Ik doe mijn spreekbeurt over onweer.

Roderick Toutenhoofd

Onweer

Iedereen heeft al weleens een keer onweer meegemaakt of er middenin gezeten.

Meestal op een onverwacht moment hoor je opeens een knal, gevolgd door een prachtige bliksemschicht. Het lijkt net vuurwerk, maar het is meestal mooier. Maar onweer is wel een van de gevaarlijkste weersoorten die in ons land voorkomen. Echter de kans dat je door het onweer geraakt wordt is klein.

 

Om te spreken van onweer heb je, zie je en/of hoor je meestal drie dingen, namelijk een onweerswolk, de bliksem en de donder.

 

1.               De onweerswolk

Voor onweer heb je allereerst een bepaalde wolk nodig. Deze wolk heet een stapelwolk. In deze wolk stroomt de lucht krachtig op en neer, met een snelheid van wel 100 km per uur. De warme lucht stijgt en koelt snel af. Hierdoor verandert de waterdamp in deze lucht in druppels of nog kouder, in hagelstenen. Maar voor onweer is meer nodig dan een goed gevulde wolk. Er moet ook elektriciteit in de lucht zijn. Meestal is die er wel, maar merk je er niets van. Soms is er heel veel elektriciteit in de lucht, bijvoorbeeld in zo’n stapelwolk, waarin de lucht zo snel beweegt. De druppels en de hagelstenen worden elektrisch geladen. Sommige worden positief geladen en anderen negatief geladen. Ze krijgen een plus of een min. Je kunt het met een batterij vergelijken.

In de wolken zitten de verschillende deeltjes niet bij elkaar. De positieve deeltjes zitten boven en de negatieve deeltjes zitten onder. Je krijgt als het ware twee partijen.

 

2.               De bliksem

Alles is nu aanwezig voor een fikse onweersbui. Er is een stapelwolk en er zijn elektrisch geladen deeltjes. Het onweer kan nu losbarsten! Wat gebeurt er nu? De elektrisch geladen deeltjes trekken elkaar aan. De deeltjes willen naar elkaar toe om zich te ontladen. Na een ontlading zijn ze dan niet meer positief of negatief geladen, maar neutraal. Die ontlading gebeurt via een enorme vonk: de bliksem! Een bliksem is meestal 5 kilometer lang, maar je ziet maar een deel van de flits. De bliksem heeft een snelheid van wel 150.000 kilometer per seconde en is wel 30.000 graden Celsius. Dat is vijf keer zo heet dan de oppervlakte van de zon! De meeste ontladingen gebeuren in de wolk zelf of tussen en aantal wolken. Soms zie je ze nauwelijks. Dat noemen we dan weerlichten. Maar is er een ontlading tussen een wolk en de aarde, dan hebben we te maken met een blikseminslag. De elektriciteit in een wolk zoekt vaak de kortste weg. Daarom is de inslag dan ook vaak op een hoog punt. Bijvoorbeeld een kerktoren. Maar ook veel inslagen zijn gewoon in de grond.

Het lijkt alsof de bliksem vanuit de lucht naar de aarde loopt, maar dat is niet zo. Het zichtbare deel van de bliksem breidt zich van beneden naar boven uit. Het bliksemkanaal krijgt contact met de tegengestelde lading dichtbij de aarde en de kortsluiting begint dus hier beneden. Wij kunnen dit niet met het blote oog zien, want de reis van de bliksem tussen aarde en wolk is slechts een fractie van een seconde. Het gaat dus bliksemsnel.

 

3.               De donder

Behalve die flits is er ook nog een enorme knal. Deze knal noemen we de donder. De donder ontstaat door de grote hitte van de bliksem. Daardoor zet de lucht zo snel uit, dat hij als het ware ontploft. Als het ver weg is, is het een flinke knal. Bliksem en donder ontstaan precies op hetzelfde moment. Toch zie je en hoor je ze niet tegelijk. Dat komt doordat licht en geluid door de ruimte trekken met een andere snelheid. Licht reist een miljoen keer sneller door de ruimte dan geluid. De bliksem, het licht, zie je dan ook meteen. De donder, het geluid, hoor je veel later. Een onweersbui blijft meestal niet langer dan een uur boven een plaats hangen. Toch kan het langer duren voor het onweer echt is afgelopen. Dat komt doordat er naast de oude bui steeds nieuwe buien kunnen ontstaan. Mensen zeggen ook weleens: “De bui komt terug.”, maar dat is onzin. Buien keren niet terug. Er komen gewoon nieuwe.

 

Soorten bliksems

Er zijn niet alleen verschillende soorten onweer. Er zijn ook verschillende soorten bliksems, n.l. gevorkte bliksem, bandbliksem, parelsnoerbliksem en bolbliksem. Een gevorkte bliksem is net een vork. Het is een soort slang met allemaal vertakkingen. Een bandbliksem is breder. Net alsof hij door de wind opzij geduwd wordt. Een bandbliksem bestaat uit meerdere bliksemflitsen tegelijk. Wanneer een bliksem opgedeeld lijkt in een aantal lichtende stukjes dan wordt dit een parelmoerbliksem genoemd. Deze is heel zeldzaam en men heeft hem alleen nog maar gezien als het heel hard regent. Hoe deze bliksem ontstaat is nog steeds niet bekend. De bolbliksem is een vurige lichtende bol die grillig door de lucht gaat. Een bolbliksem kan ook over de grond of zelfs door een huis rollen. Af en toe lees je in de krant dat er ergens een bolbliksem door een huis heeft toegehouden. Ze gaan vaak door een open raam weer naar buiten.

 

Jaargetijden

Sommige mensen zeggen dat onweer alleen in de zomer voorkomt, maar dat is niet waar. Onweer kan in alle jaargetijden voorkomen. Maar onweer komt wel vaker in de zomer voor na een warme dag. Aan het eind van zo'n dag wordt het steeds benauwder. De wolken zie je steeds maar groeien en zwarter worden worden. Dan breekt op een gegeven moment vaak het onweer los. Zo'n plaatselijke bui bij warm weer heet warmte-onweer. Vaak zie je dan ook kleine zwarte vliegjes.Deze vliegjes worden ook wel “onweersbeestjes” genoemd. In Groningen zeggen ook heel toepasselijk “donderknuten”. Donderknuten vliegen het liefst uit bij warme, vochtige lucht met veel electriciteit erin. Dat is precies het weer waarbij onweer ontstaat.

Boven een stad kan het soms extra onweren. Dit komt doordat het boven een stad vaak warmer is dan op het platteland. Boven water is het onweer vaak minder sterk, omdat de lucht boven het water vaak wat kouder is. Je hebt ook front-onweer. Dit soort onweer kan ook in alle jaargetijden voorkomen en hoort bij een front, een weersverandering. Een front is de scheiding tussen een laag koude lucht en een laag warme lucht.

 

Fabels en bijgeloof

Vroeger wist men niet was onweer was. Ze bedachten er allerlei verklaringen voor. Heel vroeger dacht men dat onweer te maken had met het humeur van de goden. Jupiter (bij de Romeinen) zou uit kwaadheid vurige schichten, lichtflitsen naar de aarde sturen. Donar (van de Germanen) zou zich klaarmaken voor de strijd. Als hij met zijn bokkewagen door de lucht reed, dan hoorde je de donder. Als Donar met zijn hamer op zijn zwaard sloeg, dan bliksemde het volgens onze voorvaderen. De Vikingen dachten dat bliksems de vonken waren die ont­stonden als hun god Thor met zijn machtige hamer op zijn aambeeld sloeg. En de donder ontstond als hij langs de hemel denderde in zijn door bokken getrokken kar. In het oude Japan moesten kinderen zich verstoppen als het onweerde. Anders zou de dondergod ze stelen. In de Middeleeuwen luidde men de kerkklokken om met behulp van God de bliksem te verdrijven. Handig was dat niet. Veel klokkenluiders werden door de bliksem getroffen terwijl ze hun plicht deden. Op veel middeleeuwse klokken staat nog: "fulgura frango". Dat betekent: "Ik breek de bliksems".

 

Bescherming

De bliksemafleider

De Amerikaanse uitvinder Benjamin Franklin vond in 1752 de bliksemafleider uit. Hij deed dit met een zeer gevaarlijke proef. Vlak voor een onweersbui liet hij een vlieger op aan een lijn. Aan deze lijn zat ook een metalen sleutel. Zodra de lijn nat werd van de regen, waren er electrische ontladingen, vonken, te zien of te voelen. De electriciteit ging door de lijn naar beneden, richting de hand van Franklin. De sleutel lichtte helemaal op door de ontlading. Op deze manier heeft hij ook de bliksemafleider uitgevonden. Een bliksemafleider is een metalen staaf (van koper gemaakt) op het dak van een gebouw. Daaraan zit een metalen draad vast, die langs de muren tot in de grond loopt. De draad kan de stroom bij een blikseminslag in de aarde afvoeren, of afleiden. Net als bij de lijn van de vlieger van Franklin. Tegenwoordig hebben alle hoge gebouwen een bliksemafleider. Ze worden zo gemonteerd, dat ze hoger zijn dan het dak van het gebouw dat ze beschermen. Bij onweer wordt de bliksem dan aangetrokken door de bliksemafleider, die de stroom via een dikke kabel de aarde instuurt. (Op het voormalige World Trade Centre in New York was natuurlijk ook een bliksemafleider aanwezig. Dit was ook wel nodig want elk jaar werd het gebouw wel 22 keer getroffen door de bliksem.) Ook hoogspanningskabels hebben een grote kans om getroffen te worden. Daarom worden ze beschermd door hoger hangende leidingen met een verbinding naar de aarde. Bovendien zitten er tussen de leidingen relais die heel even afslaan als een mast door de bliksem wordt getroffen. Dat is de reden dat tijdens het onweer het licht in de kamer soms even knippert. (Een relais is een apparaatje die ervoor zorgt dat stroom wordt ingeschakeld. Deze zit ook vaak in alarmtoestellen.)

 

De kooi van Faraday

Omdat metaal goed stroom kan geleiden ben je in een auto heel veilig tegen blikseminslag. Dat lijkt een beetje vreemd. Slaat de bliksem daar dan niet in?? Jawel, maar de stroom wordt dan via de metalen buitenkant van de auto keurig naar de grond afgevoerd. Dit kun je vergelijken met een bliksemafleider. Je zit in een soort metalen kooi en bent daarom juist beschermd. De eerste die dit ontdekte was de geleerde Michael Faraday. Daarom wordt zo'n metalen kooi de “kooi van Faraday” genoemd. Als de bliksem op de auto is ingeslagen moet je wel wachten met uitstappen. Er kan misschien nog een inslag volgen. Blijf in de auto tot je er zeker van bent dat het onweer over is. Soms slaat het wel 4 keer in op hetzelfde voorwerp.

 

Wat te doen bij onweer

Binnen tijdens onweer

Als je binnen bent tijdens onweer ben je meestal veilig. De kans dat jouw huis wordt geraakt is erg klein. Zeker als je in de buurt van hoge gebouwen woont. Die worden altijd als eerste geraakt. Maar toch kan het natuurlijk gebeuren dat de bliksem dichtbij inslaat. Deskundigen die huizen beveiligen tegen bliksem zeggen dat je bij onweer het beste het volgende kunt doen:

§       Ga niet voor een open raam staan kijken.

§       Haal alle stekkers uit de stopcontacten, anders kunnen electrische apparaten stuk gaan. Ook al slaat de bliksem een straat verderop in.

§       Haal ook de kabelaansluiting van de radio en tv eruit.

§       Ga niet douchen en raak voorlopig geen kranen en verwarmingsbuizen aan.

 

Buiten tijdens onweer

Ben je buiten, reken dan eerst uit hoe ver het onweer weg is. Dit doe je door het aantal seconden te tellen tussen flits en donder en dat door 3 te delen. Je krijgt dan de afstand in kilometers. Is het onweer binnen 3 kilometer, dan moet je beslist gaan schuilen. Liefst in een huis of een auto met de ramen dicht. Ga weg van open ruimten, heuveltoppen, bomen, meren, telefoonpalen en masten. Lukt dat niet, houdt dan rekening met het volgende:

§       Ga in het open veld zo ver mogelijk van allerlei hoge of metalen dingen af staan en hurk, met je voeten bij elkaar. Wanneer je je benen wijd hebt staan ontstaat er een te groot verschil in spanning, verschil in electrische lading tussen je benen. Daardoor kan er stroom door je lichaam gaan lopen.

§       Ga niet languit liggen, want de bliksem loopt vaak horizontaal over de grond.

§       Schuil nooit onder een boom of bij een metalen afrastering. Je kunt dan namelijk worden getroffen door een indirecte inslag. Dit is een inslag die jou alsnog via de grond bereikt.

§       Als je op de fiets bent in een open veld. Dan moet je de fiets op ruime afstand, meer dan 10 meter, neerleggen. De fiets is immers van metaal en dit is dus gevaarlijk.

§       Zwemmers, surfers, vissers, golfers en andere sporters in de open lucht moeten bij onweer stoppen met sporten en een veilige plek zoeken. Ik moet dat ook zeker zelf doen als keeper zijnde. Ik sta immers in het doel, en die is gemaakt van metaal.

§       Wanneer het regent, laat je dan doornat worden. Er is dan geen kans dat het water de bliksem om je heen leidt.

 

Dodelijk?

De laatste jaren worden steeds minder mensen in Nederland getroffen door de bliksem. Dat komt niet doordat het minder onweert dan vroeger, maar doordat er steeds minder mensen buiten op het land werken. In 1920 waren er in Nederland nog 40 doden. In 1938 waren dat er nog 20 doden en tegenwoordig zijn dat er gelukkig nog maar 4. In de Verenigde Staten worden jaarlijks 100 tot 200 mensen gedood en raken 300 tot 400 mensen ernstig gewond.

Er zijn een paar gevallen die ik wil vertellen waarbij het niet goed afliep.
In 1997 schuilden een man en een vrouw onder een boom. Het onweer gaat tekeer en de man klapt zijn paraplu in en zet hem op de grond. Onmiddelijk raast een bolbliksem richting de metalen punt van de paraplu. De man wordt geelectrocuteerd. De enorme lading van deze bolbliksem betekende zijn dood.

Een paar jaar geleden werd een voetballer dodelijk getroffen door een bliksem.

In 2001 overleed een Nederlandse man in Australie. Er kwam plotseling onweer opzetten op het open veld en hij wilden zich samen met de andere mensen beschermen. De man had echter de pech dat hij een bril op had en de bliksem sloeg in via zijn bril. Het is dus verstandig wanneer je in een open veld bent om je bril af te doen.

 

Wetenswaardigheden

§       Op elk moment van de dag zijn er ongeveer 1800 onweersbuien op aarde.

§       Onze aardbol wordt getroffen door zo'n 100 bliksems per seconde. Dat zijn ongeveer 8 miljoen blikseminslagen per dag of 3 miljard per jaar.

§       60% van de onweersbuien vinden in de tropen plaats.

§       Gelukkig hebben we in ons land maar tien tot twintig dagen met onweer.

§       De langste bliksem die geregistreerd is, was 32 kilometer lang.

§       Als je haren recht op je hoofd gaan staan door de electrische ladingen, moet je je snel in veiligheid brengen, want de bliksem kan dan inslaan.

§       Als de bliksem in een meer slaat, vinden vaak grote aantallen vissen de dood, omdat de electriciteit zich door het water verspreidt.

 

Onweer voorspellen

Het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) doet weersvoorspellingen. Onderzoek naar het onweer doen zij niet, ze voorspellen het alleen en meten waar het onweer precies is en hoe sterk het is. Met een radar (meetinstrument dat onzichtbare radiogolven uitzendt) spoort het KNMI de buien op. Met speciaal "bliksempeilapparatuur" meet het KNMI wanneer en waar en met welke kracht bliksem in zal slaan.

Onweer meten, gebeurt dus onder andere met radioapparatuur. Je kunt dit zelf ook proberen met een gewone draagbare radio. Ook al is het onweer nog heel ver weg en je kunt er nauwelijks iets van zien, dan kun dit toch al via de radio horen. Bij elke ontlading hoor je geknetter.

Er bestaan ook al systemen die alle blikseminslagen registreren. Ze kunnen zelfs precies de plaats en tijd aangeven. Deze systemen worden om twee redenen gebruikt. Als eerste voor onderzoekers. Zo kunnen ze ook in beeld brengen op welke plekken het vaak inslaat. Dit zijn dan ook de plekken waar je beter geen huizen kunt gaan bouwen. Ten tweede voor de verzekeringsmaatschappijen. Er kan dan niet meer gezegd worden dat de bliksem ingeslagen is, terwijl de eigenaar van het pand zelf de brand heeft aangestoken.

 

Tot slot

Onweer heeft de mensen altijd al bang gemaakt. Vroeger was dit al zo bij de Romeinen en Germanen. Tegenwoordig is dit bij ons nog steeds zo. Iedereen is stiekum wel eens bang als het weer eens dondert en bliksemt.

Gelukkig heb ik jullie, hoop ik, genoeg hierover vertelt en weten we nu hoe we onszelf beschermen kunnen tegen de blikseminslag.

 

Dit was dan mijn spreekbeurt over onweer.



Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl