Voorwoord

De reden dat ik mijn spreekbeurt en mijn werkstuk over heksen doe is dat ik graag boeken lees over heksen. In het begin van het schooljaar heb ik ook al een boekbespreking gehouden over een boek dat over heksen ging. Tevens weet ik zelf nog bijna niets van de geschiedenis over heksen en omdat ik denk dat er best veel over te vertellen  zal zijn. Ook ben ik al naar allebei de films van Harry Potter geweest en hierin speelt ook een goede heks of tovenares mee. Nu heeft dit mijn nieuwsgierigheid gewekt en wil ik wel eens wat meer te weten komen over heksen en leek het mij leuk om jullie hier ook iets over te vertellen. Het toveren, de heksendrankjes en vliegen spreken mij wel aan. Ook het griezelen en soms komische van de heksen leek me leuk om eens beter naar het wel of niet bestaan van heksen te gaan bekijken.

In dit werkstuk kun je veel te weten komen over heksen. Ik heb zelf boeken gehaald bij de bibliotheek waar heel veel geschiedenis in staat en heb het doorgelezen. Het is heel leuk als je dingen gaat lezen waar je eigenlijk niet zo veel van af weet.

Iedereen is diep in zijn hart wel ergens bang voor. Dat is altijd zo geweest. Iedereen heeft zijn duivels, of boze geesten. Waar kwade dingen gebeuren staan de tovenaars klaar, maar ook de heksen! Zij zorgen natuurlijk voor het kwaad. Zij vechten tegen de duivel. Maar wat is een heks? Er zijn maar weinig mensen die in heksen geloven.Toch zijn er altijd heksen geweest. Ze kregen de schuld van alles.Van ziekte en armoede, van ongeluk en dood. Alles was de schuld van de heksen. Duizenden heksen zijn vervolgd, gevangen en gedood meestal op een wrede manier. Verdienen deze heksen echt straf? Vlogen ze echt op bezems? Maakte ze echt drankjes? Konden ze echt de duivel op roepen? Of waren ze onschuldig? Waren ze de slachtoffers van haat? Ik hoop dat ik jullie nu iets meer kan vertellen over heksen en dat dit een beetje angst voor heksen  wegneemt. Je leest het allemaal in dit werkstuk.        

 

Wat ik zelf weet

Zoals ik in het voorwoord al zei ik weet niet veel van de geschiedenis over heksen. Wat ik wel weet is dat heksen altijd heel gemeen zijn geweest dat komt heel vaak in een boek over heksen voor, heksen kunnen ook heel goed toveren. De meeste heksen hebben dan ook dieren vriendjes zoals bijvoorbeeld de uil,de zwarte kat en een slang. De meeste mensen denken dat heksen er heel lelijk uit zien (ik zelf ook) maar toch is dat niet altijd zo! Sommige heksen zijn juist heel erg mooi.

Die hopen dan ook dat ze gewoon net als ieder ander mens op straat kunnen lopen, zonder dat er zoveel om hun uiterlijk gelachen word. Met carnaval gaan sommige kinderen of ouderen ook verkleed als heks en dan wel lelijk! Waarom alleen maar lelijk terwijl  heksen ook heel mooi kunnen zijn? Dat komt omdat er in de meeste boeken over heksen meestal word geschreven dat heksen lelijk zijn. De mensen gaan er dan weer vanuit dat dat dan ook zo is.

Ook zijn de heksen heel goed in toverdrankjes maken. Dat doen ze vaak in een grote ronde ketel. Ze stoppen er alles in wat er in het grote toverboek staat. Vaak toveren ze iets om waar ze een hekel aan hebben.

 

Oorsprong

Wat of wie zijn nou eigenlijk heksen? Volgens de encyclopedie geloven de mensen dat heksen vrouwen zijn die in aanraking kunnen komen met de zogenaamde boze machten (de duivel). Vrouwen die daarbij bepaalde geheime krachten krijgen waarmee ze bijvoorbeeld mensen en dieren kunnen omtoveren, betoveren of ziek kunnen maken. Over de hele wereld geloofde men dit en de mensen hebben hierin altijd geloofd en nu nog steeds. Zolang als we maar kunnen denken. Heksen komen zelfs in de meeste godsdiensten (het Christelijk geloof) voor. De mensen dachten dan dat de heks samenwerkte met de duivel en dat de heks voornamelijk uit was op seks, seks was vroeger een taboe (dat wil zeggen men mocht hier niet over praten en was alleen maar om kindjes te krijgen en niet omdat het ook nog leuk was om te doen). De mensen dachten ook dat de heksen ’s-nachts rondvlogen op bezemstelen.

In de middeleeuwen en de 16e en 17e eeuw leidde dit zelfs tot het jagen op heksen.

 

Wel of geen heks?

Hoe wist men nu of iemand heks was of dat iemand geen heks was?

Om te weten te kunnen komen of iemand heks is heeft men vroeger allerlei testen verzonnen. Een van deze testen was onder andere de waterproef. Bij deze proef werd de vrouw waarvan men dacht dat ze heks was met haar rechter teen aan haar linker duim gebonden en in het water gegooid. Als deze vrouw / heks dan bleef drijven dan had men bewezen dat ze heks was. De meeste vrouwen waarbij deze proef werd gehouden verdronken. Het was dan wel bewezen dat deze vrouwen geen heksen waren maar ze waren wel dood. Eigenlijk was dit nog erger want nu was er iemand dood voor niks.

Omdat de mensen dachten dat de heksen allemaal samen werkten deed men allemaal vreselijke dingen met de vrouwen waarvan men dacht dat ze heks waren. Ze folterde deze vrouwen, dat wil zeggen ze sloegen deze vrouwen met stokken, zwepen, legde ze op de pijnbank en nog meer nare dingen in de hoop dat deze heks dan zou zeggen wie er in het dorp of omgeving nog meer allemaal heks waren. Als de vrouwen / heksen dan toch maar zeiden dat ze heks waren omdat ze dan niet meer werden gefolterd. Het gevolg was dan wel dat de vrouwen op de brandstapel werden gezet en verbrand.

Ooit was er een meneer die ze  “De grote heksenjager” noemden. Deze man zocht bij mensen, waarvan ze dachten dat ze  heksen waren, naar “duivelsmerken”. Dat waren wratten of geboortevlekken. Hierdoor werden duizenden mensen vermoord.

Dit noemde men de heksenprocessen. Na verloop van tijd is hieraan een einde gekomen. Toch is het geloof in heksen niet verdwenen.

 

      Waarzeggerij…

Altijd hebben mensen aan waarzeggen gedaan. Kun je een geheim niet oplossen? Dan ga je naar een waarzegster! Die weet het wel! Waarzeggen kan op weel manieren. Je kan in een glazenbol kijken. Je kunt met getallen goochelen of handlezen. Astrologen lezen de toekomst in sterren. Anderen gebruiken tarotkaarten. Theeblaadjes zijn ook goed. Zelfs sandalen die in de lucht gegooid worden!      

Dieren en heksen

De zwarte kat is een hele goeie dieren vriend van de heks. Als je een zwarte kat ziet lopen is dat een teken dat je gevaar loopt(zeggen ze). Dan is er altijd een gevaar in de buurt meestal komt er dan in sprookjes een heks.

De zwarte kat heeft nog steeds een betekenis bij veel mensen. Men denkt dat als er een zwarte kat voor je langs loopt dat er dan iets ergs met je gaat gebeuren. Dit noemen we bijgeloof. Een ander voorbeeld van bijgeloof is vrijdag de 13e . Twee jaar geleden heb ik zelf iets naars meegemaakt op vrijdag de 13e dit was een ongeluk. Zelf ben ik wel een beetje bijgelovig en zeker na dit ongeluk. Er is ook een bijgeloof met zout. Zout is het teken van het goede. Mensen kunnen er niet buiten. Als je zout morst brengt dat ongeluk.(zeggen ze)

Ook de gitzwarte raaf is een hele goeie dieren vriend van de heks. Gitzwart is de kleur van de nacht. Vaak is een raaf in de buurt van de heksen gezien. Als je de film van Doornroosje hebt gezien dan zie je ook dat de zwarte raaf een belangrijke rol heeft. Zoals ik al schreef is de raaf vaak in de buurt van de heks dat is in de film ook. De raaf vliegt altijd om de heks heen.   

 

Heksentijd

Vroeger werden mensen beschuldigd iemand kwaad doen door tovenarij. Dat betekende dat ze door hulp van toverkunst andere mensen ziek maakten of zelfs dood. Ze zouden ook dieren kunnen doden. Met de tovenarij probeerden de mensen de wereld om zich heen te veranderen en om zelf een beter leven te krijgen. Ze dachten dat ze met de toverkunsten rijk zouden worden en geluk in de liefde zouden krijgen. Zo’n 500 jaar geleden, in 1500, dacht iedereen in West –Europa dat je christelijk moest zijn. De paus was de baas van alle christenen. Alles wat hij zei over het geloof was een soort wet waar iedereen zich aan moest houden. Als je dat niet deed werd je ‘ketter’ genoemd en dat was heel erg want je mocht dan niet meer met andere mensen omgaan en je kon zelfs gevangen worden genomen. Als je niet toegaf dat je iets verkeerds had gedaan dan werd je als ketter levend verbrand.    

 

 

In de loop der eeuwen veranderde de kerk een paar keer van gedachte:

In de 8e eeuw zei de kerk dat iedereen die in heksen geloofden een ketter was.

In de 15e eeuw was het precies het tegenovergestelde want iedereen die niet in een heks geloofde was een ketter en wie wel in heksen geloofden was geen ketter. Bovendien was ook elke heks automatisch een ketter.    

 

Heksen en de Duivel

De heksen gaven toe dat ze een verbond met de duivel hadden gesloten. In ruil daarvoor kregen ze op aarde een bepaalde macht. De macht van de heksen kwam dus van de duivel en kon dus nooit voor goede dingen gebruikt worden.

Omdat verbond met de duivel te krijgen moest de heks verschijnen op een groot heksenfeest, de zogenaamde ‘heksensabbat’. Dat waren volgens de vervolgers, grote feesten met veel drank, eten en seks. De hoogtepunten van het feest waren het slachten van een christelijk kind (gestolen uit de wieg) en het geven van de ‘infame kus’. Die kus hield in dat alle heksen een kus moesten geven op het achterwerk van een zwarte bok. Over die bok werd gezegd dat hij de duivel voorstelde. 

Later gaf de duivel de heks een dier als bewijs van hun verbond. Het verbond met de duivel werd gesloten door dat zij zei God niet meer te dienen en een overeenkomst met de duivel met haar bloed te ondertekenen. Als dat gebeurt kreeg de heks een merkteken op haar lichaam als bewijs dat zij de dienares van de duivel was geworden. Dat merkteken kon overal zitten en er uitzien als een wrat of litteken. Dit is onder andere verzonnen door schrijvers.

Veel schrijvers in de 16e en 17e eeuw bedachten daar nog allerlei dingen bij. Zo konden heksen zich om toveren in dieren of op een bezem vliegen of op eens aan de andere kant van de wereld staan. Huisdieren werden door de vervolgers daarbij vaak gezien als een soort ‘huisgeest’. Daar zou dan een soort duivel in schuil staan. Vaak werden padden en katten (meestal zwarte) daarvan beschuldigd, later kwamen daar ook andere dieren bij, zoals apen, vliegen, vleermuizen, zeehonden, vissen, varkens en allerlei vogels. Het zou voor de heks zo makkelijker zijn zichzelf in een dier te veranderen. En hoe vreemder het dier hoe banger de mensen waren. Het hoogste punt in al die verhalen was dus die heksensabbat. Als de heks voldoende was voorbereid, dan werd zij opgeroepen om aan het grote nachtelijke heksenfeest mee te doen. Midden in de nacht werd de heks gewaarschuwd door een geluid dat alleen zij kon horen. Zij moest zich dan uitkleden en zich in smeren met ‘toverzalf’. Daarna vloog zij op een bezem, een bok of een kleed naar een plek ergens in het bos of op een berg. De duivel was daar aanwezig in de gedaante van een grote zwarte man of van een zwarte bok. De duivel begon eerst met het tellen van de aanwezigen. Daarna begon het feest. Tafels met eten en drank verschenen uit het niets en men bespotte op alle manieren het christelijke geloof.

Zijn Heksen echt gevaarlijk

Men vroeg zich af of heksen echt zo gevaarlijk waren. Als ze zoveel macht van de duivel hadden gekregen, waarom waren ze dan niet rijk en machtig? De gevangen genomen heksen waren bijna altijd arm. Waar mensen bang voor waren was de tovenarij van de heksen. Het kwam toch nooit voor dat heksen op een magische manier uit de gevangenis ontsnappen?

 

Tegenstander

Een belangrijke tegen stander was Johannes Wier (1515-1588) hij was geboren in Grave (Noord-Brabant) als zoon van een handelaar. Hij studeerde medicijnen in Frankrijk en kwam als dokter in aanraking met mensen die ‘gek’ waren. Hij ontdekte dat veel mensen die van hekserij beschuldigd werden geestelijk in de war waren. In zijn verdediging van heksen stelt hij dat het ging om vrouwen die door de duivel in de war werden gebracht. Het grote verschil met de heksenjagers was dus dat hij heksen niet schuldig vond aan ‘hekserij’, maar dat hij zei dat ze niet verantwoordelijk waren voor hun daden.

Nederland was het eerste land waar niet meer achter de heksen werd aangejaagd.

 

‘Magie’ of ‘Tovenarij’

Magie of tovenarij nam in het dagelijkse leven een hele belangrijke plaats in. Men zocht voor allerlei dingen die men niet begreep een verklaring. Als er mensen of dieren opeens ziek werden of dood gingen, ging men opzoeken hoe het was gebeurt. Men kon niet begrijpen dat de oorzaak van de ziekte misschien iets was dat men had gedronken of gegeten. Men wou het weten dus ging men naar wijze mannen of vrouwen (die men later tovenaars of heksen ging noemen). Deze mensen voorspelden de toekomst van hun klanten. In die tijd geloofde men in het bestaan van allerlei gekken wezens, zoals feeën, elven, dwergen, weerwolven en geesten.

Elk dorp had zo’n wijze man of vrouw. Deze wijzen mensen hielpen de inwoners met het zoeken van verdwaald vee en bij het genezen van dieren en mensen. Bij het geven van ‘magische bescherming’ van planten, huizen, schepen en reizigers, bij het vruchtbaar maken van mens en dier.

In veel dorpen was het een vrouwenberoep. De kennis werd van moeder op dochter door gegeven. Deze kennis ging vaak over de mogelijke genezende werking van bepaalde planten op mens en dier. De plaats van zo’n vrouw in het dorp had eigenlijk twee kanten:

1.     Met haar kennis kon zij mensen helpen.

2.     Met haar kennis kon ze ook veel kwaad doen. Als ze bijvoorbeeld door haar medebewoners slecht behandeld zou worden dan kan zij ze zelfs doden.

Door een strijd tussen twee geloven, de katholieken en de protestanten, gingen de mensen elkaar heksen noemen.

Uiteindelijk kreeg het begrip heksen een eigen betekenis. Schrijvers in die tijd schreven over heksen en hun samenwerking met de duivel.

Pas in de 17e eeuw begonnen mensen steeds minder te geloven in hekserij of magie (toverkunsten). Er kwamen steeds meer geleerden en dokters die normale verklaringen voor de hekserij vonden. Bijvoorbeeld de geneeskrachtige werking van vele planten.

Zo werd er ook ontdekt dat heksen helemaal niet konden vliegen maar dat deze vrouwen zich insmeerden met een bepaalde soort zalf waarbij men dan ging dromen dat ze konden vliegen.

Na 1700 werd er bijna geen heks meer verbrand en daar zouden de volgende verklaringen voor zijn:

1.     Heksenvervolgingen waren alleen daar waar de bevolking in opstand dreigde te komen tegen de koning. (De koning probeerde op die manier de aandacht van hemzelf af te leiden en de mensen weer richting de heksen te sturen)

2.     De geleerden en dokters konden de mensen beter uitleggen wat er echt aan de hand was en de mensen werden minder bijgelovig

3.     De godsdienstoorlogen hielden op

Dat heksen konden vliegen is een verzinsel. Ze hadden wel een zalf de zogenaamde vliegzalf. Deze kunnen we ook zelf maken. (haha)

Je hebt daar de volgende dingen voor nodig:

·        1 potje handcrème

·        1 theelepel plantevet

·        ½  theelepel belladonna

·        3 druppels vloeibare zeep

·        ½ theelepel monnikskapsap

Dit moet je goed mengen met een parfum naar eigen keuze. Probeer het eens en dan ga je misschien vliegen.

Het feit dat heksen mensen ook in dieren kunnen veranderen door allerlei brouwsels (drankjes) is een verzinsel. Toch is men blijven denken dat heksen over bepaalde krachten beschikten. De kennis van genezende werking van bepaalde kruiden en planten was al heel snel en in de verre oudheid bekend. Deze kennis werd zoals al eerder verteld doorgegeven van moeder op dochter. Dit is dan ook de reden dat ze een speciale plaats in het dorp innamen. Het verzamelen van kruiden en het gebruiken ervan werd vaak gebonden aan oude gebruiken. Bijvoorbeeld alleen maar plukken bij volle maan of alleen maar als er geen maan was. Of op bepaalde uren. Het verzamelen op deze rare momenten, wat men soms ook naakt deed riep natuurlijk bepaalde angsten op. Daarom werden deze vrouwen (ook wel genezeressen genoemd) met angst bekeken en later werden ze heksen genoemd. Dit hadden die vrouwen ook wel een beetje aan zichzelf te danken want ze wilde hun kennis geheim houden voor anderen.

Toch paste deze vrouwen / heksen niet altijd op de juiste wijze hun kennis van de geneesmiddelen toe. Net als nu nog wel gebeurd maakt het heel veel uit hoeveel je gebruikt van een geneesmiddel. De gebruikte hoeveelheid kan het verschil zijn tussen leven en dood. Teveel kun je nog erger ziek worden en bij het verkeerde geneesmiddel zou je zelfs dood kunnen gaan. Omdat dit toen vaak gebeurde werd men gifmenger en heks genoemd.  

Ieder beroep kent goed en slechte mensen, heksen, dokters enz. Zoals gezegd waren er dus ook vrouwen die hun kennis van de kruiden gebruikten voor slechte dingen. Bijvoorbeeld voor moord.

Nu wordt er nog steeds gesproken over witte en zwarte magie. Dit verschil werd vroeger ook al gemaakt en zal in de toekomst ook altijd blijven bestaan. Met witte magie wordt bedoeld het goede. Dus met zwarte magie wordt het slechte bedoeld. Je zou kunnen zeggen dat er dus goede heksen zijn en die doen aan witte magie en er zijn slechte heksen die doen aan zwarte magie. De goede heksen maken mensen beter en de slechte heksen maken mensen ziek of dood.

Je kunt je afvragen of er wel echt verschil is tussen witte en zwarte magie. Het gaat er niet om wat het is maar hoe het wordt gebruikt. Ook nu is dat nog zo. Er zijn bijvoorbeeld medicijnen die voor jou heel goed kunnen zijn maar die voor een ander betekenen dat die er heel erg ziek van wordt.

Een voorbeeld is slangengif. Als je door een giftige slang gebeten wordt kun je heel ziek worden en soms ga je hieraan zelfs dood. Toch wordt slangengif ook gebruikt om medicijnen van te maken om mensen weer gezond te maken. Heksen deden toen eigenlijk hetzelfde. Het is dus belangrijk hoe je de middelen gebruikt.

Eigenlijk is het zo dat alle heksen het goed probeerde te doen en de mensen wilde helpen met hun kennis van kruiden en dergelijke. Soms lukte dat niet en de meeste mensen snapten niet hoe het mogelijk was dat je beter kon worden van rare onbekende brouwsels. Je zou het gezegde “onbekend maakt onbemind” hier zeker kunnen toepassen.

De mensen werden bang gemaakt voor heksen omdat er ze een bepaalde kennis hadden en hierdoor een bepaalde macht. Nog steeds worden er mensen doodgemaakt omdat men bang is voor toverij. Dit gebeurd voornamelijk in onderontwikkelde landen maar soms ook in onze directe nabijheid.

Ook nu nog zijn mensen bang voor het onbekende. Denk maar eens aan Voodoo, bepaalde mensen oefenen deze “zwarte magie” nog steeds uit. Hierbij wordt een vloek over iemand uitgesproken en maakt men een poppetje van deze persoon. Als je dan spelden in dit betoverde poppetje steekt krijgt die persoon op die plaats pijn. Ook dit is gebaseerd op geloof, onwetendheid, onbekendheid e.d.

Nog steeds zijn er heksen en bijeenkomsten van heksen. Ze hebben daarbij een aantal oude rituelen zoals een heksenkring (een cirkel wat dan weer de tempel is van ieder heks), gebruik van wierook, een altaar en verschillende voorwerpen.  


Nawoord

Het onderwerp heksen vond ik een heel leuk onderwerp. Ik heb er heel veel van geleerd en ik hoop jullie ook. Nu ik meer weet over heksen besef ik pas wat heksen eigenlijk echt voor mensen zijn. Ik dacht eerst dat ze alleen maar gemeen lelijk waren en goed konden toveren, maar door dit werkstuk te maken weet ik dat er nog veel meer is wat heksen doen. Heksen zijn eigenlijk gewone mensen die erg geïnteresseerd zijn in de kennis uit de natuur. Ze weten veel van kruiden en planten en kunnen hiervan gebruik maken om mensen te genezen op een natuurlijke manier. Je buurman of vrouw zou een heks kunnen zijn. Wat ik geleerd heb is om niet zomaar een bepaalde conclusie te trekken over iemands uiterlijk en dat niet alles waar is wat andere mensen zeggen over bepaalde groepen met mensen. In mijn werkstuk ging het over de groep heksen. Je zou ook kunnen denken aan andere groepen mensen en daar een vooroordeel over kunnen hebben welke je onder andere door de media wordt aangepraat. Denk bijvoorbeeld aan Marokkanen. Niet alle jonge Marokkanen zijn crimineel maar dit wordt tegenwoordig al snel gezegd omdat ze een tijd lang negatief in de publiciteit zijn geweest. Niet alle buitenlanders komen hier naar toe om snel geld te verdienen en zijn ook echte vluchtelingen. Ik heb dus geleerd dat je niet altijd af kunt gaan op wat anderen zeggen. Soms is het beter om eerst zelf uit te zoeken of het wel of niet waar is wat er gezegd wordt.

Nu zijn er nog steeds mensen die zeggen dat ze heks zijn maar hiermee bedoelen ze dat ze een bepaalde leefwijze naleven en ze bedoelen hiermee niet dat ze kunnen toveren. Niet alles is wat het lijkt te zijn.




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl