mijn spreekbeurt gaat over zweden
deze spreekbeurt is gemaakt door laura smits
1 Allemansrecht
De zweedse natuur staat open voor iedereen, maar men moet voorzichtig zijn met
de natuur en eerbied hebben voor zowel mens als dier. Het allemansrecht is geen
f formele wet in Zweden, het is eerder een oud gewoonterecht.
Hieronder een paar voorbeelden van wat je wel en niet mag in de zweedse natuur.
De volledige tekst van het Allemansrecht vind je op de website van
Naturverdsverket.
Dit mag je :
Je mag je vrij over andermans land of water bewegen, zolang dit geen hinder of
ongemak voor de eigenaar van het land of water veroorzaakt.
Je mag enkele dagen kamperen met een tent op het land van een ander, maar vraag
de eigenaar van het land liefst vooraf om toestemming.
Je mag bloemen, bessen en paddestoelen plukken voor eigen gebruik.
Je mag een kampvuur aanleggen, maar overtuig je er eerst van dat er geen
vuurverbod geldt.
Dit mag je niet :
Je mag geen bomen omhakken of omzagen.
Je mag geen afval achterlaten in de natuur.
Je mag niet met een motorvoertuig in het terrein rijden.
Je mag niet jagen en/of vissen. Vrij vissen mag je alleen langs de kust en in de
vijf grootste meren. In alle overige wateren dien je te beschikken over een
visvergunning.
Je mag in de periode van 1 maart tot en met 20 augustus je hond niet los laten
lopen. Buiten deze periode dien je je hond zodanig onder controle te hebben dat
deze geen last veroorzaakt voor de wilde dieren.
2 De Vikingtijd ( 800 - 1050 )
Samenleving en staat in de Vikingtijd
Vikingschip
Net als alle germaanse volkeren leefde de bevolking van Zweden in familiegroepen
voor dat de staat werd gevormd. Zelfs daarna beleven de familiebanden erg
belangrijk. Aanvankelijk had de germaanse staatsvorm het karakter van een
verzameling kleine staatjes. Ook Zweden bestond in het begin uit een verzameling
kleinere staatjes die elk ongeveer een provincie vormden. In die staatjes werd
de macht gehandhaafd door enerzijds het volk en deels door koningen. Al voor de
eindstrijd tussen de Svear en de Goten was er sprake van de twee grote
koninkrijken Svearike en Getarike. Na de overwinning van de Svear ging het
nieuwe land verder als Sverige en de bevolking als Svenskar. De op deze manier
tot stand gebrachte staat was gedurende lange tijd erg zwak. De koning kon ter
verdediging van het land een beroep doen op volkslegers en plunder- en
veroveringstochten organiseren. Daarnaast had de koning, in de tijd dat Zweden
nog niet gekerstend was, de zorg over de tempel van Uppsala. De macht van de
koning bestond eigenlijk alleen maar uit een grote troep trouwe hoofdmannen en
krijgers. De koning was in staat deze mannen tevreden te houden door met behulp
van zijn bezittingen ervoor te zorgen zijn mannen voldoende te eten hadden en
tevreden waren en door giften van de bevolking. Van een regering en een
belastingstelsel was in die tijd geen sprake. Belasting was onverenigbaar met
politieke vrijheid. Het rijk was in feite een slechts door de koning bijeen
gehouden verbond van autonome provincies die onder leiding van hun hoofdmannen
hun eigen wetten, rechtspraak en bestuur regelden. Een gevolg van de manier
waarop het land werd gevormd is dat de koningstitel gebonden was aan het
geslacht van de eerste koningen van de Svear. Het recht om een nieuwe koning te
kiezen lag bij het gerecht Mora Stenar. De neiwue koning werd gekozen door de
drie noordelijke provincies. De andere provincies mochten daarna slechts de
nieuwe koning huldigen. Voor het overige waren alle provincies gelijkgesteld. De
samenlevingsvorm was redelijk democratisch en bestond voornamelijk uit politiek
gelijkgestelde grondeigenaren (boeren), maar onder hen stelden enkele grote
boeren zich boven de massa. Een niet gering deel van de bevolking bestond uit
slaven en lijfeigenen. De vikingtochten zorgden voor een verdere verrijking van
de grote boeren en een verdere uitbreiding van het aantal slaven en lijfeigenen.
Vikingtochten
Terwijl de Scandinavische landen zich in heel verschillende mate bezighielden
met de volsverhuizingen die uiteindelijk tot de ondergang van het Romeinse Rijk
leidden, omtwikkelde de Vikingtochten zich tot een specifieke Scandinavische
aangelegenheid. In de tochten naar het westen spelen de Zweden nauwelijks een
rol van betekenis. De toenemende kracht van het Zweedse volk richtte zich
voornamelijk op het zuiden en het oosten. Met door de koning georganiseerde en
gefinancierde plundertochten naar de overkant van de Oostzee werd niet alleen
een hoop krijgsbuit naar Zweden gebracht, maar ook grote "belastinggebieden"
onder de macht van de zweedse koning gebracht. Een van de merkwaardigste
ondernemingen uit die tijd was het stichten van het Russische Rijk door de
privepersoon Rurik en zijn mannen in ongeveer 860. Een met die onderneming
samenhangende gebeurtenis was de rekrutering van de Bizantijnse Garde die vanuit
Zweden werd gestuurd. Ook in het zuiden werd rond het jaar 900 door de zweedse
Viking Olof een zweeds rijk gesticht op het deense Jutland. Olof werd opgevolgd
door zijn zoon Gnupa. Het werd korte tijd later alweer veroverd door de deense
koning Gorm en zijn opvolgers. Als de Vikingtochten onder een eenduidige,
doelbewuste leiding hadden plaats gevonden dan zou waarschijnlijk heel
Noord-Europa Scandinavisch geworden zijn. Nu liep dat allemaal op niets uit. In
de nieuwe gevormde staten Rusland, Normandi‘ en een deel van Engeland verloren
de noordelijk emigranten hun nationaliteit en dat betekende voor de
Scandinavische landen een verzwakking. Dat de Scandinavische landen zich naast
de overige landen in Europa zich verder konden ontwikkelen is voor het grootste
deel te danken aan de angst die er in Europa heerste voor de razende Vikingen.
De Vikingtochten openden ook vele handelswegen en speciaal de Zweedse Vikingen
begrepen heel goed hoe ze hier het meeste voordeel van konden hebben, zoals te
zien is aan nederzttingen asl Birka, Sigtuna en Gotland. Het avontuurlijke
Vikingleven lag ook aan de basis van de noordelijke dichtkunst met haar goden-
en heldenliederen. Tot slot waren het de Vikingtochten die ervoor zorgden dat
Zweden haar debuut maakte op het Europese staatstoneel. Het belangrijkste gevolg
darvan was de invoering van het christendom in Zweden. De handels- en
plundertochten brachten de eerste kennis over het christendom naar Scandinavie
en de behoefte om de heidense krijgslust van de Vikingen wat te dempen bracht
het reeds christelijke deel van Europa ertoe om zich erg in te spannen voor de
kerstening van de Vikingen. Met de invoering van het christendom liepen ook de
plundetochten van de Vikingen ten einde. De monnik Ansgar kwam voor het eerst
rond het jaar 830 naar Zweden, maar pas ongeveer 200 jaar later, na de doop van
Olof Skatkonung werd het christendom meer aanvaard.
Interne strijd tussen de Scandinavische volkeren
De sterke kracht van de noordse volken liet zich niet allen zien in de reizen
van de Vikingen, maar ook in de interne oorlogen. Net als Zweden was Denemarken
aan het begin van deze periode al een eenheid. Noorwegen werd ana het eind van
de 9e eeuw een eenheid door toedoen van Harald Horfager. Tussen de drie landen
vonden geweldige krachtmetingen plaats. Deze kunnen beschouwd worden als
voortzettingen van de bewegingen die kleinere samenlevingen lieten samensmelten
tot landen. Door de geringe cultuurverschillen in die tijd leek het niet
onmogelijk dat heel Scandinavi‘ tot een land zou samensmelten. Maar de drang om
onafhankelijk te blijven was groter dan de krachten om samen te smelten en een
politieke eenheid werd niet gevonden en er trad zelfs een verdere verwijdering
op. De lijst met namen van koningen uit het begin van de Vikingtijd is in hoge
mate verwarrend, maar verschillende historische namen zijnndankzij de
christelijke missie bewaard gebleven en duiden op een en hetzelfde geslacht. Bij
het eerste bezoek van Ansgar aan Zweden heette de koning Bjorn en bij zijn
tweede bezoek in ongeveer 852 Olof. IJslandse bronnen vermelden op het eind van
de 9e eeuw de zweedse koning Erik Emundsson en daarna zijn zoon Bjorn. Deze
laatste zou gedurende een periode van 50 jaar aan de macht geweest zijn, maar
volgens Adam van Bremen zou Zweden kort voor het jaar 935 door interne strijd
uiteen gevallen zijn, waarbij Bohuslan aan Noorwegen toekwam en Halland aan
Denemarken. Adam van Bremen vertelt verder dat rond 960 een koning Emund
Eriksson in Zweden regeerde en was hij en niet Bjorn, zoals ijslandse bronnen
melden, de vader van de koningen Erik Segersall en Olof. Na de dood van de
laatste eiste zijn zoon Styrbjorn de troon op en kreeg daarbij steun van de zoon
van de deense koning Gorms Harald Blotand die daarmee probeerde macht in Zweden
te verwerven, maar Styrbjorn werd in 980 in de slag bij Fyrisvallarna verslagen
door zijn oom koning Erik die daarbij ook Denemarken veroverde op de Harald
Blotands zoon Sven Tveskigg en daarmee Zweden tot het machtigste rijk van het
noorden maakte. Deze situatie was niet te handhaven onder het bewind van Erik's
zoon en opvolger Olof Skatkonung. Sven Tveskigg heroverde Denemarken. Het deel
van Noorwegen dat Olaf veroverd had op Olaf Tryggvesson in de slag bij Svolder
ging verloren toen Olaf Haraldsson (Olaf de Heilige) in 1015 het noorse rijk
opnieuw stichtte. Het bedreigende overwicht dat Denemarken daarna kreeg onder
Svens zoon Knut de Grote zorgde ervoor dat Anund Jakob, de zoon van Olaf
Skattkonung, een verbond aanging met Olaf Haraldsson, maar zij konden niet
verhinderen dat Knut de Grote Noorwegen veroverde. De voor Zweden buitengewoon
vervaarlijke vereniging van Denemarken en Noorwegen loste zich rond 1047 op en
aan het einde van deze periode waren er de drie zelfstandige rijken Zweden,
Noorwegen en Denemarken met ieder hun eigen identiteit. Bij Zweden hoorden toen
nog niet de huidge provincies Skane, Halland, Blekinge en Bohuslan, waarvan de
eerste drie bij Denemarken hoorden en de laatste bij Noorwegen. De Zweedse
bezittingen aan de andere kant van de Oostzee waen inmiddels ook verloren
gegaan. Met Anund Jakobs broer en opvolger Emund de Oude stierf de mannelijke
lijn van het koninklijk geslacht uit.
3 Het Zweeds is misschien wel de meest welluidende taal van
Scandinavi‘.
Ook in het Zweeds zijn er verschillen tussen de vaak door
dialekten beinvloede spreektaal (Talsprak) en de officiele schrijftaal
(Rikssprak). In het zuidelijk deel van Zweden is de invloed van het Deens goed
merkbaar, terwijl de taal in het westen en noord-westen meer verwantschap heeft
met het Noors.
U kunt zich op zeer veel verschillende manieren vertrouwd maken met het Zweeds.
Voor de een is een enkel woordje Zweeds genoeg om zich te kunnen redden bij
bijv. het boodschappen doen. Voor de ander mag het best een universitaire studie
zijn.
