Mijn spreekbeurt gaat over Kinderarbeid

Ik vertel in het kort, aan de hand van een verhaaltje, waarom ik mijn spreekbeurt over kinderarbeid doe.
Een verhaal van Mehboob
Hij moest werken omdat zijn vader ziek was en ze hebben een groot gezin, met jongere broers en zussen.
Zijn vader werkte niet, dus hij moest werken en het gezin onderhouden.
Zijn vrienden en andere kinderen uit het dorp hadden al eerder gewerkt.
Ze vertelden hem over het soort werk wat zij deden en vroegen hem om met hen mee te gaan.
Ook vertelden ze hem dat ze 25 roepie, dat is 42 eurocent, per dag kregen.
Dat klonk interessant voor Mehboob.
In de tijd dat hij begon met werken, had hij net de vijfde klas afgemaakt, dat is de laatste klas van de dorpsbasisschool en zat hij thuis.
Toen zijn vrienden hem dus vertelden over hun werk wilde hij wel met ze meegaan.
Geld was zeker de belangrijkste reden. Hij zei tegen zichzelf als zij geld kunnen verdienen, waarom kan ik dat dan niet?
Mehboob was 8 jaar toen hij begon met werken.

Hier gaat het dus om kinderarbeid.

 

Hoofdstuk 1:    Wat is kinderarbeid?

Kinderarbeid is werk dat geestelijk, lichamelijk en sociaal gevaarlijk en schadelijk is voor kinderen.
Over de hele wereld zijn er meer dan 186 miljoen kinderen die werken om de kost te verdienen.
Men denkt dat India van alle landen ter wereld het grootste aantal werkende kinderen heeft. Unicef schat dat er in India minstens 70 tot 80 miljoen kinderen zijn die moeten werken.
Je praat over  kinderarbeid als deze kinderen het grootste deel van de dag  en/of nacht moeten werken voor geld, spullen of bijvoorbeeld eten. Zij kunnen hierdoor niet naar school gaan.
Vaak is het werk wat zij moeten doen gevaarlijk voor hun gezondheid.
Vaak moeten zij meer dan 10 uur per dag werken, in de kou of juist enorme hitte en gaat het om erg zwaar en eentonig  werk, wat een kind eigenlijk niet aankan.
Eigenlijk kunnen we zeggen dat kinderarbeid werk is dat door jonge kinderen gedaan wordt. Natuurlijk is in alle landen de leeftijdsgrens verschillend maar meestal gaat het om kinderen jonger dan 14 jaar.
Kinderen hebben geen onbezorgde jeugd en hebben geen toekomst zoals ieder kind verdiend!

Hoofdstuk 2:      Vroeger en nu

Als je aan kinderarbeid denkt, denk je nu waarschijnlijk meteen aan kinderen in ontwikkelingslanden.

 

Tegenwoordig klopt dat ook wel, maar vroeger was kinderarbeid in Nederland ook heel gewoon. Veel gezinnen hadden toen niet genoeg geld om van rond te komen, en kinderen moesten meehelpen geld verdienen.
In 1874 werd in Nederland het kinderwetje van Van Houten ingevoerd.
Dit hield in dat kinderen onder de twaalf jaar  niet in fabrieken en werkplaatsen mochten werken.
Vanaf 1900 was de leerplichtwet een feit, Niet werken maar naar school was hun motto.
Alle vormen van kinderarbeid voor de jongere kinderen werd hiermee definitief afgeschaft.
Tegenwoordig moeten kinderen tot hun 18e naar school.
Kinderen mogen vanaf hun 13e wel een bijbaantje hebben, zoals een krantenwijk.

In de ontwikkelingslanden is de situatie weinig veranderd.

Hoofdstuk 3:  Vormen van kinderarbeid
De meeste kinderen in ontwikkelingslanden moeten heel hard werken.
Ik zal verschillende vormen van arbeid noemen.
1 Werken op  het platteland:
Een van de taken van kinderen(vooral meisjes) is water halen.
Schoon drinkwater is schaars, de dichtstbijzijnde waterput is vaak kilometers ver. Kinderen moeten vaak uren lopen om die te bereiken.
Een zware taak, vooral op de terugweg, met zo’n zware emmer op je hoofd!

Brandhout sprokkelen is nog zo’n taak. Dat hout is nodig om te koken.
Dit hout ligt vaak buiten niet voor het oprapen.
Kinderen moeten vaak ver weg naar het bos, en met een zware takkenbos op hun hoofd terug naar huis.

2 Werken voor een baas:
Heel veel kinderen in arme landen komen voor een baas te werken.
Bijvoorbeeld in restaurants, cafés of een hotel.
Vaak is dat tot heel laat ´s nachts.
Anderen werken in de mijnen, daar moeten ze de hele dag door stenen hakken om grind van te maken.
Verder werken er honderdduizenden kinderen in fabrieken.
Kinderen zijn goedkope arbeidskrachten, ook zijn ze makkelijk om in dienst te hebben omdat ze uit angst om ontslagen te worden nergens tegenin durven te gaan.
Fabrieksbazen maken hier misbruik van en behandelen kinderen heel slecht.

3 Op straat:
Veel kinderen proberen op straat wat te verdienen.
Ze verkopen bijvoorbeeld sigaretten of pennen, ze poetsen schoenen of passen op auto´s.
Als dit allemaal niet lukt, gaan deze kinderen vaak bedelen.
De meeste van deze kinderen zijn wees.

4 Kindsoldaten:
Kinderen worden al meer dan 2500 jaar ingezet als soldaten.
Honderdduizenden kinderen moeten dagelijks meevechten in een oorlog of strijd.
Kinderen worden onder andere door hun ouders aan het leger verkocht omdat ze daar in ieder geval genoeg te eten krijgen.
Kindsoldaten zijn voor het leven getekend, zij hebben geen leuke jeugd!

Hoofdstuk 4: Waarom moeten kinderen werken?

Unicef heeft enkele van de belangrijkste redenen voor kinderarbeid vastgesteld:

 

 

 

 

Hoofdstuk 5: Wat zegt de wet over kinderarbeid

Meer dan 190 landen over de hele wereld hebben met elkaar afgesproken dat kinderen beschermd moeten worden.
Deze landen samen vormen een organisatie die de Verenigde Naties heet.
De VN hebben ook afspraken gemaakt over kinderarbeid.

Dit staat in artikel 32:  Verdrag voor de rechten van het kind
Hierin wordt gezegd dat:

Tot nu toe hebben 192 landen deze afspraken ondertekend.
De IAO ( internationale  arbeidsorganisatie) heeft duidelijke richtlijnen voor regeringen opgesteld waarin staat vanaf welke leeftijd kinderen mogen werken en wat voor een werk ze mogen doen.
Ze zeggen ook dat kinderen eerst naar school moeten gaan, hun opleiding af moeten maken voordat ze fulltime mogen werken.
 Ook hebben de grote exporteurs van voetballen in Pakistan een overeenkomst met de IAO ondertekend om kinderarbeid te stoppen, omdat Pakistaanse jongens in de vroegere jaren 90 voetballen moesten stikken.
Ook een organisatie als Unicef zet zich in voor deze kinderen.

 

Hoofdstuk 6: Wat kunnen wij doe tegen kinderarbeid?
                      ( Nu en in de toekomst)

 Er zijn een aantal dingen die wij kunnen doen om kinderarbeid tegen te gaan.
Hier een paar dingen  die je kunt doen.
Als je weet dat iets door kinderen gemaakt is, of als een winkel vaak spullen verkoopt die door kinderen gemaakt zijn kun je er voor kiezen om niet meer in die winkel te gaan kopen, dit heet boycotten.
In sommige landen gebruiken ze een keurmerk, bijvoorbeeld RUGMARK voor tapijten die niet door kinderen gemaakt zijn. Je kunt dus zelf controleren of het tapijt wat je koopt niet door kinderen gemaakt is. Ook zijn er fairtrade kledingmerken zoals Kuyichi en YOI. Eerlijke kleding is meestal wel wat duurder.
Je kunt bijvoorbeeld ook geld geven aan organisaties die vechten tegen kinderarbeid zoals PLAN en UNICEF.
Je kunt leuke cadeautjes kopen bij bijvoorbeeld de Wereldwinkel of Fairtrade winkel  in plaats van Bart Smit. Deze winkels betalen namelijk een goede en eerlijke prijs aan de mensen die het gemaakt hebben en je weet zeker dat het niet door kinderen gemaakt is.
De mensen uit arme landen verdienen hier ook meer aan en dat is ook voor de kinderen weer beter.
Je kunt zelf ook een actie tegen kinderarbeid opzetten.
Je kunt bijvoorbeeld een geldinzamelingsactie houden op de wereld dag tegen kinderarbeid ( 12 juni). Ook kun je iets verkopen of een evenement organiseren. Zoals het schrijven en opvoeren van een toneelstukje. 

 

Vraag 1  hoeveel kinderen over de hele wereld  moeten er ongeveer werken om de kost te verdienen?

Vraag 2  welk wet werd er in 1874 opgesteld?

Vraag 3 noem 2 voorbeelden van kinderarbeid

Vraag 4 noem enkele redenen waarom kinderen moeten werken

Vraag 5 wat betekend de afkorting IAO

Vraag 6 hoe heet het als je iets niet meer in een winkel gaat kopen omdat je weet dat het door kinderen gemaakt is?

 




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl