Voedingssupplement versus doping!

 

Er dreigt een vervaging tussen voedingssupplementen en doping te ontstaan, aldus voedingsdeskundige en begeleider van de Nederlandse schaatskernploeg, Joris Hermans.

Met deze opmerking heeft Joris Hermans, docent sportvoeding en inspanningsfysiologie aan een post hbo opleiding aan de hoge school van Arnhem en Nijmegen (HAN), mij dusdanig geprikkeld dat de volgende vraag in mij opkwam:

 

Is Creatine een voedingssupplement of doping als men dit extra toevoegt aan het lichaam om een sport prestatie te verbeteren?

 

Mijn stelling hierover is dat alles wat ik extra toedien aan mijn lichaam, om mijn sport prestatie te verbeteren, voedingssupplementen zijn, indien deze sport prestatie in een niet competitief verband word toegepast en niet schadelijk is voor mijn gezondheid. Indien ik wel een sport prestatie lever in een competitief verband, is alles wat ik extra toedien aan mijn lichaam om mijn sport prestatie te verbeteren, doping!

 

Om een duidelijk antwoord op mijn vraag te krijgen moet je eerst een aantal vragen beantwoorden die bij een ieder die deze vraag leest meteen opkomen.

 

Om tot een zorgvuldig antwoord op mijn vraag te komen zal ik eerst deze vragen oplossen.

Verder zal ik duidelijke bronnen gebruiken om tot een gefundeerd antwoord te komen, en proberen deze sport ethisch te onderbouwen.

 

Wat is de functie van Creatine in ons lichaam?

 

In ons lichaam is ATP (adenosinetrifosfaat) de enige direct bruikbare vorm van chemische energie die er voor kan zorgen om tot een contractie van een spier te komen.

Een ATP molecuul bevat drie fosfaatgroepen, in de binding van de tweede en de derde fosfaatgroep is veel chemische energie vastgelegd. Wanneer de derde fosfaatgroep van ATP wordt afgesplitst, komt de chemische energie vrij en ontstaat ADP (adenosinedifosfaat) de vrijgekomen chemische energie wordt benut voor bijvoorbeeld contractie van spieren. De totale voorraad ATP in de spieren is voldoende voor slechts enkele seconden arbeid Het lichaam is daardoor voortdurend bezig om ATP terug te vormen. Om dit te realiseren wordt ADP en Creatine Fosfaat omgezet in ATP.

De energie die vrijkomt bij de splitsing van Creatine Fosfaat (CP) wordt onmiddellijk gebruikt voor de vorming van ATP.(fosforylering)

 

 

 


 

 

Creatine (Cr) is in de vorm van Creatinefosfaat (PCr) vooral tijdens korte intensieve inspanning een belangrijke energiebron in de spiercel (Creatinefosfaat + ADP é ATP + Creatine)

 

Creatine Fosfaat is een lichaamseigen stof, opgeslagen in de spieren, maar van een geringe hoeveelheid. Het lichaam kan zelf Creatine aanmaken in de lever, alvleesklier en nieren, dit wordt gebruikt om de voorraad in de spieren weer aangevuld te krijgen. Dit duurt overigens enkele minuten. Er wordt ook een kleine hoeveelheid uit de voeding gehaald. Creatine komt van nature voor in vlees.

Creatine is vandaag de dag ongetwijfeld èèn van de meest gebruikte voedingssupplementen in de sportwereld.

 


Wat is het effect van Creatine als men dit extra toediend aan het lichaam?

 

Effecten van Creatine supplementen die wetenschappelijk onderzocht zijn;(1)

 

Effecten die aan Creatine supplementen worden toegeschreven maar nog niet voldoende wetenschappelijk onderzocht zijn; (1)

 

 

Directe Anabole werking?

 

Uit verschillende studies (2,3) blijkt dat de suppletie van Creatine leidt tot een toename in de hoeveelheid Creatinefosfaat in de spier; Dit heeft een positief effect op zowel een eenmalige (kortdurende) maximale inspanning als op herhaalde (kortdurende) intensieve inspanningen.

En een toename in de hoeveelheid vrije Cr in de spier, waardoor de resynthese van Creatinefosfaat sneller kan optreden.

Ook deze factor heeft een positief effect op herhaalde (kortdurende) intensieve inspanningen.

 

In een recente publicatie geven Volek et al. (4) echter aan dat er mogelijk ook anabole effecten (vergroten spiermassa) een rol spelen.

Zij beschreven een studie waarin tien proefpersonen gedurende twaalf weken Creatine kregen toegediend; de eerste week 25 gram per dag (de "oplaadfase") en vervolgens 5 gram per dag (week 2-12).

De overige negen proefpersonen kregen gedurende de gehele periode een placebo. Alle proefpersonen startten na de eerste week met een krachttrainingsprogramma, begeleid door een persoonlijke trainer.

Na twaalf weken bleek de Creatine-groep een duidelijk grotere toename in lichaamsgewicht, vetvrije massa, prestatievermogen en in de dwarsdoorsnede van de spiervezels te hebben bereikt dan de placebo-groep. Verder was ook de totale hoeveelheid Creatine in de spier duidelijk toegenomen in de Creatine-groep, in tegenstelling tot de placebo-groep.

Op het eerste gezicht lijken deze resultaten slechts de "bekende" gevolgen van Creatinesuppletie te bevestigen: door het gebruik van Creatine was de Creatine-groep in staat meer trainingsarbeid te verrichten (een sneller herstel tijdens en na de trainingen). Vergeleken met de placebo-groep heeft dit geleid tot een "groter" trainingseffect.

Men zou daarom kunnen zeggen dat Creatine in combinatie met (kracht)training een indirecte anabole werking heeft.

Maar Volek et al. (4) geven aan dat er mogelijk ook sprake is van een directe anabole werking.

Zij wijzen hierbij op de toename in lichaamsgewicht en vetvrije massa, die zij bij de Creatine-groep al na de eerste week (zonder training) vonden.

Op zich is een toename in het lichaamsgewicht een bekende bijwerking van Creatine, die men toeschrijft aan een verandering in de hydratiestatus binnen de spiercellen dat wil zeggen de spiercellen houden meer water vast.

Maar dit kan niet de gevonden toename in de vetvrije massa, bepaald door onderwater wegen, verklaren

 

Toedienen en inname van Creatine (1)

 

Toedienen van Creatine-monohydraat werkt gunstiger dan andere vormen zoals Creatinefosfaat. Het lichaam moet fosfaten namelijk eerst afbreken tot monohydraten voordat het door de spieren kan worden opgenomen. Door het innemen van monohydraten kan het lichaam als het ware een stap overslaan.

Inname:

 

*De reden dat Creatine sterker werkt als het opgelost wordt in een zoete vloeistof is, dat zo de insuline productie gestimuleerd wordt. Insuline is een stofje dat nodig is om suiker naar de spieren te brengen. Insuline bevordert daarmee tevens de opname van Creatine door de spiercellen.

 

Andere toepassingen (1)

 

Bijwerkingen

De werking van Creatine supplementen is gebaseerd op het verhogen van de hoeveelheid creatine in de spieren. Om tot hypertrofie te komen moet men veel extra creatine tot zich nemen, veel van deze extra creatine verdwijnt weer in je urine.

Dat is waarom sommige onderzoekers beweren dat Creatinesupplementen nier problemen kan geven. Om extra Creatine af te voeren moet het lichaam 25% meer urine produceren

Zou deze extra belasting voor de nieren, kunnen leiden tot een nierziekte?

Volgens de onderzoekers is het risico zeer laag, maar zeker niet nul. Men vermoedt dat het risico voor nierpatiënten groter is dan voor overigen. (5)

 

Tot nu toe zijn er (nog) geen negatieve bijwerkingen geconstateerd, mits men zich hield aan de voorgeschreven doseringen. Wel dient voorzichtigheid geboden te worden voor het merk Creatine dat gekozen wordt. Veel Creatine, voornamelijk uit Oost Azië, wordt gemengd met vulstoffen en heeft nauwelijks een lichamelijke werking. Uitgebreide laboratoriumonderzoeken hebben bewezen dat andere Creatine merken ook vaak afval of toxische stoffen bevatten. Bijwerkingen door toxische stoffen uiten zich vaak in lichte hoofdpijn, misselijkheid, darmklachten, obstipatie, hartkloppingen en mogelijke nier -en leverschade.

Over het algemeen wordt gesteld dat zuivere Creatine geen bijwerkingen kent. (1)

 

 

 

 

 


Wat zijn voedingssupplementen?


Vitamines en mineralen zijn essentiële voedingsstoffen, die onmisbaar zijn voor groei, het functioneren van het lichaam en herstel na ziekte. Het lichaam maakt de meeste vitaminen en mineralen niet zelf aan, ze kunnen alleen uit voeding of supplementen worden verkregen. Uit welke van de twee de mens die haalt maakt niet uit.(6)

Vitaminen (A, B, C, D, E en K), mineralen (natrium, calcium en kalium) en sporen elementen (ijzer, zink en chroom) komen veel voor in groenten, fruit, melk, brood en boter. Bij normale voeding zijn er geen te korten van deze stoffen. Alleen ijzer gebrek kan een probleem vormen voor mensen die veel en zwaar lichamelijk actief zijn.

 

In de nieuwsbrief van het Wereld Kanker Fonds stond een stukje over het nut van voedingssupplementen en terecht wees men erop dat in eerste instantie natuurlijk het dieet moet kloppen. Leuk om te lezen was de bewering dat mensen die voedingssupplementen kopen meestal al voldoende voedingsstoffen uit hun voeding halen, daar deze mensen gezonder eten dan de gemiddelde persoon die geen voedingssupplement gebruikt.(7)


Sportdranken

 

Sportdranken bestaan uit water, koolhydraten, elektrolyten en een combinatie van glucose/dextrose en/of fructose. Afhankelijk van welk product zijn er ook vaak proteïnen, vitaminen en mineralen aanwezig.

Een isotone drank, waarvan de concentratie gelijk is aan die van de lichaamsvloeistoffen, verblijft korter in de maag en wordt sneller op genomen.

 

 

 

 

Wat is doping?


 

 

Volgens het woordenboek is doping, het toepassen van bedwelmende of stimulerende middelen, het laatste betreffende bij paarden op wedrennen en bij sport beoefenaars om hogere prestaties te krijgen.

Stimuleren is volgens het woordenboek de werkzaamheid (proberen te) bevorderen.

Dus als men de letterkunde mag geloven, is Creatine doping! Daar men met het extra toedienen van Creatine aan het lichaam de prestaties verbeterd (dit is volgens verschillende bronnen wetenschappelijk bewezen)

Volgens de W.A.D.A.(world anti dope agency) is doping het gebruik van een substantie die potentieel gevaarlijk is voor de atleten en/of verhoging van prestaties kan leiden.

Dus ook als men de regels van de W.A.D.A. letterlijk neemt is Creatine doping! Daar het extra toedienen van Creatine de sport prestatie verbeterd.

 

Nederland
Door de ondertekening van de Europese Anti-Doping Conventie van de Raad van Europa geldt in Nederland sinds 1 juni 1995 deze 'Overeenkomst ter bestrijding van doping'. De Nederlandse overheid heeft zich dus verplicht een antidopingbeleid te voeren. Maar anders dan bijvoorbeeld België en Frankrijk kent Nederland geen specifieke wetgeving om dopinggebruik in de sport te bestrijden. Aan de georganiseerde sport wordt overgelaten de juiste maatregelen te treffen. Bovendien heeft de toenmalige staatssecretaris van Sport, E. Terpstra, op 30 juni van dit jaar het IADA-document ondertekent. Dit International Anti-Doping Arrangement is een afspraak tussen een aantal landen om doping te bestrijden via een adequaat controlesysteem, educatie en bestrijding van de handel
.

 

NOC*NSF
Binnen de Nederlandse sportwereld is de koepelorganisatie NOC*NSF de eerst verantwoordelijke voor het algemene dopingbeleid. In 1993 sprak het bestuur zich officieel uit voor een actieve, doelmatige en consistente bestrijding van doping, voor verdere harmonisatie van de regelgeving, voor het uitvoeren van controles door de nationale sportorganisaties en voor straffen bij dopinggebruik. De nationale sportkoepel is ook gesprekspartner voor de overheid. Het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) is het instituut dat het dopingbeleid uitvoert. NOC*NSF, artsenorganisaties en de topsporters zijn in het bestuur van het NeCeDo vertegenwoordigd.

 

 

,,Doping is strijdig met de ethiek van zowel de sport als de medische wetenschap'', zo staat te lezen aan het begin van de 'lijst van verboden groepen van stoffen en verboden methoden', kortweg de dopinglijst van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). In eerste instantie geldt hij voor de Olympische Spelen zelf, maar de meeste nationale en internationale sportorganisaties hanteren de IOC-lijst als uitgangspunt. Zowel middelen die prestatieverhogend kunnen werken als middelen die de gezondheid kan schaden, staan erop

 

Er zijn vijf dopinggroepen:

 

A. Stimulantia
Het meest beruchte voorbeeld van stimulantia zijn amfetaminen waarvan het gebruik vooral bij duursporters wordt vermoed. Tot de bijwerkingen behoren rusteloosheid, hoofdpijn, duizeligheid, hallucinaties, hartkloppingen en stijging van de bloeddruk. Andere voorbeelden zijn psychostimulantia als cocaïne, dat het vermoeidheidsgevoel kan verminderen, en coffeïne. Coffeïne is niet geheel verboden; in de urine mag een concentratie van 12 microgram per milliliter voorkomen. Bij het drinken van drie tot zes koppen koffie per dag is dat overigens al mogelijk. Ook sympathicomimetica behoren tot deze groepen, hoewel een stof als efedrine vaak voorkomt in middelen als neusdruppels en hoestdranken tegen verkoudheid en hooikoorts. Sommige middelen worden ook bij de behandeling van astma of andere aandoeningen van de luchtwegen gebruikt.

B. Narcotische analgetica
Het gaat hier om pijnstillers, die ertoe kunnen bijdragen dat sporters beter kunnen 'afzien', maar die ook verslavend kunnen zijn. Voorbeelden zijn morfine en tramadol. Tot de bijwerkingen behoren misselijkheid, obstipatie, galsteenkolieken en ademhalingsdepressie. Ook een stof als codeïne, die tegen hoesten kan worden gebruikt, viel jarenlang onder deze categorie, maar is tegenwoordig toegestaan.

C. Anabole middelen
Anabole steroïden bevorderen de aanmaak van eiwit en gaan de afbraak ervan tegen, vooral in de geslachtsorganen, de huid, het skelet en de skeletspieren. Soms gaan ze de vetafbraak tegen. Testosteron, een geslachtshormoon dat van nature in het lichaam voorkomt, en andere, verwante steroïden hebben invloed op de groei en kunnen bij vrouwen vermannelijking en menstruatiestoornissen veroorzaken en bij mannen prostaatvergroting en remming van de vorming van zaadcellen.

D. Diuretica
Diuretica worden gebruikt om bij bepaalde ziektes zout en water uit het lichaam te elimineren. Sporters gebruiken ze om hun lichaamsgewicht te verminderen. Bij sporten als judo, gewichtheffen, boksen en worstelen is het lichaamsgewicht van belang om te voldoen aan de eisen die aan de indeling in een gewichtsklasse worden gesteld. Volgens het IOC is het medisch niet verantwoord en ethisch onaanvaardbaar om zo snel het eigen gewicht te verminderen. Dat geldt evenvoor het gebruik ervan als 'maskeringsmiddel'. Met diuretica kan een snellere uitscheiding van de urine worden opgewekt, waardoor de concentratie van geneesmiddelen in de urine wordt verlaagd en verboden stoffen dus moeilijker zijn aan te tonen. Tot de bijwerkingen behoort een verstoorde water- en elektrolytenbalans, die gepaard gaat met een droge mond en kramp. Ook is er een verhoogde kans op vermoeidheid.

E. Peptide, glycoproteïne hormonen en analoga
Een middel als HCG vergroot bij mannen de productie van testosteren en bij vrouwen van oestrogenen. Een ander voorbeeld is het groeihormoon HGH dat de omvang van de skeletspieren beïnvloedt. Het IOC vindt het gebruik van groeihormonen in de sport onethisch en gevaarlijk door verscheidene bijwerkingen, zoals allergische reacties. Groei- en andere hormonen zijn dikwijls niet in de urine aan te tonen en worden daarom soms door sporters gebruikt in plaats van middelen die wel via de urine zijn op te sporen. Het IOC stelt het gebruik van dergelijke stoffen gelijk aan dat van testosteron en corticosteroïden. Tot deze categorie behoort ook het middel EPO (erytropoëtine) dat in de Tour de France zoveel commotie veroorzaakte. Trombose en pseudogriepsymptomen behoren tot de bijwerkingenen vooral het risico dat het hart het door EPO verdikte bloed niet meer kan rondpompen
.


 

 

Conclusie!

 

 Gedurende mijn zoektocht naar informatie over dit onderwerp, kwam ik in bijna alle bronnen steeds de woorden: kan, mogelijke en eventueel tegen, waaruit ik moet concluderen dat de belofte die ik gedaan heb om duidelijke bronnen te citeren, niet kan waarmaken. Er is dus geen zwart en wit zoals ik in mijn stellingname beweer, doch een grijs terrein, vervaging zoals Joris Hermans het noemt.

Verder wil ik nu ingaan op de sportethiek. Ethiek gaat over normen en waarden. Normen zijn vast gesteld volgens de lijsten van verboden middelen van de verschillende organisaties. Dus dat is om mijn termen te gebruiken redelijk wit c.q. zwart, doch waarden is iets waar de samenleving over beslist en dit kan per regio of sport verschillend zijn. Dus dit is een duidelijk grijs gebied.

Zodra ethiek aan de order is, zal er altijd een discussie zijn, daar normen en zeker waarden niet voor een ieder het zelfde zijn.

Hierdoor kan ik alleen maar concluderen dat mijn stellingname niet deugd!

 

Afsluiting

Mijn winst m.b.t. dit werkstuk is dat ik een hoop extra kennis heb op gedaan over deze materie, en dit goed te pas komt in mijn dagelijkse werkzaamheden, daar veel revalidanten waar ik mee werk supplementen gebruiken om hun prestaties te verbeteren en ik zolang er nog geen regelgeving is in mijn bedrijf (Landmacht), over dit onderwerp nu een beter advies kan geven.

 

Aanbeveling wat betreft gebruik van Creatine en voedingssupplementen:

 

Referenties

1. Sergeant Majoor R.Borecki  LO/Sport groep t’Harde ‘Creatine gebruik zinvol?

2. Bolotte, C.P. (1998). Creatine supplementation in athletes: benefits and potential risks. Journal of the Louisiana State Medical Society. Vol.150, No. 7, pp 325-327. #

3. Hopkins, W.G. (1999). Polarized training and hypoxic muscles: highlights of the ACSM annual meeting. http://www.sportsci.org/jour/9902/wghacsm.html. , No. . #

4. Volek, J.S., N.D. Duncan, S.A. Mazzetti, R.S. Staron., et al. (1999). Performance and muscle fiber adaptations to creatine supplementation and heavy resistance training. MedicineandScience in Sports and Exercise. Vol.31, No. 8, pp 1147-1156. #

5. Poortmans JR, Francaux M (1999). Long-term oral creatine supplementation does not impair renal function in healthy athletes. Medicine and Science in Sports and Exercise 31, 1108-1110

6. Angela Severs  Voedings Informatie Bureau

7. Muscle & Fitness

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl