Door Jennifer Wegman, 7-12-95, groep 6

 

 

Vrijdag de dertiende

 

Hoofdstuk 1 De god van de bliksem

Heel lang geleden woonden de mensen in kleine zelfgebouwde hutten. Elke dag weer afwachten; is er genoeg eten gevonden? Ze hadden geen voorraadje eten. Die mensen voelden zich helemaal niet zo veilig. Er lagen gevaarlijke dieren op de loer, ziektes konden uitbreken. Ze hadden geen weerman om hen dingen uit te leggen over het weer. Als het ging bliksemen werden ze doodsbang. Ze dachten dan dat de god van de bliksem hen strafte. Ze gaven dan een offer; ze doodden een schaap of verbrandden een deel van de oogst. De rook bracht het offer naar de god, geloofden ze. Er kwamen ook regels. Als je die opvolgde, dachten ze, dat het dan goed met je zou gaan.

 

Hoofdstuk 2 Dertien blijft een ongeluksgetal

 

De mensen zijn nu nog steeds een beetje bijgelovig. Dat klinkt misschien gek, maar dat is misschien niet helemaal waar. Mensen zijn diep in zichzelf bang voor de bliksem en voor kwade krachten. Bijgeloof kan je helpen rustiger te blijven. In een vliegtuig is geen vluchtnummer dertien. Kamer dertien in een hotel is er ook niet en in Parijs heet het dertiende huis huisnummer 12b. Dat zorgt ervoor dat iedereen zich op zijn gemak voelt. En weet je ook waarom dertien een ongeluksgetal is? Twaalf was altijd al een mooi getal. Bij Doornroosje waren twaalf goede feeën. Twee keer twaalf uren, twaalf maanden, twaalf sterrenbeelden en twaalf goden op de berg Olympus. Een getal dat direct na een mooi getal komt, vonden de mensen juist geen mooi getal. Eigenlijk is dertien een soort spelbreker voor ons. Maar er is een uitzondering. Want met de dertiende maand krijg je een maand extra geld van je baas. Dat is fijn, want dat is eigenlijk dat je een maand niet hoeft te werken.

 

Hoofdstuk 3 Knoflook tegen vampiers

 

Iedereen is wel eens een beetje bijgelovig. Hier komt het A.B.C bijgeloof!

 

A van afwassen -Als je tijdens het afwassen iets breekt en daarna nog iets, gooi dan expres iets ouds kapot op de grond, anders breek je iets duurs.

B van bed - kijk ’s avonds onder je bed. Dan verjaag je de duivel.

C van cirkel - als je een cirkel om je heen trekt, kan niemand je iets doen.

D van deur - doe nooit twee deuren tegelijk open. Dan komen de kwade geesten binnen.

E van eikel - met een eikeltje bij je blijf je er altijd jong uitzien.

F van fluiten - fluit niet voor het slapengaan. Zo roep je de duivel.

G van gapen - als een jongen en een meisje tegelijk gapen, zijn ze verliefd.

H van handdoek - droog nooit met je vriend(in) je handen op hetzelfde moment aan één handdoek. Dan krijg je ruzie.

I van intelligent- met twee kruinen op je hoofd ben je erg slim.

J van jeuk- met jeuk aan je rechterenkel krijg je veel geld.

K van knoflook- hang overal knoflook op, dan blijven de vampiers buiten.

L van lieveheersbeestje- wie een lieveheersbeestje dood, krijgt ongeluk.

M van munt- munten uit je geboortejaar brengen geluk.

N van nachtmerrie- leg twee sokken met een speld erdoor op je voeteneind. Dan krijg je geen nachtmerrie.

O van onzichtbaar- met een vleermuisoog ben je onzichtbaar.

P van pannenkoek- pannenkoeken brengen geluk.

R van roeren- roeren met je linkerhand brengt ongeluk.

S van schoenveters- doe als iemand je veters strikt een wens, die komt uit.

T van tong- wie tijdens het eten op zijn tong bijt, heeft net gejokt.

U van urine- plast een meisje over de schoen van een jongen, dan wordt hij verliefd op haar.

V van vingers- kruis onder een leugen om bestwil je vingers, dan kan het geen kwaad.

W van wieg- laat een wieg schommelen en binnen een jaar heb je een broertje of zusje.

IJ van ijzer- glanzend ijzer schrikt boze geesten af.

Z van zingen- zing niet voor het ontbijt. Dat brengt ongeluk.

Zo, dat was het A.B.C bijgeloof.

 

Hoofdstuk 4 Regels die elkaar tegenspreken

 

Je zou bijna denken dat bijgeloof klopt, vroeger was bijna overal wel één of andere reden voor. Maar veel klopt niet, want sommige regels spreken elkaar tegen. Heel veel mensen denken dat als ze een zwarte kat zien, ongeluk krijgen. Zeelieden van vroeger dachten juist dat zwarte katten geluk brachten. Onder een ladder doorlopen is gevaarlijk van zichzelf, maar er is ook een andere reden voor. Een driehoek is een heilig teken. Liep je er doorheen, dan was je oneerbiedig tegen de goden en kon je dus gestraft worden. Maar er is nog een reden. Vaak stond een ladder tegen een galg. Daar hing meestal een lijk aan en die kon je op je hoofd krijgen. Maar je kreeg juist geluk als je daarna met je armen een kruis sloeg. Er is nog iets dat volgens de mensen ook hielp. Spuug op je schoenen en wacht tot het spuug is opgedroogd. Dan mocht je weer om kijken. Zo is er ook iets bij liegen. Volgens de één kreeg je vlekjes op je tong en volgens de ander een rode streep op je voorhoofd. Deze is ook leuk: kijk nooit boos als de klok twaalf slaat, dan blijft je gezicht zo staan. Verder met de ladder, je kunt ook verf op je hoofd krijgen van de schilder.

 

 

Hoofdstuk 5 Voor de lol

Soms weet je dat iets niet waar is. Toch wil je erin blijven geloven. Zoals Sinterklaas, je weet best dat je ouders snoep en cadeaus geven maar toch blijft het leuk. Een heerlijk bijgeloof. Je weet vast nog hoe jammer je het vond toen je achter de waarheid kwam. En de tandenfee. Ze zeggen dat je je melktanden onder je kussen moet leggen, en je krijgt een euro. Dat doen natuurlijk je ouders en niet de tandenfee. Met sport kan bijgeloof ook helpen. Denk maar aan die mascottes die geluk moeten brengen. Een mascotte is eigenlijk alleen maar voor de lol. Kinderen hebben nog meer bijgeloof. Denk maar aan het plukken van de blaadjes van madeliefjes. Of aan de wens, als je alle pluisjes van een paardebloem in één keer wegblaast. Volgens het bijgeloof mag je ook een wens doen als je een vallende ster ziet, of alle kaarsjes op je taart in één keer uitblaast. Ken je het hikversje om hik te verhelpen. Zo gaat dat:

 

Hikke pikke pauw,

Ik geef de hik aan jou.

Ik geef de hik aan een anderman,

Die de hik gebruiken kan.

Dat werkt natuurlijk nooit. En ken je dit spelletje: zeg met een vriend(in) tegelijk rood, wit, blauw. Zeg daarna tegelijk één van die kleuren die je zelf kiest. Zeg je allebei dezelfde, dan mag je een wens doen.

13 Quizvragen

 

1.     Noem vier redenen waarom je niet onder een ladder door moet lopen.

 

   

 

 

2.     Waarvoor is een cirkel op de grond?

 

3.     Wat denken zeelieden van zwarte katten?

 

 

4.Wat dachten de mensen vroeger als het onweerde?

 

 

5.Hoe gaat het hikversje?

 

 

 

 

6.waarom is dertien een ongeluksgetal?

 

7.Hoe krijg je geluk, ook al liep je onder een ladder door?

 

8.Leg het “rood, wit, blauw” spelletje uit.

 

 

 

9. Wat krijg je volgens het bijgeloof door liegen?

 

10. Wat doet de tandenfee volgens het bijgeloof?

 

11. Wanneer kruis je je vingers?

 

12. Wat heb je net gedaan als je op je tong bijt?

 

13. Bedenk zelf een nieuw bijgeloof




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl