Telecommunicatie

 

Wij houden onze spreekbeurt over telecommunicatie.

We gaan het hebben over de

-         de telefoon      

-         de fax 

-         de telex

-         email

-         videofoon

-         telegraaf

de telefoon

We beginnen met de telefoon

De geschiedenis.

Nu gaan we het hebben over de geschiedenis van de telefoon.

De uitvinder van de telefoon is Alexander Graham Bell.

Hij vond de telefoon uit in 1876.

Toen hij met een telegraaftoestel aan het experimenteren was, kwam hij op het idee om het geluid van een stem als elektrisch signaal door een draad te sturen.

De eerste telefooncentrale werd in 1878 geopend.

Die telefooncentrale was in New Haven in de Amerikaanse staat Connecticut.

Daar waren maar 21 lokale telefoonlijnen.

Je kon niet met mensen uit andere delen van het land bellen .

Als je iemand wilde bellen dan drukte je op een knop om de aandacht van de telefoniste te trekken.

Die vroeg wie je wilde bellen en dan bracht hij de verbinding tot stand.

Rond 1880 waren er al veel lokale telefooncentrales.

In 1884 werd de eerste langeafstandscentrale in gebruik genomen.

Die lijn lag tussen New York en Boston.

Later werd er veel verbeterd.

De eerste automatische telefooncentrale werd in 1897 in de VS geopend.

Een automatische telefooncentrale is een centrale waar je door niet meer door een telefoniste maar door machines met een ander wordt door verbonden.

Om zo’n centrale te gebruiken moest er op je telefoon wel een kies of nummerschijf zitten.

In de jaren ’20 werden de automatische centrales veel gebruikt.

De telefoon veranderde door de jaren heen heel erg.

De eerste telefoons waren kastjes met gaten.

Wie iemand op belde riep zijn boodschap in het gat en luisterde daarna in datzelfde gat naar het antwoord.

Al snel bedacht men een apart luistergedeelte.

Het spreekgat en de microfoon bleven in het toestel zitten.

Een paar jaar later dachten veel mensen dat je op het mondstuk ziekten kon doen.

Na die aanleiding kwam het persoonlijke mondstuk.

 

Hoe werkt hij.
Nu gaan we het hebben over hoe hij werkt.

De hoorn bestaat uit 2 delen. Om in een elektrisch signaal.

Het oorstuk verandert de elektrische signalen in geluid.

Sommige delen van het netwerk zijn niet geschikt voor de elektrische signalen van een telefoon, zoals microgolfverbinding of een glasvezelkabel.

In dat geval wordt het elektrische signaal op het zendstation omgezet in microgolven of lichtbundels.

Dit proces heet modulatie.

Wanneer de microgolven of lichtbundels bij het ontvangstation aankomen, wordt het gedemoduleerd om het elektrische signaal terug te halen.

 

De telefoon nu.

Alle telefoons zijn aangesloten op een netwerk.

Als een deel van een netwerk uitvalt, kunnen de telefoontjes worden omgeleid.

Computergestuurde telefooncentrales kiezen dan de beste lijn naar de persoon waar naar je wilt bellen.

Een telefoon heeft tegenwoordig geen kabel meer nodig.

Bij een draadloze telefoon staat de hoorn met het toestel in verbinding met zwakke radiogolven.

Tegenwoordig hebben vele miljoenen mensen een telefoon dan hebben we het niet eens over de mobiele telefoons.

Die telefoons zijn op heel veel netwerken aangesloten.

 

De mobiele telefoon.

De eerste mobile telefoons kwamen rond 1979 op de markt.

Een mobiele telefoon is een radiozender en ontvanger in het klein.

Die radiosignalen naar antennes stuurt.

Die antennes staan in verbinding met centrales die weer verbonden zijn met het vaste telefoonnet.

Er zijn op aarde nog veel plekken waar je nog geen antennes staan, dus daar kun je niet mobiel bellen.

Verspreid over veel steden staan radioantennes die eigendom zijn van mobiele telefoonmaatschappijen.

Elke antenne zendt en ontvangt radiosignalen van en naar alle mobiele telefoons in dat gebied.

Zo’n gebied heet een cel daarom worden mobiele telefoons ook wel cellulaire telefoons genoemd.

 

 

Email.

Nu gaan we het hebben over de email. Email is de engelse afkorting voor elektronische post. Het is een manier om via een computernetwerk berichten te verzenden. Het versturen van een email is volledig gratis, maar je moet wel een Internet abonnement hebben. Een Internet abonnement kost geld. Iemand op een netwerk schrijft een email, geeft een email adres door en verzend hem. Het emailtje komt binnen enkele seconden aan dan kan die gene waar naar jij het heb gestuurd het lezen, je kan het emailtje ook uitprint. Het verzenden van emails gaat natuurlijk sneller dan via de post.

 

 

Fax+telex.

Nu gaan we het hebben over de fax en de telex. We beginnen met de fax. Met de fax kan je tekst, tekeningen en foto’s verzenden. De fax zet wat je wilt verzenden om in een elektrisch signaal dat via de telefoonlijn wordt verzonden. In een fax zitten honderden lichtsensoren. Als de pagina die je wilt verzend daar langs komt, berekenen de sensoren de lichte en de donkere delen van de pagina. Op die manier verdeelt het apparaat de pagina in duizenden stipjes. Die zwart of wit zijn. Daarna verzendt de fax voor elk stipje een signaal via de telefoonlijn. Bij het apparaat  waar naar jij het heb verzonden, worden de signalen naar verwarmingselementen gestuurd. Dan loopt er warmtegevoelig papier langs. Overal waar en stip op de verzonden pagina zwart is wordt het verwarmingselement aangezet. De warmte maakt het papier zwart, daarna wordt het uitgeprint.

Nu gaan we het hebben over de telex. De telex is bijna het zelfde als de fax maar je kan er alleen tekst mee verzenden.

 

 

Telegraaf.

De telegraaf is een apparaat dat een elektrische code verzendt. De telegraaf werkt net als een deurbel. Als je op de knop drukte dan sloot je een elektrisch circuit, de elektriciteit stroomde door dat circuit en dan ging de bel ringkelen. Er konden 30 woorden per minuut worden verzonden. Je verzond piepjes  die bij het ontvanger werden deze piepjes uitgeprint in woorden. Elke letter had een volgorde van lange en korte piepjes. De zo geheten morse. Een balletje was een kort piepje en een streepje een lang piepje. De letter A was eerst een kort en daarna een lang piepje.

 

 

Videofoon.

Nu gaan we het hebben over de videofoon. Met een videofoon kun je de persoon waarmee je praat zien en horen. In een videofoon zit een klein cameraatje, en er zit ook een klein schermpje in. Hij verzendt zowel je stem als beelden via de telefoonlijn. De videofoon kwam rond de jaren ’90 op de markt.




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl