per
jaar). Naast UNIX-systemen bevat het Internet nu vele andere systemen, zoals
Windows-PC's en mainframes. De gemeenschappelijke factor van al die systemen is
dat ze ondersteuning hebben voor de TCP/IP netwerkprogrammatuur, de techniek
waar het Internet op gebouwd is.
De
werking van internet
De techniek achter internet is heel goed te vergelijken met de manier waarop de
posterijen hun post bezorgd. De bekabeling van internet is te vergelijken met de
auto's, treinen en vliegtuigen die de posterijen gebruiken om de post te
transporteren van de ene naar de andere plek. De verdeelpunten van de posterijen
heten op internet routers. Zij beslissen hoe de post verder moet reizen. Niet
alle verdeelpunten hebben een directe verbinding met elkaar. De post van kleine
plaatsen gaat eerst naar een grotere plaats met een verdeelpunt. Daar vandaan
gaat de post naar een ander verdeelpunt, net zolang totdat er eentje is in de
buurt van de bestemming. De router kijkt dus waar de gegevens heen moeten en hij
beslist dan naar welke volgende router ze verzonden moeten worden. Brieven moet
altijd in een envelop worden gedaan met daarop het adres een postzegel. Zo zijn
er op internet ook regels. Die regels heten protocollen. Het Internet Protocol
zorg ervoor dat de routers aan de hand van de adressering weten wat ze met de
gegevens moeten doen. Het Internet Protocol heeft eigenlijk dezelfde functie als
de envelop bij gewone post. Aan het begin van iedere boodschap bevindt zich de
adresinformatie. Die adressen bestaan uit vier getallen die allemaal kleiner
zijn dan 256. Ze worden door punten van elkaar gescheiden. Een voorbeeld hiervan
is 192.122.36.5 Het adres bestaat in feite uit 2 delen: het eerste gedeelte
geeft aan tot welk netwerk de geadresseerde behoort en het laatste gedeelte
staat voor de computer die het pakketje moet ontvangen. Ook dit adres is weer te
vergelijken met een
gewoon adres. De postcode en de plaatsnaam samen zijn een soort netwerkadres,
zij geven aan naar welk postkantoor de brief moet worden verstuurd. De
straatnaam en het huisnummer komen overeen met het computeradres. Computer
Netwerk Omdat het niet mogelijk is om alle gegevens in 1 keer te verzenden wordt
de
informatie verdeeld in stukjes, die pakketten heten. Hierdoor wordt voorkomen
dat de 1 gebruiker het hele netwerk voor zich opeist en komt iedereen aan bod.
Het betekent ook dat bij overbelasting van het netwerk de prestaties voor alle
gebruikers even snel achteruit gaan. Het kan dus nooit zo zijn dat het grootste
gedeelte van de gebruikers helemaal niet kan werken terwijl een paar gebruikers
alle capaciteit gebruiken.
Wat
heb je nodig voor internet?
De belangrijkste eis is natuurlijk een computer. Deze computer hoeft niet
supersnel te zijn. De meeste toepassingen vragen namelijk niet zoveel van je
computer. De meest gebruikelijke manier om verbinding te leggen met de
internetaanbieder is via de telefoonlijn. Om je computer de telefoonlijn te
laten
gebruiken heb je een modem. Dit is een apparaat dat er voor zorgt dat de
digitale signalen van de computer worden omgezet in analoge signalen waar het
telefoonnetwerk mee werkt en andersom. Er ook digitale telefoonlijnen die
ISDN-lijnen worden genoemd. Voor deze lijnen heb je een ISDN-kaart nodig.
De laatste tijd is ook het internetten via de kabel in opmars. De kabel is
namelijk veel geschikter om gegevens mee te verzenden en ontvangen. Daardoor is
internetten via de kabel veel sneller dan via de telefoonlijn of de ISDN-lijn.
Ook
voor de internetten via de kabel heb je een speciaal modem nodig. Een belangrijk
voordeel is dat er geen telefoonkosten zijn.
Naast de apparatuur is er ook nog een abonnement bij een internaanbieder nodig.
Er zijn abonnementen voor een 5 of 10 uur internetten per maand of voor een
onbeperkt aantal uren per maand. Het beperkte abonnement kost ongeveer 10 a 15
gulden per maand en het onbeperkte abonnement ongeveer 30 gulden per maand.
Daarnaast zijn er nog de telefoonkosten. Deze zijn 3,60 per uur in de piekuren
en 1,80 per uur in de daluren en op zaterdag. Op zondag is internetten het
goedkoopste. Dan is het tarief slechts 1,20 per uur. Voor een abonnement op
internet via de kabel betaal je tussen de 50 en 100 gulden per maand. Dit is
vaak
inclusief de huur van een kabelmodem. Internetten via de kabel is niet altijd
goedkoper. Alleen als je heel vaak internet heb je er voordeel bij.
Toepassingen
op Internet
De bekendste toepassing op internet is het world wide web, afgekort als WWW. De
meeste mensen denken dat internet hetzelfde is als WWW, maar dat is niet zo. Het
world wide web is een gigantisch web van met elkaar verbonden bestanden, die
documenten of pagina's worden genoemd. De bestanden worden
geexploiteerd door informatieaanbieders. Alle documenten hebben een eigen adres.
Zo'n adres wordt een URL genoemd, wat staat voor Universal Resource Locator. De
WWW-documenten bevatten naast tekst ook plaatjes en hyperlinks. Hyperlinks zijn
verwijzingen naar andere documenten op dezelfde site of naar
documenten op andere sites. Door steeds gebruik te maken van de hyperlinks surf
je over internet. Om toegang te krijgen tot het WWW heb je speciale software
nodig. Deze software wordt een browser genoemd. Via de browser kan de
WWW-gebruiker communiceren met de computer waar de site op staat. De bekendste
browsers zijn Netscape Navigator en Microsoft Internet Explorer.
Om informatie te zoeken op internet kun je gebruik van een zoekmachine. Dit zijn
computers die constant het internet afzoeken naar documenten en deze documenten
worden vervolgens gekoppeld aan een of meer trefwoorden. Ook is het mogelijk om
op thema te zoeken. Je kiest bijvoorbeeld eerst voor sport, daarna voor voetbal
en dan voor wereldbeker. Bij sommige zoekmachines kun je ook een Engelse vraag
ingeven als zoekopdracht, maar hierbij heb je minder controle over de resultaten
van de zoekopdracht.
De meest gebruikte toepassing op internet is E-Mail. Als gebruiker van e-mail
heb je een eigen postbus bij een internetaanbieder. Deze kun je op elk moment
van de dag legen. Alle berichten die voor jou bestemd worden net zo lang bewaard
totdat je ze ophaalt. Een e-mail adres ziet er uit als
gebruikersnaam@internetaanbieder.landcode In een mailprogramma kun je de
schrijven en lezen. Zo'n mailprogramma zit
geintegreerd in de nieuwste browsers, maar er zijn ook losse mailprogramma's die
nog meer functies bevatten. Naast persoonlijke e-mails zijn er ook nieuwsbrieven
die naar een grote groep mensen worden verstuurd. Deze nieuwsbrieven hebben iets
weg van een tijdschrift, want ze verschijnen op een
vast tijdstip en je moet je er ook op abonneren. Een voordeel is dat ze bijna
altijd gratis zijn.
Naast het World Wide Web en E-mail zijn er nog veel meer toepassingen op
internet. Op Usenet zijn allerlei discussiegroepen te vinden waar je openbare
berichten in kunt plaatsen. Via IRC kun je praten met andere internetgebruikers.
Dit gebeurt door het intypen van regels tekst. FTP is er voor het verzenden en
ontvangen van computerbestanden, zoals programma's en spelletjes. Er zijn nog
veel meer toepassingen op internet, maar ik heb alleen de belangrijkste willen
noemen.
De toekomst van internet
De groei van het aantal gebruikers is enorm. Het probleem is dat er steeds vaker
files onstaan op internet. Dit komt niet alleen door de groei, maar ook omdat de
gebruikers steeds grotere hoeveelheden informatie versturen en ontvangen.
Gelukkig wordt er hard gewerkt om de capaciteit van internet te vergroten.
Een toepassing die steeds populairder wordt is het winkelen via internet. Je
kunt op dit moment al heel veel kopen via internet. Het enige wat je nodig hebt
is een creditcard. De meest verkochte producten zijn boeken en cd's, maar in de
toekomst zullen er steeds meer soorten producten bijkomen. Ook wordt het steeds
veiliger om te betalen via internet.
Terug komend op paragraaf 1.7 is de markt penetratie ook weer in te delen in de gebruikers segmenten. Hier nu in detail te behandelen.
Jongeren en internet
De Internet penetratie in Nederland is in het jaar 2000 fors gegroeid. Begin van jaar 2000 gaf 28% van de Nederlanders van 16 jaar en ouder aan dat zij wel eens van Internet gebruik hebben gemaakt.
Na de zomer 2000 zet de groei echt door en in het laatste kwartaal is 41% wel eens on line geweest, ofwel ongeveer 5,1 mln mensen.
In Nederland hebben meer jongeren een internetaansluiting dan hun leeftijdsgenoten in Duitsland, Italië en spanje. Volgens onderzoek heeft in 2002 ongeveer 43% van de Nederlandse huishoudens toegang tot internet. In augustus 2000 was dit 22.5%.
Opvallend is dat de Nederlandse jongeren bovengemiddeld gebruik maken van internet, 65% van hen heeft toegang tot het wereldwijde web. Meer dan één op de twee (50,7%) gaat het internet op om te chatten.
