Deze spreekbeurt van Vicky Maes werd door haar gemaakt toen ze in groep 6 zat

 

 

 

De Romeinen

De steden en dorpen vormden de bouwstenen van het Romeinse Rijk.

Er waren er duizenden, sommige klein en andere heel groot, zoals Rome.

Veel steden bestonden al voor de opkomst van Romeinse Rijk.

Sommige waren al honderden of zelfs duizenden jaren oud.

De stad

Steden werden opgebouwd volgens een netwerk van straten en huizenblokken het hart van de stad lag meestal een marktplein Forum waar iedereen samen kwam voor zaken en nieuwtjes. Naast het Forum stond de basilica, het stadhuis. Rond het Forum stond vaak ook de belangrijkste tempels van de stad, gewijd aan de oude Romeinse goden. De meeste Romeinse steden waren kleiner dan de steden van nu. De inwoner varieerde van zo`n duizend inwoners, tot tussen de 20 en 30.000 mensen. Alleen de handel centra en de hoofdsteden van het Romeinse rijk was groter Er woonden in Rome ruim een miljoen mensen.

 

 

 

 

 

 

Bouwers en ingenieurs

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stadsgrenzen.

Rond de steden en dorpen liep een heilige grens [de stadsgrens], die bij de stichting van de stad met een gewijde ploeg werd getrokken. De meeste steden gaven deze grens aan met stevige muren en torens deze waren voornamelijk voor de sier. Mensen waren erg trots op hun stad en probeerden altijd steden te overtreffen met nog fraaiere gebouwen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

HET PLATTELAND

De meeste inwoners van het Romeinse rijk woonden op het platteland.

De boeren woonden in dorpjes op kleine boeren hoeven

Of bij prachtige villa`s.

Huizen van de armen.

 

 

  

 

Een huis in de stad.

Als je rijke Romein was, kon je zowel een huis in de stad. Als een villa op het platteland veroorloven. De huizen van rijke Romeinen hadden meestal hetzelfde grondplan. Door de voordeur kwam je in een atrium of hal, die van boven open was Met een vijver in het midden. Een peristilium of tuin met zuilen aan de achterkant zorgde voor Frisheid-noodzakelijk in de hitte van de Italiaanse zomer. De vertrekken waren ruim en elegant, met hoge plafonds en brede deuren, Maar weinig ramen waren de muren vrolijk geschilderd en waren De vloeren vaak gedecoreerd met mozaïeken er was verrassend weinig Meubilair: geldkisten, bedden banken vooral voor de maaltijd, Kleine tafels en misschien een paar mooie houten kasten. Ver van de prachtige heren huizen lagen de werkruimtes, zoals de keukens En voorraadkamers. De grote huizen hadden soms een eigen badruimte, Sommige kamers hadden vloerverwarmingen waren er nog de Verblijven voor de slaven en bediende, die voor de huishouding nodig waren Zoals koks een bakker en dienst meisjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Badhuizen.

 

De grote Romeinse steden hadden veel badhuizen. De rijke Romeinen hadden een eigen badinrichting. Je ging voor de gezelligheid naar het badhuis. De meeste mensen vonden het fijn om buitenshuis te gaan baden.

Een Romeins badhuis was heel anders dan de badkamer of zelfs de zwembaden van tegenwoordig. Een badhuis was een plek om vrienden op te zoeken.

Het badhuis was een uitgebreid gebouw, dat in de loop ter jaren werd veranderd. Mannen en vrouwen baden apart.




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl