Wat doet de Nederlandse politie?
De politie wordt ingezet bij talloze zaken. Politiewerk varieert van het uitdelen van een bekeuring tot het oplossen van moord. Van het tegengaan van vandalisme tot het aanpakken van fraude en mensen- en drugshandel. De politie wordt bij haar werk kritisch gevolgd door pers en publiek. Dat is goed, want zo staat de Nederlandse politie voortdurend onder democratische controle. Een belangrijk kenmerk van het politiewerk is de onvoorspelbaarheid ervan. De politie is altijd in bedrijf, 24 uur per dag. De meeste problemen waarmee de politie wordt geconfronteerd, worden mondeling opgelost. Politiewerk vergt tact, zelfbeheersing en doortastend optreden. Waar burgers mogen vluchten, moet de politie haar werk doen. Politiewerk kan daarom riskant en onder omstandigheden gevaarlijk zijn. Het is de kunst de risico's zo klein mogelijk te houden.
Wapens
Bijzonder aan het politiewerk is dat de politie het geweldsmonopolie heeft.
Dat wil zeggen dat ze niet alleen mensen mag inzetten om haar doelen te
bereiken, maar ook - in het uiterste geval - wapens. Politieambtenaren dragen
onder andere een pistool. In uitzonderlijke gevallen zijn zij bevoegd te
schieten. Vuurwapengebruik moet een agent altijd melden. Geweld en wapens zijn
de laatste middelen die de politie inzet. De politie treedt doortastend op,
met inachtneming van ieders rechten. Politieoptreden moet niet zelf aanleiding
zijn voor escalatie. Als een politieambtenaar een burger raakt met een kogel,
pleegt hij, afhankelijk van zijn intentie en de gevolgen, een strafbaar feit.
Het onderzoek naar de toelaatbaarheid van het schot, valt onder de
verantwoordelijkheid van de hoofdofficier van justitie en de korpsbeheerder.
De laatste beoordeelt, al dan niet samen met de korpsleiding, het schot op
beleidsmatige en disciplinaire aspecten.
Politietaken |
|
De taken
van de politie staan beschreven in de Politiewet. De kerntaken van de politie zijn:
Met het uitvoeren van haar kerntaken levert de politie een bijdrage aan een veilige en leefbare samenleving.
Het politiewerk is op te delen in basispolitiezorg en specialistische taken. Deze splitsing is gemaakt omdat de taak van de politie zo veelomvattend is, dat een basispolitieagent niet alles kan weten en oplossen. Op het moment dat meer kennis is vereist, bijvoorbeeld om sporen na een inbraak te onderzoeken, schakelt de basispolitieagent specialisten in, zoals rechercheurs. Meer informatie over beheer en gezag vindt u bij organisatie. |
Basispolitiezorg
Politiemedewerkers zijn 24 uur per dag inzetbaar voor de basispolitiezorg. Dat
wil zeggen de zorg voor een veilige en leefbare wijk, stad of regio. Het
basispolitiewerk bestaat globaal uit politietoezicht, preventieadvies,
afhandeling van de verkeersproblematiek, eenvoudig recherchewerk, verlenen van
hulp en handhaven van wetten en regels. Zo is de politie bijvoorbeeld
dagelijks aanwezig op straat (surveillance). Dit voorkomt overtredingen en
misdrijven, simpelweg vanwege de grotere pakkans. Verkeer
De politie controleert dagelijks het verkeer, onderzoekt verkeersongevallen en
adviseert gemeenten over verkeersmaatregelen. Dit valt onder de
basispolitiezorg. Maar, elk korps heeft ook specialisten op het gebied van
verkeer: de verkeerspolitie. Kijk voor meer informatie over de verkeerspolitie
bij Politie ABC/Verkeer.
Preventieadvies
Het geven van preventieadviezen, bijvoorbeeld ter voorkoming van inbraken en
autodiefstal, is dagelijks werk van de politie. Veel korpsen hebben echter ook
specialisten op het gebied van preventie. Dit zijn korpsen met bijvoorbeeld
speciale preventieteams, die bewoners advies geven over het beveiligen van hun
huis en hun wijk. Kijk voor meer informatie bij Preventie.
Recherche
Ook eenvoudige recherchewerkzaamheden, zoals het onderzoeken van diefstallen
en inbraken, vallen onder de basispolitiezorg. Agenten komen langs,
bijvoorbeeld om een aangifte van een inbraak op te nemen en om sporen, zoals
vingerafdrukken, veilig te stellen. Daarna kunnen ze, als ze denken dat dit
nodig is, hun specialistische collega's op het gebied van onderzoek
inschakelen: de rechercheurs. Kijk voor meer informatie over de recherche bij Politie ABC/Politietaken/Recherche of
bij .
Hulpverlening
Het verlenen van eerste hulp, bijvoorbeeld als iemand met een psychose op
straat rondzwerft of als iemand in de war is na een verkeersongeluk, is
dagelijks werk van de politie. De politie verwijst deze mensen meestal door,
bijvoorbeeld naar het maatschappelijk werk, hulpverleners of het Bureau Slachtofferhulp.
Handhaving
Wat verder nog bij de basispolitiezorg hoort is het handhaven van wetten en
regels. Zo controleert de politie of bedrijven zich aan de milieuwetten
houden, of horecaondernemers zich aan de sluitingstijden houden en of vissers
zich aan de visserijwet houden. Sommige korpsen hebben hiervoor speciale teams
in het leven geroepen, zoals een milieuteam. Het Korps landelijke
politiediensten (KLPD) heeft een speciale dienst die toezicht houdt op het
water: de waterpolitie. Kijk voor meer informatie bij Politie ABC/Politietaken/Op het water of
op www.politie.nl/KLPD bij waterpolitie.
Specialistische taken
Naast het dagelijks werk heeft de politie specialistische taken. Deze taken staan op zichzelf en worden door 'politiedeskundigen' uitgevoerd ter ondersteuning van de basispolitiezorg. Ondersteunend aan de basispolitiezorg en tegelijkertijd specialistisch, zijn bijvoorbeeld de agenten van de mobiele eenheid zitten of van een arrestatie- of observatieteam. Ook hondengeleiders en ruiters hebben specialistische taken. Kijk voor meer informatie op de site van het KLPD bij Dienst levende have. Op zichzelf staand is bijvoorbeeld het werk van de spoorwegpolitie, de luchtvaartpolitie en de waterpolitie (zie de site van het KLPD).
Vakspecialisten Infodesks Vreemdelingenzorg |
|
Vrijwillige politie
De politie zoekt Politievrijwilligers. Heeft u hart voor de maatschappij en wilt u in uw vrije tijd problemen oplossen, de rust herstellen, maar durft u ook in te grijpen als dat nodig is? De politie is op zoek naar gemotiveerde mensen, die het werk bij de politie zien als een plezierige, afwisselende en belangrijke invulling van hun vrije tijd. Bent u geïnteresseerd? Dan biedt de politie interessante mogelijkheden.
Hoe ziet uw
taak als politievrijwilliger eruit?
Politiewerk voert u samen met beroepscollega's uit. In uniform natuurlijk. U
bent het aanspreekpunt op straat. Dreigt iemand de regels te overtreden, dan
bent u ter plaatse om de zaken in goede banen te leiden. Dat betekent
voornamelijk rustig, efficiënt én met overtuigingskracht optreden. Soms
wordt u ingezet bij speciale activiteiten, zoals alcohol- of
verkeerscontroles, maar ook bij grootschalig optreden. U moet dan denken aan
jaarmarkten, sportevenementen, koninginnedag, kermissen, etc.
Ook kan het zijn dat u zich met verschillende werkzaamheden op het
politiebureau bezighoudt. Zo staat u mensen te woord aan de balie of sluit u
verdachten in als arrestantenverzorger. Een politievrijwilliger ondersteunt in
allerlei opzichten de organisatie. U wordt niet ingezet in risicovolle
situaties. De eerste jaren draait u normaal gesproken ook geen nachtdiensten.
De inzet van politievrijwilligers kan per korps verschillen.
Wilt u weten
of politiewerk (als vrijwilliger) bij u past?
Ga dan voor meer informatie hierover naar de wervingssite van de Nederlandse
politie door hier te klikken.
Wat heeft de
politie mij te bieden?
Als u voor politiewerk kiest, betaalt het korps de opleiding. Daarnaast
ontvangt u, naast een vast bedrag per jaar (ook tijdens de opleiding), een
vergoeding per uur. Uw korps zorgt bovendien voor een goede risicoverzekering.
Om zo goed mogelijk alle kneepjes van het vak te leren en vaardigheden op
niveau te houden, volgt u dezelfde aanvullende cursussen als beroepscollega's.
Organisatie
De Nederlandse politie bestaat uit 25 regionale korpsen en het Korps landelijke politiediensten (KLPD). De 25 korpsen leveren een bijdrage aan veiligheid, leefbaarheid en de bestrijding van criminaliteit in hun eigen stukje Nederland. Het KLPD organiseert de landelijke politietaken.
Beheer en gezag
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk
voor de Nederlandse politie als geheel. Omdat de Nederlandse politie bestaat
uit 25 korpsen, is één burgemeester uit een regio (vaak de burgemeester van de
grootste gemeente) de korpsbeheerder. Hij of zij is verantwoordelijk voor het
beheer van één van de 25 politiekorpsen en overlegt daarover met de
hoofdofficier van justitie. De dagelijkse leiding over een korps heeft de
regionale korpschef, meestal een hoofdcommissaris. Beslissingen over de
hoofdlijnen van het beleid neemt het regionaal college. Hierin zitten alle
burgemeesters uit de regio en de hoofdofficier van justitie. Daarnaast bestaat
er per regio een driehoeksoverleg. Hierin overleggen korpsbeheerder,
hoofdofficier van justitie en korpschef van de regio over ontwikkelingen,
beleid en resultaten.
Wie neemt welke beslissingen?
Wie het 'bevoegd gezag' is voor de politie en dus beslissingen mag nemen, verschilt per politietaak. Als het gaat om handhaven van de openbare orde of om hulpverlening, heeft de burgemeester van de betreffende gemeente de leiding. Maar, als de politie wordt ingezet voor het opsporen van strafbare feiten, dan doet zij dit onder de verantwoordelijkheid van een officier van justitie van het Openbaar Ministerie.
Samenwerking
De politie werkt niet alleen. Zo werkt de politie regelmatig samen
ambulancediensten en artsen als er bijvoorbeeld gewonden zijn bij een
aanrijding. In andere gevallen werkt de politie samen met de brandweer. Om
overlast op uitgaansavonden te beperken, werkt de politie samen met gemeenten,
horecaondernemers en transportbedrijven. Om het aantal inbraken te
verminderen, werkt de politie onder andere samen met gemeenten,
woningcorporaties, hang- en sluitwerkfabrikanten en verzekeraars. Deze
samenwerking tussen overheidsinstellingen en bedrijven wordt publiekprivate
samenwerking genoemd.
Samenwerking over de grenzen heen
Omdat criminelen zich niet houden aan landsgrenzen, werkt de politie ook samen
met de politie in andere landen en overkoepelende organisaties zoals Interpol
en Europol, bijvoorbeeld bij de bestrijding van fraude, drugs- en
mensenhandel. Kijk voor meer informatie op Politie ABC/Internationaal op de site
van Interpol of op Europol.
Ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijkrelaties
Het beheersen
van de criminaliteit en het verschaffen van veiligheid zijn topprioriteiten
voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voor het
structureel verbeteren van de integrale veiligheid is het van belang
dat naast de overheid (gemeenten, politie, Openbaar Ministerie) ook burgers en
bedrijven een bijdrage leveren.
Politie
De politie speelt een grote rol bij het beheersen van de criminaliteit en
het verschaffen van veiligheid. De politie houdt toezicht op straat en
handhaaft de orde, in het uiterste geval met geweldsmiddelen. De politie biedt
hulp aan burgers en spoort strafbare feiten op. De minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor een goed functionerende
Nederlandse politie. Daarbij wil de minister de kwaliteit van de
politieorganisatie en het politiepersoneel bevorderen en ervoor zorgen dat de
politie haar taken adequaat uitvoert, waarbij zo concreet mogelijke resultaten
worden behaald. Deze uitgangspunten gelden niet alleen voor de politie in de
25 politieregio's, het Korps landelijke politiediensten (KLPD) en het
Landelijk Selectie- en Opleidingscentrum Politie (LSOP), maar ook voor de
bovenregionale samenwerking en het opereren op nationaal en internationaal
niveau.
Verantwoordelijkheden minister
De minister heeft ook verantwoordelijkheden op het terrein van het beheer van
de politie. Hij kan bijvoorbeeld eisen stellen aan bewapening en kleding van
politiepersoneel. Hij is tevens verantwoordelijk voor het beleid van de
politie. Daarom stelt de minister elke vier jaar een plan op, het Beleidsplan
Nederlandse Politie (BNP).
Beleid
De aanpak van criminaliteit is een taak van de overheid en dus van de politie. Maar gezien de beperkte capaciteit moet de overheid (bestuur, Openbaar Ministerie, politie) wel prioriteiten stellen. De landelijke prioriteiten voor de politie werden voorheen vastgelegd in het 'Beleidsplan Nederlandse Politie' (BNP). Vanaf 2003 is er geen BNP meer. In plaats hiervan is het Landelijk Kader Nederlandse Politie 2003-2006 gekomen.
Politiebegroting
Het deel van de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties dat betrekking heeft op de politie bedraagt in 2003
ongeveer € 3,7 miljard. Het ministerie van BZK betaalt hiermee bijna alle
zogenaamde directe en indirecte kosten van de 25 regionale politiekorpsen, het
Korps landelijke politiediensten (KLPD) en het Landelijk Selectie- en
Opleidingsinstituut Politie (LSOP). Waarvoor die kosten worden gemaakt? Onder
andere voor:
- de uitbetaling van salarissen en de aanschaf van materieel;
- het aantrekken van nieuw personeel;
- de creatie van extra arbeidsjaren binnen de afgesproken sterkte;
- de verbetering van de financiële bedrijfsvoering van regionale korpsen en het LSOP;
- de uitvoering van het regionale beleid van de korpsen.
Begroting
komende jaren
De
komende jaren nemen de kosten van de politie toe. Een veiliger Nederland
vraagt nu eenmaal om extra investeringen. Het kabinet heeft daarom extra
budget vrijgemaakt voor de politie. Dit extra budget is verwerkt in de
begroting van het ministerie van BZK. Om toezicht te houden op de besteding
van dat extra geld is in het Landelijk Kader afgesproken dat de politie zijn
prestaties moet verbeteren. Hiervoor zijn zogenaamde prestatie-indicatoren
ontwikkeld. Een voorbeeld van zo'n prestatie-indicator is de 'tevredenheid van
de burger over de politie', die gemeten wordt in de 'Politiemonitor
bevolking'.
Landelijke Kader Nederlandse Politie 2003-2006 |
|
De gezamenlijke korpsbeheerders van de 26 politiekorpsen hebben op 15 februari 2003 concrete resultaatafspraken gemaakt met minister Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en Donner (Justitie). Met de ondertekening van het Landelijk Kader Nederlandse Politie 2003-2006 slaan de ministers en de korpsbeheerders een nieuwe weg in om de resultaten van de Nederlandse politie zichtbaar en toetsbaar te maken. Als afgeleide van het landelijk kader zal voor 1 juli 2003 voor elk regionaal korps een afzonderlijk convenant gemaakt worden, afgestemd op de regionale situatie.
De Nederlandse politie ziet zich met de ondertekening voor een enorme krachtsinspanning gesteld om een grotere bijdrage te leveren aan de objectieve en subjectieve veiligheid in Nederland. Dat kan de Nederlandse politie niet alleen. Het wordt dan ook toe gejuicht, dat de ministers ook afspraken gaan maken met andere partijen die ook verantwoordelijk zijn voor de veiligheid, zoals het Openbaar Ministerie, de rechterlijke macht, het bedrijfsleven, de gemeenten en welzijnsorganisaties. Daarnaast is het positief dat ook het kabinet de verantwoordelijkheid neemt om wet- en regelgeving tot stand te brengen, die het de politie mogelijk maakt de afspraken na te komen.
Het Landelijk Kader is het enige kader dat in de periode 2003-2006 geldt voor de Nederlandse politie. De afspraken in dit kader vervangen het Beleidsplan Nederlandse Politie (BNP) en de jaarlijkse Landelijke Politiebrief (LPB) van de ministers van BZK en Justitie. |
Naar een veiliger samenleving |
|
Meer agenten en cellen. Sneller aangifte doen van misdrijven. Meer misdrijven ophelderen. Een snellere doorlooptijd in strafzaken. Veelplegers langer opsluiten. Uitbreiding van de strafrechtelijke opvang verslaafde criminelen (SOV). Dit zijn de hoofdlijnen uit de nota 'Naar een veiliger samenleving' van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Justitie. In de
nota 'Naar een veiliger samenleving' geeft het kabinet aan hoe het de
Nederlandse samenleving veiliger wil maken en welke middelen en methoden
het daarvoor inzet. De politie gaat zich meer bezighouden met haar kerntaken. Daarom moeten maatschappelijke instellingen onder andere de opvang van verslaafden en zwervers overnemen. De administratie rond de toelating van vreemdelingen draagt de politie over aan de IND. |
Personeelsbeleid
De 'Politie CAO 2001 - 2003' noemt het belang van ontwikkelingsgericht personeelsbeleid. Elk korps moet hiervoor een plan van aanpak opstellen. Hierin moet onder andere staan hoe het korps inspeelt op de samenstelling en het verloop van het personeel (leeftijdsopbouw, voldoende instroom reserveren), op welke wijze het korps invulling geeft aan loopbaanbeleid en welke personeelsinstrumenten (functioneringsgesprek, beoordeling, persoonlijk ontwikkelingsplan) het inzet.
Alleskunners
Een politieagent is een alleskunner. Dat moet ook wel. De politie wordt ingezet in talloze situaties. Een agent staat midden in de maatschappij en is bij veel zaken betrokken. Daar zitten heel wat problemen bij, die om een logische en systematische oplossing vragen. Bovendien heeft een agent voortdurend met mensen te maken. Politiemensen moeten zich kunnen verplaatsen in gedachten, gevoelens en reacties van anderen. Afwachten is niet de juiste manier. Daarbij moet een politieagent altijd goed weten wat hij of zij doet. Dit vereist bijzondere kwaliteiten;
- Het vermogen knopen te kunnen doorhakken, ook als er weinig informatie is;
- Verantwoordelijkheidsgevoel in elke situatie;
- Multiculturele verschillen respecteren;
- Zich naar eer en geweten gedragen naar de algemeen aanvaarde normen en waarden;
- Inzicht in eigen sterke en zwakke kanten.
Wilt u meer weten over werken bij de politie, kijk dan bij Werken bij of op www.politie-werving.nl.
Diversiteitsbeleid
De Nederlandse politie beseft dat de diversiteit van de Nederlandse samenleving belangrijke gevolgen heeft voor haar personeelsbeleid. Een representatief personeelsbestand is een noodzakelijke voorwaarde voor acceptatie, legitimatie en effectief optreden. Alle deelnemers in de Nederlandse samenleving moeten zich kunnen herkennen in de personeelssamenstelling van de Nederlandse politie. Dus mannen én vrouwen, homo's én hetero's, jongeren én ouderen, autochtonen én allochtonen.
Trends en ontwikkelingen
Nationale
recherche
Vanaf de zomer van 2003 heeft Nederland een nationale recherche. Het Openbaar
Ministerie stuurt de nationale recherche rechtstreeks aan. De korpsbeheerder
van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) is verantwoordelijk voor de
organisatie van de nationale recherche binnen het korps. Het
Korpsbeheerdersberaad draagt zorg voorde realisatie van de bovenregionale
rechercheteams (BRT's). Kijk voor meer informatie op de internetsite van het ministerie van Justitie.
Organisatie
De nationale recherche bestaat uit de zes kernteams, het Landelijk
Rechercheteam, de Unit Synthetische Drugs, de Unit Mensensmokkel en de
XTC-teams. Het Korps landelijke politiediensten (KLPD) beheert deze nieuwe
organisatie. De nationale recherche wordt op verschillende locaties in
Nederland gehuisvest. Zo willen politie en Openbaar Ministerie de
informatie-uitwisseling bevorderen, evenals de samenwerking tussen de
politieregio's. Door samenvoeging van de verschillende teams wordt een einde
gemaakt aan de versnippering van capaciteit, beheer en aansturing. Dit stelt
het OM en de politie in staat meer werk te maken van de bestrijding van
criminele groeperingen.
Taken
De belangrijkste taak van de nationale recherche is de bestrijding van zware
en georganiseerde misdaad met een landelijk of internationaal karakter.
Daarnaast levert de nationale recherche capaciteit voor internationale
samenwerkingsverbanden, zoals de 'joint teams' met buitenlandse
opsporingsdiensten en onderzoeken op verzoek van Europol en Eurojust.
Bijzondere aandacht krijgt de productie en verspreiding van XTC.
Bovenregionale rechercheteams
Naast de nationale recherche komen er vaste bovenregionale rechercheteams
(BRT's) voor de bestrijding van de middencriminaliteit. Het gaat dan om
criminaliteit die in meerdere regio's voorkomt, bijvoorbeeld roofovervallen,
illegale vuurwapenhandel en fraude. De zes BRT's worden ondergebracht bij de
politiekorpsen IJsselland, Kennemerland, Brabant Zuid-Oost,
Amsterdam-Amstelland, Rotterdam-Rijnmond en Haaglanden. De sterkte van deze
bovenregionale teams bedraagt 1% van de totale politiesterkte. Daar wordt de
capaciteit van de huidige interregionale fraudeteams (IFT's) nog eens aan
toegevoegd. Zo ontstaan krachtige bovenregionale rechercheteams die net als de
nationale recherche in de zomer van 2003 operationeel zijn.
De politie in cijfers
|
Hoeveel misdaden lost de Nederlandse politie op en naar welk oplossingspercentage streeft ze? Lees meer over deze en andere cijfers in 'Kerngegevens Nederlandse Politie' en het 'Jaarverslag Nederlandse Politie 2001'. Kerngegevens Nederlandse Politie 2001 De complete tekst van 'Kerngegevens Nederlandse Politie 2001' is te downloaden bij Documentatie. Jaarverslag Nederlandse Politie 2001 |
Integriteit |
|
De politie is de 'sterke arm' van bestuur en justitie. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat de politie de belangen van de rechtsorde dient. Daartoe heeft de politie de beschikking over vergaande bevoegdheden en dwangmiddelen zoals fouilleren, in beslag nemen, insluiten en geweld. Dit geeft elke politieagent de verantwoordelijkheid hiermee integer om te gaan. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat de politie geen geschenken aanneemt (en dus niet omkoopbaar is) en geen bijbaantjes (nevenfuncties) heeft, die conflicteren met het politiewerk. Het gaat dan bijvoorbeeld om ontoelaatbare nevenfuncties in de beveiliging, de horeca, het taxivervoer, op recherchebureaus, in de wapenhandel en het incassowezen. Als politieagenten dit soort bijbanen hebben, zouden burgers in verwarring kunnen raken wie ze op welk moment voor zich hebben. Alle korpsen hebben inmiddels 'Bureaus interne onderzoeken' (BIO's), die het 'wel of niet' integere gedrag van politiemedewerkers onder de loep nemen. |
Geschiedenis
In de Middeleeuwen begon Nederland met het oprichten van een soort overheid, die zich bezighield met de opsporing van strafbare feiten, het handhaven van de openbare orde en het verlenen van hulp. Napoleon maakte een begin met het oprichten van een politiemacht. Na het vertrek van Napoleon, besloot Nederland de politie écht op te richten. Steden konden geld vrijmaken voor een schout. Gemeenten voor een veldwachter, meer zat er niet in. De kwaliteit van deze veldwachter liet vaak te wensen over. Kunnen lezen of schrijven was niet belangrijk. Een groot lichaam in een uniform moest voldoende zijn om ontzag in te boezemen.
Vijf
politiekorpsen
In
1814 werd een Korps Marechaussee opgericht. Dit korps zou zorgen voor het
noodzakelijke politietoezicht in het land. Het korps was militaristisch en het
personeel zat in de kazerne. Het duurde nog lang voordat het hele land was
voorzien van politie. In 1858 was het op het platteland nog slecht gesteld en
daarom werd het Korps Rijksveldwacht opgericht. Dit bestond uit de
gerechtsdienaren en de opzieners van jacht en visserij. Deze personen kregen
meer bevoegdheden en mochten toezien op de openbare orde op het platteland. In
de grotere gemeenten werden gemeentepolitiekorpsen opgericht.
Zo bestonden er dus eigenlijk vijf politiemachten in Nederland:
- het Korps Marechaussee onder de minister van Defensie en Justitie (1200 man);
- het Korps Rijksveldwacht onder de minister van Justitie (1400 man);
- de gemeentepolitie onder de minister van Binnenlandse zaken (11000 man);
- de politietroepen onder de minister van Defensie (1600 man);
- de gemeenteveldwacht onder de Burgemeester.
Ze deden allemaal hetzelfde, maar hadden verschillende bazen.
Tweede
Wereldoorlog
Aan het begin van de oorlog kwam een 'Reichskommissar für die Niederlände'. De
politietroepen werden verdeeld over de Marechaussee, de Rijksveldwacht en de
gemeentepolitie. De Marechaussee werd bij het ministerie van Justitie
ondergebracht. In 1942 werd de hele Nederlandse politie onder de
directeur-generaal van Politie geplaatst. De gemeentelijke politiekorpsen
werden Staatspolitie. De scheiding tussen rijks- en gemeentelijke politiezorg
verdween. De volledige politiemacht bestond eind 1943 uit ongeveer 20.000
personen.
Rijks- en
gemeentepolitie
In
1945 bestond de politie eigenlijk niet meer, want in de ogen van de bevolking
waren bijna alle politiemensen fout geweest. Er moest een dienst komen, die de
openbare orde ging herstellen en controleren. Op 8 november 1945 werd het
Staatsbesluit genomen, dat de gemeentepolitie in aangewezen gemeenten met meer
dan 25.000 inwoners werkte en dat in het overige deel van het land een Corps
Rijkspolitie moest worden opgericht. De leiding van het Corps Rijkspolitie had
de minister van Justitie, de leiding van de gemeentepolitie lag bij de
minister van Binnenlandse zaken. Een baan bij het Corps Rijkspolitie was in
trek. Na de oorlog had iedereen wel zin in vast werk. Daarmee kwamen ook de
problemen, want mensen moesten natuurlijk aangekleed worden met een uniform en
wapenuitrusting. Aan alles was tekort. Rond de jaren 70 ontstond een groot
tekort aan politiemensen. Alle mensen, die direct na de oorlog waren
aangenomen, gingen met pensioen.
Reorganisatie
In 1993 vindt een grote reorganisatie plaats bij de politie. Rijks- en
gemeentepolitie verdwijnen. Nederland wordt ingedeeld in 25 regio's en elke
regio krijgt een korpschef. Elke regio werkt zelfstandig. Elke regio is weer
verdeeld in districten met elk een districtschef.
Naast de 25 regio's komt er nog een 26e korps: het Korps landelijke
politiediensten (KLPD). Bij elkaar werken nu ongeveer 50.000 mensen bij de
politie.
Opleidingen |
|
Het LSOP, Politie Onderwijs- en Kenniscentrum, levert onderwijs en kennisdiensten aan de politie. De instituten en diverse kenniscentra functioneren allen binnen een van de verschillende vakdomeinen van de politieorganisatie. Daarmee worden waarden en waarde toegevoegd om die politie toe te rusten op haar essentiële taak van handhaving van de openbare orde en veiligheid, dienstverlening en opsporing. Het LSOP is stevig verankerd in de politieorganisatie en kent vele samenwerkingsrelaties, ook met reguliere onderwijsinstellingen. Per jaar leggen ruim 30.000 (toekomstige) politiemensen contact met het LSOP, via selecties, advisering en initiële, postinitiële en additionele opleidingen. Leertrajecten van assistent politiemedewerker tot recherchemedewerker, van lid van de Mobiele Eenheid tot politiekundige verkeersspecialist. In opdracht en onder verantwoordelijkheid van de politieministers, is het politieonderwijs omgevormd tot een volwaardige beroepsopleiding op MBO, HBO en WO-niveau. Daarmee wordt de vraag naar gedifferentieerde toerusting van politiemensen voor de uitvoering van de steeds complexere taak in de samenleving gehonoreerd. Professionalisering van het vak, vermaatschappelijking en diplomagelijkwaardigheid met het reguliere onderwijs zijn sleutelbegrippen in het nieuwe politieonderwijs. Het nieuwe politieonderwijs is competentiegericht, dit is ook de basis voor het leren in de praktijk. De student leert zowel in de praktijk, als op het instituut, als op de onderwijsinstelling, het zogenaamd 'duaal leren'. Dit is de komende jaren zowel voor de korpsen als het LSOP een ingrijpend proces. Het LSOP, Politie Onderwijs- en Kenniscentrum, neemt binnen de dynamische politiewereld een bijzondere plaats in. Het doel van het LSOP is de Nederlandse politie professionaliseren. |
