Aangepast zoeken



klik HIER voor al onze spreekbeurten

 

 

 

 

tweeentwintigstippelig

elfstippelig

 

 

 

Werkstuk van
Marissa Nafzger
groep 8
Lieveheersbeestjes

 

veertienstippelig

 

 

 

 

oogvlek

 

 

 

 

 

 

                                                       

zevenstippeligviervlekzestienstippeligtweestippelig


 

 

Inhoud

 

 

Inhoudsopgave                                                              1

 

 

Hoofdstuk 1                 Wat zijn lieveheersbeestjes?     2

 

 

Hoofdstuk 2                 Wat eten lieveheersbeestjes?   4

 

 

Hoofdstuk 3                 Vijanden en bescherming          6     

 

 

Hoofdstuk 4                 Voortplanting en groei                       7

 

 

Hoofdstuk 5                 De winterslaap                           9

 

 

Hoofdstuk 6                 Enkele Soorten                        10     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 1      Wat zijn lieveheersbeestjes?

 

 

Lieveheersbeestjes zijn kevers en kevers zijn insecten.

Het lichaam van een insect bestaat uit een kop, borststuk en een achterlijf. Lieveheersbeestjes hebben deze lichaamsdelen ook, maar

ze zijn lastig te zien.

                                                                                                                                                

                                                1. Lichaam

Een lieveheersbeestje is erg kleurig. Achter het hoofd zitten twee schildjes, die redelijk hard zijn. De kleur en de stippen op de schildjes zijn verschillend, dat ligt aan de soort. De stippen hebben niks met de leeftijd te maken.

 

 

 

 

2.Vleugels

 

Het lieveheersbeestje is een kever.

En net zoals een kever heeft hij twee schildjes: dekschilden.

Onder deze schildjes zitten de vleugeltjes.

 

3. Ogen

 

De ogen van een lieveheersbeestje worden facetogen genoemd.

De vorm van de ogen is een zeshoek en bestaat uit heel veel kleine deeltjes, elk deeltje heeft een lens. Daarom kan een lieveheersbeestje op een moment naar verschillende kanten kijken.

 

 

 

 

 

 

 

4. Voelsprieten

 

Een lieveheersbeestje heeft twee voelsprieten die hij gebruikt om te voelen, ruiken en om te proeven.

 

5. Monddelen

 

Een lieveheerbeestje heeft een mond en een paar kaken. Die kaken gebruikt hij om kleine insecten (luizen) mee te vangen.

 

6. Poten

 

Een lieveheersbeestje heeft zes poten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 2      Wat eten lieveheersbeestjes?

 

Bladluizen

 

Lieveheersbeestjes eten vooral bladluizen.

Een volwassen lieveheersbeestje eet per dag ongeveer 100 bladluizen.

Dat zijn er meer dan 3000 per maand.Toch zijn de bladluizen niet uitgestorven. Dat komt door de temperatuur.

Als er in een koud voorjaar weinig bladluizen zijn, komen er ook minder lieveheersbeestjes.

Als het warm wordt en de bladluizen worden groot, zijn er nog te weinig lieveheersbeestjes om ze allemaal op te eten.

Sommige soorten bladluizen kunnen zich verdedigen. Als ze worden aangevallen, laten ze een kleverige stof los. Hierdoor kleven de kaken van het lieveheersbeestje aan elkaar. Als het lieveheersbeestje zijn bek schoonmaakt, kan de luis ontsnappen.

 

Schimmeleters

 

Insecten die aan planten zuigen, zoals bladluizen, laten suikers achter. Deze kleverige vloeistof heet honingdauw en die blijft op de bladeren zitten. Op deze honingdauw kunnen wittige schimmels leven. Deze schimmels heten meeldauwschimmels. Enkele lieveheersbeestjes, onder andere het Tweeentwintigstippelig lieveheersbeestje, leven van deze meeldauwschimmels. De schimmels kunnen pas groeien als er genoeg honingdauw is. Dit is meestal wat later in het jaar. Daarom worden de eerste schimmeletende lieveheersbeestjes pas in mei gezien.

Go to fullsize image

 

 

 

 

 

 

Planteneters

 

Veel plantenetende lieveheersbeestjes eten maar enkele plantensoorten. Zo leeft het Heggenranklieveheersbeestje alleen van planten van de komkommerfamilie. Meestal eet het Heggenrank, maar soms bladeren van meloenen of pompoenen.

 

 

 

 

 

 

 

Ander voedsel

 

Enkele soorten lieveheersbeestjes, waaronder veel dwergkapoentjes en breedkoplieveheersbeestjes, eten schildluizen. Schildluizen zijn insecten die geen poten of vleugels hebben. Ze leven onder een hard dekseltje, vastgezogen aan een plant.

Lieveheersbeestjes moeten of kunnen hun dieet aanvullen met ander voedsel. Als bladluiseters een lange tijd geen bladluizen kunnen vinden, kunnen zij ander voedsel eten, zoals stuifmeel of zoet fruit. Dan hebben zij in ieder geval wat voedingsstoffen binnen.

 

 

Voedsel zoeken

 

Ondanks hun grote ogen, kunnen lieveheersbeestjes nauwelijks zien. Zij moeten dus tegen hun prooi oplopen. Daarom lopen de larven en de volwassen lieveheersbeestjes langs stengels en bladeren omhoog. Op die manier is de kans groter dat zij bladluizen tegenkomen dan wanneer ze kriskas heen en weer zouden gaan. Wanneer ze een bladluis hebben gevonden, wordt de omgeving nauwkeurig afgezocht. Als ze geen nieuw eten meer vinden, gaan ze verder omhoog langs de stengel. Als ze een lange tijd geen bladluizen vinden, vliegt het lieveheersbeestje naar een andere plaats. Lieveheersbeestjes vliegen dus weg als er te weinig eten is.

Hoofdstuk 3      Vijanden en bescherming

 

 

Bescherming

 

De lieveheersbeestjes hebben weinig vijanden. Dat komt omdat ze een paar afweermiddelen hebben.

Bijvoorbeeld de kleur (fel rood of geel) geeft aan: pas op ik smaak vies. Om de vogels extra te waarschuwen laat hij wat geel vocht los wat vies smaakt en ruikt. Als een lieveheersbeestje toch wordt opgepakt of aangeraakt gebruiken ze andere afweermiddelen. Ze trekken dan hun poten en antennen in en blijven doodstil liggen. Ook kunnen ze hun vijanden te slim af zijn om net te doen of ze dood zijn, en dan van het blaadje of takje afvallen om zo tussen het groen te verdwijnen.

 

Vijanden

 

Lieveheersbeestjes worden wel door andere dieren gegeten, maar horen niet bij het favoriete eten. Er is een soort wesp die de grootste vijand is van het lieveheersbeestje:de Perilitus Coccinellae. Deze wesp legt haar eitjes in het lieveheersbeestje. Als de jonge wespen uit hun ei komen eten ze het lieveheersbeestje van binnenuit op.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 4      Voortplanting en groei

 

Eitjes

 

Lieveheersbeestjes paren in de lente en in de zomer. Na de paring leggen de vrouwtjes de eitjes.

 Dit duurt twee dagen. Een vrouwtje kan tot 125 eitjes leggen. Een vrouwtje legt haar eitjes meestal onder een blad waar veel bladluizen zitten. De eieren zijn ongeveer 1,5 millimeter groot en geel van kleur. Ze staan rechtop in een groepje bij elkaar.

 

 

 

Larven en poppen

 

Na een paar dagen komen de eitjes uit. De larve van een lieveheersbeestje is zwartgrijs met gele wratten aan allebei de kanten van zijn lichaam en heeft drie paar borstpoten. Een larve begint gelijk te eten als hij uit zijn ei komt (lege eierschalen, onbevruchte eieren en vooral bladluizen). De larve eet voordat hij een pop wordt 200 tot 600 bladluizen. De larve eet tot zijn huid opensplitst. Hieronder zit een nieuwe huid die zacht en vochtig is. Hierna verandert de larve in een pop. De pop is ongeveer 3,5 millimeter groot en hij is donkergrijs met zwart.

 

 

 

 

 

 

 

 

Lieveheersbeestje

 

oogvlekNa een paar weken komt de pop uit, en is het een lieveheersbeestje.

Het is dan nog niet meteen rood en het heeft ook nog geen stippen. Maar 5 minuten later dan wordt het rood       

of een andere kleur (dat ligt aan de soort),

tweeentwintigstippelig en de stippen komen daarna tevoorschijn.

 

 

 

 

 

 

Grootte

 

Je kunt aan de grootte zien of het een mannetje of een vrouwtje is.

De vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes.

 

 

 

tweestippelig

tweestippelig

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 5      De Winterslaap

 

In het voorjaar verzamelen de lieveheersbeestjes zich voor de winterslaap in kleine groepjes. De lieveheersbeestjes brengen de winter door onder een pak bladeren, een half vergane boomstronk of iets wat er op lijkt. Hier vinden ze bescherming tegen de winterkou. Er is een generatie per jaar, maar de volwassenen leven lang, in de zomermaanden zijn dus alle soorten aanwezig: larven, netvolwassenen en langvolwassenen. Zodra de zon in het voorjaar warm genoeg wordt komen ze allemaal tegelijk tevoorschijn. Je kunt de lieveheersbeestjes vooral vinden tussen april en september. Ze zijn meestal te vinden in rozenstruiken, distels, lupines en (brand)netels.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 6     Enkele soorten

 

Het tweestippelig lieveheersbeestje.

tweestippeligDeze soort leeft van bladluizen op loofbomen. Ze overwinteren vaak in huizen en daarom zijn ze bijna het hele jaar te zien. Als in het najaar de verwarming hoger wordt gezet, worden ze wakker en komen ze tevoorschijn. Alle lieveheersbeestjes van dit soort zijn tussen de 3,5 en 5,5 millimeter.

 

 

 

Het viervleklieveheersbeestje.

viervlekDeze lijkt bijna rond van vorm. Het wordt ongeveer 5 millimeter groot.

Het leeft van schild- en bladluizen op allerlei soorten bomen. Ze overwinteren vlakbij de grond onder strooisel en bladafval.

 

 

 

zevenstippeligHet zevenstippelig lieveheersbeestje.

Deze soort komt het meest voor. Het wordt tussen de 5 en 8 millimeter groot. Het voedsel bestaat uit bladluizen en larven van insecten. Ze komen op de eerste mooie dagen in het nieuwe jaar tevoorschijn. Ze kunnen tot ver in november worden gevonden. Dieren die in huis overwinteren, kunnen ook middenin de winter tevoorschijn komen. Maar de meeste overwinteren onder bladeren of plantenafval op de grond.

 

 

 

Het veertienstippelig lieveheersbeestje.

veertienstippelig                     Deze is tussen de 3,5 en 5 millimeter groot. Het is bijna het hele jaar door te vinden. Het eet bladluizen op allerlei soorten gewassen.

 

 

 

 

 

 

 

Het zestienpuntlieveheersbeestje.

zestienstippeligDit is een klein diertje, dat nooit groter is dan 3 millimeter. Het is vooral te vinden langs de kust, bij de grote rivieren en op vochtige heideterreinen. Het eet veel soorten voedsel: stuifmeel van grassoorten, meeldauwschimmels en bladluizen.

 

 

 

 

Het tweeentwintigstippelig lieveheersbeestje.

tweeentwintigstippeligHet is tussen de 3 en 4,5 millimeter groot en heldergeel gekleurd. Het eten bestaat uit meeldauwschimmels die ze vinden op een groot aantal bomen en planten zoals de eikenboom. Het overwintert onder dorre bladeren, in strooisel of in de compostbak. Het komt pas in mei weer tevoorschijn en dat is later dan de andere lieveheersbeestjes.

 

 

 

Het oogvleklieveheersbeestje.

oogvlekDit is het grootste lieveheersbeestje van Europa. Het is bijna 1centimeter groot. Het kan op allerlei plaatsen leven, maar wordt meestal in de buurt van naaldbomen gevonden. Het eet vooral bladluizen, maar soms ook ander voedsel zoals larven van insecten.

 

 

 

 

Het elfstippelig lieveheersbeestje.

elfstippeligDeze lijkt op het zevenstippelige lieveheersbeestje. Het is alleen wat kleiner en is ook langwerpiger. Het voedt zich met bladluizen en larven van insecten. Het wordt bijna nooit op bomen en hogere struiken gevonden.