Van Jennifer Nathalie Wegman
De kattenfamilie
De kattenfamilie bestaat uit een hoop diersoorten. Boskatten, leeuwen, tijgers,
luipaarden, gewoon een heleboel. Allemaal zijn het roofdieren. Ze jagen op
andere dieren. De meeste katten haten water, maar tijgers gaan vaak zwemmen om
af te koelen. De boskat leeft in de bomen van bossen. Alle katachtigen kunnen
hard lopen, want het zijn roofdieren.
De kat
Katten hebben meestal groene ogen. Siamezen en jonge katten hebben blauwe ogen.
In het donker kunnen ze goed zien. Katten kunnen ook goed horen. Dat is handig
voor als ze op jacht zijn, om het zachte getrippel van muizen te kunnen horen.
Katten zijn erg behendig. Ze kunnen over hekken lopen zonder te vallen. En als
ze worden aangevallen, bijvoorbeeld door een hond, klimmen ze zomaar in een
boom. Katten hebben een soort kussentjes onder hun poten. Daardoor kunnen ze
sluipen zonder gehoord te worden.
Huisdier
In Egypte was de kat een geliefd huisdier van farao's. Als er een kat stierf,
werd hij als een mummie in een graftombe gelegd. Ook nu houden veel mensen
katten als huisdier. Ook boeren hebben vaak katten om de muizen weg te houden.
Sommige mensen geven katten veel dure spullen, zoals mooie kussens of versierde
etensbakken, maar een kat heeft net zo lief goedkope spullen. Soms hebben mensen
een kat en een hond. Dat kan, als je ze allebei in hetzelfde huis zet als ze nog
jong zijn. Oude dieren kunnen moeilijker aan elkaar wennen.
Eten en drinken
Katten eten graag vlees. Dat is gezond voor ze. Daarom zit in kattenbrokken ook
vaak vlees. De meeste katten zijn dol op kattensnoepjes, maar teveel is niet
goed. Katten kunnen kattenmelk of water drinken. Gewone melk is slecht voor
katten, want ze krijgen er buikpijn van. Volwassen katten jagen vaak. Jonkies en
oude katten jagen niet.
Spelen
Alle katten spelen graag. Door te spelen oefenen jonge katten jagen. Oude
katten spelen voor hun plezier. Een speeltje is dan een muis, of zo. Spelen is
ook een gezonde lichaamsbeweging voor de kat.
Binnen of buiten
Sommige katten leven binnen, en andere katten weer buiten. Binnen katten blijven
vaker gezond dan buitenkatten, want zij gaan wel eens vechten met andere katten.
Binnen katten hebben een grote klim en krabpaal nodig om gezond te blijven, want
buiten katten kunnen buiten al hun lichaamsbeweging krijgen.
Jonge poesjes
Katten krijgen vaak ongeveer 3 tot 7 kittens (jonge poesjes.) Het kunnen er ook
veel meer zijn, rond de 15 of zo. Vijftien kittens is te veel voor een kat. Ze
kunnen dan niet allemaal drinken. Die kittens moeten speciale melk hebben,
anders gaan ze dood.
Een nieuw baasje
Na acht tot twaalf weken kunnen de poesjes naar een nieuw baasje. Ze zijn dan al
zelfstandig en hebben hun moeder niet meer nodig.
