Schapen

In elk deel van de wereld komen tegenwoordig schapen voor.

Schapen kunnen in elk klimaat of bodembedekking leven. Er zijn bijna 450 verschillende soorten schapen. We kunnen schapen in twee verschillende groepen indelen.

Landrasssen zijn klein van uiterlijk en ze stellen zich tevreden met een klein beetje voedsel deze schappen worden meestal gehouden door arme mensen die een klein stukje land hebben.

Cultuurrassen zijn bedoeld voor een bepaald doel.

Ze zijn ontstaan door inkruisen door doelgerichte fokkerijen.

De doelen waar ze voor worden gebruikt zijn vlees wol melk productie.

De cultuur rassen moet in tegenoverstelling meer eten hebben dan landrassen.

De schapen die speciaal voor wol zijn gefokt kunnen we nog in een paar andere categriorieen indelen.

  1. merino’s: zorgen voor fijne wol.
  2. Langwollige rassen en kruisingen vooral witkoppige schapen.
  3. Kortwollige rassen vooral grijze en zwartkoppige schapen.
  4. Grofwollige rassen vooral de bergrassen behoren daar toe.
  5. Haarschapen leveren geen wol en komen alleen voor in tropische en subtropische gebieden voor.

Schapen kunnen altijd en heel het jaar buiten blijven maar het is toch handig om een stal te hebben voor de schapen waar u ze BV eten kunt geven in de winter en waar hoogdrachtige schapen kunnen lammeren.

Het best is een stal op het land waar de schapen lopen kunt ook een gat erin maken zodat u schapen er zelf in en uit kunnen lopen.

Al lopen schapen lange tijd op natte ondergrond dan kunnen schapen allerlei ziekten krijgen zoals rotkreupel en diaree en in het ergste geval lever bot ziekte.

Zomers mag het in de stal niet te warm worden.

De schapen moeten op een mooie zomer dag juist verkoeling vinden in de stal.

Een stal moet een goede ventilatie hebben en de stal moet tocht vrij zijn. Openslaande ramen zijn ook zeer handig want in een stal moet het ook fris en licht zijn.

In een stal moet in elk geval een plekje zijn waar ooien kunnen lammeren.

Boven die plek moet een warmte lamp hangen om de het vocht tegen te gaan.

De vloer kan het best schuin aflopen om de ontlasting van de schapen af te voeren. Aan het einde van de schuin aflopende vloer moet u een gootje plaatsen die naar buiten gaat. U moet het zelf niet verwarmen in de stal want daardoor kunnen schapen makkelijker kou vatten. En als u schapen heeft lijkt mij dat niet zo leuk.

De schapen moeten altijd over vers drink water beschikken. Goed voldoen stalen emmers die je met een beugel op de muur kan hangen.

Door dat systeem kunnen schapen nooit meer de emmer omschoppen.

U kunt ook zogenaamde zelfdrinkers aansluiten aan de waterleiding zo beschikken schapen altijd over vers drink water.

Krachtvoer wordt bijna alleen in de stal gegeven. Het voer bak is daar bij erg handig. Ook kunt u het voer bak gebruiken om schapen te lokken al zijn de schapen gewent om op een bepaald tijdstip gevoerd te worden dan komen de schapen vanzelf dat bespaart u flink wat lopen.

U kunt ook een hooiruif ophangen die hooihuif ziet er zo uit:

 

 

 

 

 

De verzorging van schapen.

De hoeven van schapen vragen veel aandacht. De voorouders van de schapen die wij kennen liepen over harde ondergrond waardoor de hoeven vanzelf sleten.

De schapen die wij kennen lopen over zachte ondergrond waardoor hun hoefjes niet slijten. Dus de conclusie is dat u, bij u schapen geregeld de hoeven moet controleren of dat ze niet te groot worden.

De hoef bestaat uit hoornweefsel die net als bij onze nagels blijft groeien.

Bij schapen moeten in elk geval 2x worden geknipt in een jaar.

 

Schapen scheren.

Een maal per jaar worden schapen geschoren. Dus ze worden ontdaan van hun vacht. Meestal in juni. Het tijdstip waneer schapen worden geschoren hangt af van het weer. Al is het een paardagen warm geweest gaat de wol er sneller af dan waneer het een paar dagen koud is geweest. Het scheren van schapen is lang niet ongevaarlijk al gaat het niet goed dan kom meestal de zogenaamde scheerziekte voor. De scheerziekte komt vlak na het scheren voor. Deze ziekte ontstaat waneer er in de verkeerde houding wordt geschoren. Als er in de verkeerde houding wordt geschoren raken de ingewanden bekneld waardoor er een gas ontstaat. Dit gas is meestal dodelijk. De scheerziekte kunt u voorkomen door 12 uur van tevoren het schaap te laten vasten. Na een paar weken na het scheren moet u de huid behandelen (met wat staat niet in het boek).

 

Inwendige parasieten.

Inwendige parasieten bij schapen zijn: leverbot en maagdarm worm.

Deze parasieten zitten wel in bijna elke schaap en dus bij elke schapenhouder.

Dus u moet deze parasieten met de juiste middelen tegen gaan.

 

Omwentelen.

Schapen die op hun rug terechtkomen en niet door iets of iemand recht wordt gezet vindt bijna altijd de dood. Wanneer de dood intreedt is bij elke schaap verschillend soms is het na een uur afgelopen en soms na een halve dag pas.

Meestal valt een schaap om omdat deze jeuk aan zijn achterwerk heeft.

Dan zal het schaap proberen om op dat plekje te krabben of te likken of te schuren dan verliest het schaap zijn evenwicht en valt om.

Als een schaap omvalt noemt men dat omwentelen.

Schapen die

pas geschoren

zijn wentelen

nooit om ook

wentelen ze

nooit om als

Het regent.

Dus al hebt u een schaap kijk dan elke dag in de wei of dat er een schaap is omgewenteld.

 

De stal.

Een stal moet ook goed bijgehouden worden. In de zomer mag de grond niet teveel met hooi of stro bedekt zijn want dat trekt vliegen aan in grote getallen tegelijk aan en dat is niet echt fijn voor u niet en voor de schapen niet.

In de winter moet de laag stro en hooi juist weer dik zijn want dan werkt het isolerend.

Elke week moet u in de winter een vers laagje stro (of hooi)aan brengen.

Na de winter moet u de mest weer uit de stal halen, dat mest kunt u goed gebruiken voor u tuintje.

Het gras.

Het gras in ons klimaat groeit van ongeveer april tot november.

Vooral in april wil het gras nog wel eens snel uit de grond komen.

Het is dan ook belangrijk dat u een stukje grasveld maait en dat gras dan inkuilt of gewoon op de zolder van u stal bewaart voor in de winter.

De plek waar u het hooi bewaard is ook zeer belangrijk.

Op het plekje mag het niet vochtig zijn. Al ruikt hooi muf of al is het vochtig geweest voer her dan niet aan de schapen.

In de winter kunt u schapen ook krachtvoer geven door granen, peulvruchten, maïs, en andere zaken zoals vitamines en mineralen te malen en u schapen te voeren. Daar door ontstaan brokken deze brokken noemt men schapebrok.

 

 

Rammen en ooien.

Een ram (een mannetjes schaap) kan in september toten met oktober bij de ooien gelaten worden. Een jonge ram kan ongeveer 25 a 30ooien bevruchten. Bij oudere rammen kan dat oplopen tot 45 ooien. Ooilammeren die goed gezond en in een goede conditie verkeren kunnen al bij een leeftijd van 7 tot8 maanden gedekt worden. Schapen zijn namelijk al na 6 maanden al vruchtbaar. Jonge rammen kun je beter een jaar over laten slaan omdat hun lichaam nog niet volgroeid is bij ooien is dat hetzelfde. Rammen zijn soms er agressief waarbij ze zelfs hun verzorger aanvallen. Ook zijn er kalme rammen. Bij het verlaten van de wei willen sommige rammen wel eens je aanvallen. Dus bij het verlaten van de wei let dan goed op. Gemiddeld is de draagtijd van schapen 147 dagen, je kan dat gemakkelijk onthouden daar 5 maanden min 5 dagen= 147dagen. Tijdens de zwangerschap moet je zorgen dat een schaap in goede conditie blijft. In het begin groeit de eicel langzaam want het schaap geeft weinig extra voedsel. Na anderhalve maand kan je beginnen met 50 gram schapenbrok te geven en om de 7/10 dagen in een ander weiland te zetten. Al heb je geen vers weiland meer voer dan het aantal schapenbrokken op tot 200 gram. Bij sommige ooien kan dat oplopen tot 500 gram schapenbrokken. Zorg dat de schapen altijd in goede conditie blijven. Tijdens de laatste twee maanden zullen de vrucht(en) zich verdubbelen en zelfs misschien verdrievoudigen. Voor het werpen moeten schapen altijd over genoeg en vers drinkwater beschikken.

 

 

 

 

 

 

Wat zijn gewervelde dieren:

Gewervelde dieren hebben een inwendig skelet. De wervelkolom is opgebouwd uit wervels. De gewervelde dieren bestaan uit 5 groepen namelijk:

1: De vissen

2: De amfibieën

3: De reptielen

4: De vogels

5: De zoogdieren waartoe het schaap behoort.

 

De gebruikte boeken:

-Het leven op de boerderij

-Schapen, geschreven door Edward Kramer




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl