Deze spreekbeurt werd gemaakt door Michiel

 

                                      

                                     Formule 1

 

Ik houd mijn spreekbeurt over Formule 1 omdat ik het een leuke sport vind.

En ik vind het leuk om naar te kijken

Ik ga het in mijn spreekbeurt hebben over: De geschiedenis van de Autosport, De Grand Prix, De Auto, Zwaar en Gevaarlijk, De vlaggen

 

                                                                     

 

   1.De geschiedenis van de Autosport

 

De eerste echte race was in 1887 in Frankrijk. De coureurs reden van Parijs tot de kustplaats Bordeaux en terug. Het was wel 1178 kilometer. Er werd ook heel lang gereden want het gemiddelde van de winnaar was 24 kilometer per uur. Nou daar hadden ze dus 2 hele dagen over gedaan. De auto was langzaam maar ook onbetrouwbaar. Ondertussen moesten de coureurs aan de auto sleutelen en hadden ze geen pitsstop. Er werd ook zonder helm gereden maar met een pet achterstevoren gereden. In die tijd bestond de auto net, dus wisten ze nog niet echt veel van auto’s. De eerste races werden op een normale weg gereden. Er was toen toch nog weinig verkeer. Want je moest rijk zijn als je een auto had. Onder de race kwamen de coureurs ook fietsers of een paard en wagen tegen. Er gebeurden toen nog niet veel ernstige ongelukken, maar in 1903 waren er bij een ongeluk 10 doden. Want de mensen staan gewoon op een stoep te kijken.

De regering van Frankrijk verbood naar het ongeluk meteen alle races op de weg. En dus werden er circuits aan gemaakt. In 1906 werd de eerste race op een circuit gehouden.  

 

                2. De Grand Prix

Sinds 1950 rijden Formule 1-wagens om het kampioenschap. Ze rijden dan Grand Prix’s of Grote Prijzen in het Nederlands. Georganiseerd door FIA. Federation Internationale de l’Automobile. Met een Grand Prix wordt alleen de wedstrijd bedoeld en dus niet de vrije trainingen en de kwalificatie. Met een vrije training, op vrijdag, gaat het op volgorde van de nummers van de coureur die op dit plaatje die ik nu doorgeef staan. Als iedereen is geweest gaat de coureur met de slechtste tijd weer rijden. Bij de kwalificatie, op zaterdag, gaat de coureur die eerste was geworden met de vorige race als eerste de baan op. Het is dan de eerste run. Dat betekent de eerste ronde.

Het gaat dan nog niet om Pole Position. Pole Position is dat je eerste staat aan het begin van de race. Met de eerste run gaan ze kijken wie de snelste tijd rijd. En wie het snelste reed gaat met de tweede run het laatste de baan op.

Dus begin je met de eerste run als laatste en je rijd de slechtste tijd mag je maar 2 minuten aan je auto zitten en dan mag je weer weg. Als de 2e run afgelopen is dan mogen ze zelf weten wanneer ze de baan op gaan. Maar naar een uur moet het afgelopen zijn. Dan zijn alle plaatsen bekend voor de grote dag op zondag. Op zondag gaan de auto’s voor de startstreep staan. Het team kan dan nog even de auto zitten. Als ze weg moeten. Gaan de coureurs eerst een warming-up rondje rijden. Ze kunnen zo de banden warm rijden. Als ze klaar zijn gaan ze op hun plekken staan. En dan gaan de 4 lampen op rood. 1 voor 1 gaan ze uit en als alles uit is duurt het ongeveer 5 seconden en dan springt het op groen. Alle auto’s rijden nu weg. Meestal blijven er wel een paar staan want die starten niet goed. Ze rijden ongeveer 60 rondjes ligt eraan hoe lang het is. Als je wint dan krijg je 10 punten voor het kampioenschap word je tweede dan krijg je er 6, derde 4 punten, vierde 3 punten, vijfde 2 punten en zesde 1 punt. De rest krijgt niks. Alle punten worden bij elkaar opgeteld en wie de meeste heeft is Wereldkampioen. Er is ook een regel voor een Grand Prix. Dat je maar 1 motor mag gebruiken in 1 weekend. Dus als je motor word opgeblazen in de vrije training of kwalificatie dan heb je een probleem.

Ze moeten dan aan de motor gaan sleutelen en dat kost veel tijd.

 

Als je met Formule 1 mee wilt doen dan moet je eerst in andere klassen racen. Bijvoorbeeld Formule 3000, Formule 2 of DTM racen. Als een team in je geïnteresseerd is dan mag je bij hun testen. Dat betekent dat je met vrije trainingen mag oefenen. De meeste coureurs zijn begonnen met karten en toen gingen ze de grote racesport in. Als je echt wilt mee doen met Formule 1 dan moet je een B-License halen. Dat is een rijbewijs voor Formule 1. Dat betekent dat je 300 kilometer moet rijden voor het rijbewijs.

Pas dan mag je meedoen. Je moet ook veel geld hebben. Als je bijvoorbeeld bij Ferrari wilt rijden moet je je eigen sponsors op die auto zetten en dat kost wel een paar miljoenen! In een Grand Prix moet je vaak naar de PITS. De pits is een werkplaats voor een team. Hier tanken ze bij, wisselen ze banden en maken de auto. Het is meestal naar 8 seconden afgelopen. De monteurs werken goed samen. Kijk maar op dit plaatje.

 

                                         3. De Auto

 

De auto is veel veranderd van het begin tot nu. Toen ik dit auto-tje kocht dacht ik wat een lelijk ding. Vergeleken met die van nu. Maar dat is nog maar eentje uit 1952 als je die van 1887 ziet dan schrik je erger. De auto is veel veranderd zo had het in 1967 een hele grote vleugel heel hoog der op. Hier nog een aantal plaatjes van de Formule 1 auto’s  De cockpit, waar je in zit, is ook om hoog gegaan. Zo dat je hoofd niet zo maar tegen een rand aan vliegt. Er zitten wel een paar nadelen in een Formule 1 auto. Als je uit de auto wilt moet je eerst het stuur der af halen. Dus als je auto in de hens staat moet je snel zijn. Als een Formule 1 wagen op een lang stuk rijdt, rijd hij soms wel harder dan 300 kilometer per uur. Een normale auto lukt dat nooit. Dat komt omdat de motor van een Formule 1 auto krachtiger is. Maar hij werkt wel op de zelfde manier als bij een normale auto. In de auto wordt een mengsel van benzine en lucht gesproeid en samengeperst.

 

Een vonk laat het mengsel exploderen. Door dit komt de stang van de wielen in beweging. Na de explosie worden de verbrande gassen door de uitlaat geduwd. Want daar kan de auto niks meer mee. Dit gaat de hele tijd door zodat de wielen blijven draaien.

In 1970 werd de Turbo motor uitgevonden. Deze zorgt ervoor dat de auto nog sneller draait. Vroeger reden ze hier nog mee, maar nu mag dat niet meer. Formule 1 wagens hebben brede en grootte banden. Deze banden zitten vast aan driehoekige stangen. Triangel armen. De achterbanden zijn het breedst. Brede banden zorgen voor goede grip op de weg. Banden worden vaak gewisseld. Of ze zijn versleten. Of het gaat regenen. Ze hebben dan speciale regenbanden. Die zorgen voor meer grip op een natte weg. Bij regenbanden drukken de banden het water onder de banden weg.

In ieder wiel zit 1 remschijf. Dat is een gladde schijf. Die wij ook op die fiets hebben. Als de coureur op de rem drukt. Dan gaan de schijven tegen het wiel aan en remt hij de wielen af. Als de coureur hard op de rem drukt worden de schijven heet.

Speciale koelbuizen zorgen dat ze weer afkoelen. De motor moet ook worden gekoeld.

De radiator zorgt ervoor dat het koelwater voor de motor wordt afgekoeld door de wind. Die door het gat hier zo door gaat. Want als de motor te heet wordt kan de motor opgeblazen worden. En dan moet je der snel uit. En dan is Grand Prix alweer voorbij.

De motor zit vlak achter de cockpit. De stuurstang zit voor de cockpit. De stuurstang zit aan het stuur vast. Hij draait de wielen om. Bij de wielen zitten ook schokdempers. Zij zorgen ervoor dat als je ergens heel erg veert. Dat je dan meteen goed terecht komt. De cockpit waar ze inzitten is lang. Ze kunnen er gewoon languit in liggen. Het stuur wordt pas vastgemaakt als je ingestapt bent. Op zijn stuur kan hij alles zien. Wat er kapot is met zijn auto en hij kan horen of hij de pits in moet. De gaspedalen zijn in de formule 1 auto hetzelfde als in een normale auto: gassen, remmen en koppeling. Alleen kan de Formule 1 met zijn vingers schakelen. Achter zijn auto zitten knoppen waarmee hij schakelt. Het werkt het zelfde als bij ons op de fiets. Lage versnelling ga je zacht, hoge versnelling ga je hard.

 

                                       4.Zwaar en Gevaarlijk

 

Formule 1 is een zware en een gevaarlijke sport. Een coureur moet niet alleen een goede conditie hebben. Maar ook een gespierd lichaam. Wat dacht je van nekspieren je moet hele tijd als je een bocht neemt word je hoofd helemaal mee gerukt. Het hoofd wordt met afremmen en versnellen, alleen maar naar achteren en voren geschud. Maar dat is nog niet alles. Wat dacht je van het rijden. Daar krijg je wel spierpijn van als je hele tijd met je voet op dat pedaal zit. Daarom komen coureurs altijd met spierpijn uit hun auto. Een coureur moet ook geconcentreerd blijven. Maak je 1 klein foutje dan ligt je alweer uit de race. Een auto knalt soms met grote snelheid tegen de wand aan en vliegt dan 3 keer in de rondten en vliegt in de brand. Gelukkig overleeft de coureur het meestal wel de laatste tijd. Toch zijn er veel verongelukt.

De mensen waren blij dat na de jaren 70 geen doden meer vielen. Maar er was toch een iemand die dood ging en dat was Ayrton Senna. Een van de beste coureurs ooit. Het was een grote schrik. Er is veel gedaan de laatste tijd om de veiligheid te verbeteren. Als een racewagen in de brand vliegt, kan een coureur geen zuurstof meer krijgen. Daarvoor is de helm verbonden met een zuurstoffles. De coureur kan zo blijven ademen en krijgt zo geen gevaarlijke lucht binnen. Ook heeft de coureur een brandwerend pak. Zo kunnen er geen brandwonden op de huid komen. Verder heeft de coureur nauwsluitende handschoenen en lichte laarzen aan. De coureur heeft ook een witte muts onder zijn helm. Zodat zijn haar niet alle kanten op gaat staan en dat het niet in de weg komt te zitten. Zijn glazen op zijn helm zijn van kogelvrij glas zodat zijn glazen niet kunnen breken. De cockpit is ook versterk met rolstangen zodat de coureur nooit de auto op zich krijgt als hij over de kop vliegt.

 

 

 

 

                     

               5. De vlaggen

Op een circuit staan in bijna alle bochten mensen. Ze zijn soort scheidsrechters.

Als er bijvoorbeeld een ongeluk is gebeurd, op het lange stuk, zwaaien ze met een Gele vlag. Op het lange stuk.

Ik noem nu alle vlaggen op.

De gele vlag: de gele vlag wordt gebruikt als er gevaar is op de weg. De coureurs moeten in dat stuk snelheid minderen. En ze mogen ook niet inhalen.

De groene vlag: Dit is het einde van de gele vlag. Dus dan mag je weer inhalen.

De blauwe vlag: de blauwe vlag betekent dat er achter je een snellere wagen aan komt. Je moet dan meteen aan de kant.

De rode vlag: het einde van de training of kwalificatie.

De zwart-wit geblokte vlag: het einde van de race. Deze word gewapperd voor de winnaar.

De Witte vlag: dit word gemeld als er een safety car komt. Een safety car is een auto die een coureur moet volgen. Ze mogen dan niet inhalen.

De zwart met oranje vlag: deze vlag betekent dat je een kapot stuk aan je auto hebt en dat je naar de pits moet.

De zwarte vlag: dat een coureur een Stop and Go penalty moet nemen. Als je een Stop and Go penalty krijgt dan heb je een overtreding gemaakt. Je moet dan 10 seconden in de pits blijven.

Geel met rode strepen: er ligt olie of water op de weg.

 

 

Dit was mijn spreekbeurt!!!




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl