Gemaakt 2002 Door: Daniëlle
Poolgebieden
Ik hou mijn spreekbeurt over poolgebieden, omdat ik het
een interessant onderwerp vindt.
POOLGEBIEDEN
De aarde heeft 2 poolgebieden. Het land en de zee rondom
de noordpool heet het noordpoolgebied. Aan de andere kant van de aarde, rondom
de zuidpool ligt het zuidpoolgebied ook wel Antarctica genoemd. Voor de
negentiende eeuw waren er nog nooit
mensen op Antarctica, het Zuidpoolgebied geweest.
Het Noordpoolgebied is een permanent met ijs bedekte
oceaan, bijna geheel omgeven door land. Het
Noordpoolgebied is permanent bedekt
met een grote, drijvende, tot 50 meter dikke ijskap.
Aan de grenzen daarvan liggen kale, boomloze eilanden en
enorme rotsachtige stukken land, die tenminste het helft van het jaar met sneeuw
bedekt zijn.
Middenin het zuidpoolgebied ligt een continent (land) dat
altijd met ijs is bedekt, met een oceaan eromheen. Antarctica is een enorme
woestenij die bijna helemaal door tot 4,5 km dikke ijskap wordt afgedekt. Het is
op vier na grootste werelddeel. Antarctica wordt aan alle kanten omgeven door
een ijskoude,stormachtige zee, ook
is het de koudste plek op aarde.
De koudste tempratuur ooit gemeten is -89,2 graden Celsius
In poolgebieden is er altijd ijs in de buurt. Het ligt
boven de grond, onder de grond en drijft op de zeeën. Het ijs bepaalt de vorm
van het landen voor sommige dieren, zoals ijsberen en zeehonden, vormt het ijs
een belangrijk onderdeel van hun leefgebied.
Een speciaal kenmerk van de poolzomer is het aanhoudende
daglicht, waardoor planten op het land en in zee een aantal weken per jaar aan
een stuk door kunnen groeien. Op de Noordpool komt de zon op 21 maart op en gaat
pas op 22
september weer onder. En wanneer hij eenmaal onder is gegaan komt hij tot het volgende jaar maart niet
meer op: Er is in de winter dus geen echt daglicht. Op de Zuidpool gebeurt
hetzelfde, alleen vallen de jaargetijden daar precies andersom. De poolgebieden
krijgen hun jaarlijkse hoeveelheid daglicht en duisternis dus voornamelijk in
twee lange perioden.
Door het koude klimaat is Antarctica vrijwel verstoken van
leven. Sommige insecten en bacteriën komen ervoor. Twee procent van het
oppervlakte van Antarctica is ijsvrij. Op deze ijsvrije delen, die zich langs de
kust begeven,groeit
Mos en leverkruid.
Vogels en zeehonden zijn in grote getallen aanwezig op
Antarctica. Deze leven voor het grootste deel van hun leven in of op het water,
waar ze hun voedsel verzamelen. Meestal komen ze alleen op het land om te rusten
of eieren te leggen. Vooral pinguïns zijn bekende bewoners van de wateren en
kusten van Antarctica. Van de zeehonden komen de Weddellzeehond en de
krabbeneter het meest voor op Antarctica. De krabbeneter is de talrijkste
zeehond ter wereld. Op en langs de kusten leven er ongeveer 15 miljoen.
Krill is de belangrijkste voedselbron voor een groot
aantal diersoorten van Antarctica. Krill zijn garnaalachtige diertjes van
ongeveer 4 cm. s’Zomers vormen ze enorme zwermen. DE beestjes zelf eten
plakton en op hun beurt worden ze in grote getallen door de antarctische
walvissen, zeehonden, inktvissen,pinguïns en vissen. Op deze manier is Krill
het belangrijkste lid van de antarctische voedselketen.
Dieren die aan de polen leven, noemen we pooldieren. De
ijsbeer is er een van. Hij leeft op het zeeijs van de Noordpool en aan de randen
ervan. IJsberen zijn reusachtige beesten. De mannetjes zijn groter dan de
vrouwtjes. Een mannetje kan wel 3 meter worden en tussen de 400 en 500 kilo
wegen. Hij eet zeehonden, vissen en vogels.
De dieren die op het zeeijs leven en in de Noordelijk
IJszee zwemmen, zijn goed aangepast aan die ijskoude omgeving. Dat moet ook wel,
want anders zouden ze binnen de kortste tijd doodvriezen.
Zo heeft de ijsbeer een dikke warme pels en onder zijn
huid zit ook nog een dikke speklaag. Ook zeehonden hebben een pels en een dikke
speklaag. Walvissen hebben alleen een speklaag, maar die is dan ook heel dik:
ongeveer 70 cm.
De vogels hebben een dik verenkleed. Tussen die veren
blijft lucht zitten, die lucht houdt de kou tegen.
Je zult pooldieren in de sneeuw en op ijs niet makkelijk
ontdekken. Allemaal hebben ze een witte pels of witte veren.
Daardoor vallen ze niet zo gauw op.
Tot slot
Het klimaat op aarde verandert. De gemiddelde temperatuur
stijgt. De top tien van de warmste jaren ooit wereldwijd gemeten zijn allemaal
voorgekomen na 1981.
Wereldwijd worden weerrecords gebroken in hitte, droogte
en regenval. Poolkappen en gletsjers smelten en de zeespiegel stijgt.
Dit wordt veroorzaakt door het broeikaseffect. Gassen in
de atmosfeer werken als een deken rond de aarde. Warmte van de zon, die de aarde
bereikt, kan daardoor niet zomaar weer verdwijnen in de ruimte. Gelukkig heeft
de aarde zo’n deken, anders zou het hier veel te koud zijn. Maar de laatste
jaren wordt de deken te dik. Dit komt grotendeels door menselijke activiteiten.
Door het verbranden van fossiele brandstoffen, zoals gas, olie en kolen brengen
we koolstofdioxide in de atmosfeer. Dit heeft een isolerende werking: deze
vervuiling wordt steeds groter. Er blijft meer warmte hangen. De temperatuur op
aarde stijgt en de poolgebieden zullen als eerste de gevolgen daarvan merken.
