UNICEF

 

 

 

 

 deze spreekbeurt werd gemaakt door Patrick Haring

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

           

                   Gemaakt door Patrick Haring

 

 

 

Voorwoord

 

 

Ik zag op de T.V. een spotje van Kidsunited.

Kidsunited is de kinderclub van Unicef.

Vorig jaar hebben we een sponsorloop gehad en daarom wil ik er wat meer over weten.

Daarom heb ik dit onderwerp gekozen en omdat ik denk dat het een interessant onderwerp is.

 

 

 

 

 


 

Hoofdstukindeling

 

 

Voorwoord      

1.     Geschiedenis van Unicef.

2.     Wat doet Unicef?

3.     Kinderrechten.

4.     Welke mensen helpen Unicef?

5.     Hoe komt Unicef aan geld?

6.     Wat doet Unicef met dat geld?

7.     Afsluiting.

8.     Bronvermelding.

 

 

 

 

SAMEN
WERKEN WE AAN VREDE
Geschiedenis van Unicef

 

 

In 1946 werd Unicef opgericht om hulp te bieden aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Unicef hoort bij de V.N., Verenigde Naties.

"Naties" betekent landen.

Verenigde Naties betekent dus een verbond dat veel landen met elkaar sloten.

De landen die lid zijn van de V.N. proberen te werken aan de vrede en veiligheid voor iedereen op aarde.

Speciaal voor kinderen richtte de V.N. Unicef op.

Unicef is bedacht uit de beginletters van de engelse naam van de organisatie:

United Nations International Children's Emergency Fund.

Dat betekent in het Nederlands:

Verenigde Naties Internationaal Kindernoodfonds.

 

Het tekeningetje naast het woord Unicef bestaat uit drie onderdelen:

  1. Een volwassene die trots en blij een kindje omhoog houdt. Dit figuurtje wil zeggen dat Unicef kinderen helpt en ook de vader, moeder of pleegouder, want die zijn heel belangrijk voor kinderen.
  2. De wereldbol. Dat betekent dat Unicef landen overal op de wereld helpt, in totaal in 158 landen. In 37 rijkere landen wordt geld ingezameld.
  3. En de olijftakken? Dat is het teken van de Verenigde Naties. Unicef is dan ook het Kinderfonds van de Verenigde Naties.

 

Het was de bedoeling dat Unicef een tijdelijke hulporganisatie zou zijn.

Tot ongeveer 1950 bleef Unicef kinderen in Europa helpen.

Na 1950 was dat niet meer nodig, tenminste niet in Europa.

In Afrika, Azië en Zuid-Amerika waren er wel kinderen die hulp konden gebruiken.

Daarom werd Unicef niet opgeheven, maar bleven de helpers hetzelfde werk doen alleen op andere plaatsen in de wereld.

 

 

 

 


 

Wat doet Unicef

 

 

Unicef helpt miljoenen kinderen in nood in alle delen van de wereld.

Want alle kinderen hebben dezelfde rechten.

Unicef geeft niet alleen noodhulp, maar zorgt er ook voor blijvende verbeteringen.

 

Unicef helpt:

 

 

Unicef helpt ook kinderen na de oorlogstijd!!!!!!!!!!


 

Kinderrechten

 

 

Voor alle mensen op de wereld gelden de mensenrechten.

Kinderen hebben dezelfde rechten, die noemen we de kinderrechten.

Kinderen verdienen extra bescherming.

Alle kinderrechten staan in een speciaal verdrag:

Het Verdrag voor de Rechten van het Kind.

Er zijn 54 verschillende kinderrechten, ze zijn allemaal even belangrijk.

Dit zijn alle 54 kinderrechten:

 

 

Artikel 1 Kinderrechten tellen voor iedereen die jonger is dan 18 jaar.

 

Artikel 2 De kinderrechten zijn er voor alle kinderen.

 

Artikel 3 Wanneer iemand iets beslist, moet altijd eerst gedacht worden of dat wel goed voor het kind is.

Als de ouders dat niet kunnen, dan moeten andere volwassenen dat in
hun plaats doen.

Er moet gekozen worden voor wat het beste is voor het kind.

 

Artikel 4 In alle landen moet het nodige gedaan worden voor de kinderrechten.

 

Artikel 5 De verzorging en de bescherming van het kind gebeuren in de eerste plaats door de ouders en de familie.

Volwassenen moeten daarbij rekening houden met de leeftijd van het kind.

 

 

Artikel 6 Het kind heeft het recht om zo goed mogelijk te leven en op te groeien.

 

Artikel 7 Elk kind heeft bij geboorte recht op een naam.

Het heeft het recht om zijn ouders te kennen en door hen verzorgd te worden.

Het kind heeft recht in een land te wonen.

Als je in Nederland geboren wordt, krijg je een eigen voornaam en de familienaam van je vader of moeder.

Je bent dan een Nederlander.

 

Artikel 8 Een kind moet zijn naam, woonplaats en familie kunnen behouden.

 

Artikel 9 Elk kind heeft het recht om met zijn ouders samen te leven. Wanneer de ouders scheiden of niet meer willen samenleven, zal het kind niet langer met zijn twee ouders samen kunnen wonen.

Als ouders hun kind niet goed genoeg verzorgen zal het kind bij iemand anders moeten wonen.

Kinderen die door hun ouders mishandeld of verwaarloosd worden, zullen van bij hun ouders weggehaald worden.

Toch blijft het kind dan het recht hebben te weten waar zijn ouders zijn en mag hij ze nog steeds zien.

Voordat er iets wordt beslist, moet in elk geval geluisterd worden naar wat het kind ervan denkt.

 

Artikel 10 Om samen te zijn met zijn ouders, heeft elk kind het recht om een land te verlaten en terug binnen te komen.

 

Artikel 11 Een kind mag niet zonder toestemming van de beide ouders weggebracht worden naar een ander land of vastgehouden worden in het buitenland.

 

Artikel 12 Elk kind heeft het recht om vrij zijn mening te geven.

Met die mening moet rekening gehouden worden.

Bij een belangrijke beslissing die over het kind gaat, moet de mening van het kind eerst gehoord worden.

 

Artikel 13 Het kind heeft recht op informatie.

Het mag dus alles weten wat nodig is om een mening over iets te hebben.

Het kind mag zelf kiezen op welke manier hij zijn mening of zij haar mening aan anderen wil geven, bijvoorbeeld: door te spreken, door te schrijven of door kunst.

Alleen wanneer het kind door zijn mening te geven iemand anders zijn rechten afneemt, mag het dat niet doen.

 


 

Artikel 14 Een kind heeft het recht om ideeën te hebben over de mens en de wereld.

Het mag in iets geloven en aanvoelen wat goed en kwaad is.

Elk kind heeft recht op een godsdienst.

De ouders zullen de kinderen hierbij helpen.

 

Artikel 15 Elk kind heeft het recht om met anderen samen te komen of een clubje op te richten.

Maar dit mag niet als je het op een manier doet waardoor je iemand anders zijn rechten afneemt.

 

Artikel 16 Niemand mag zich zonder goede reden bemoeien met het leven van een kind.

Zo mag niemand zonder toestemming bij het kind alleen thuis komen, zijn brieven lezen of slechte dingen over een kind vertellen.

 

Artikel 17 Door de kranten, de radio, de tv en het internet moet een kind kunnen te weten komen wat belangrijk voor hem is.
Volwassenen moeten ervoor zorgen dat kinderen niet naar zaken kijken of luisteren die niet geschikt voor hen zijn. Kinderen moeten kunnen lezen in kinderboeken.
Er moeten ook boeken en programma’s op radio en tv zijn voor de kinderen die een andere taal spreken of van een ander land komen.

 

Artikel 18 De ouders helpen het kind op te groeien.
Zowel de vader als de moeder doen dit. Als de ouders dit niet kunnen, zullen ze hierbij geholpen worden of zal iemand anders dit in hun plaats doen.
Op de uren dat ouders niet voor hun kinderen kunnen zorgen omdat ze werken, moeten de kinderen naar een kinderopvang kunnen.

 

Artikel 19 Niemand mag kinderen slecht behandelen.

Er moet voor gezorgd worden dat een kind niet gepest of geslagen wordt, ook niet door de ouders.

Een kind moet altijd verzorgd worden als dat nodig is.

Kinderen moeten altijd beschermd worden tegen mishandeling.

 

Artikel 20 Een kind dat niet bij zijn eigen ouders kan blijven, moet geplaatst worden bij een ander gezin of in speciaal tehuis bij andere kinderen.

Dat kind zit dan beter bij mensen die rekening houden met zijn taal, godsdienst en het land waaruit het komt.

 

 

Artikel 21 Een kind dat echt nooit meer bij zijn eigen ouders terug kan, krijgt nieuwe ouders.

Zoiets heet adoptie.

Zoiets kan enkel gebeuren met de toestemming van de rechter.

Voor kinderen bij wie adoptie in eigen land niet kan, worden nieuwe ouders in een ander land gezocht.

Adoptie gebeurt alleen als het leven van het kind er beter van wordt.


 

 

Artikel 22 Soms vluchten kinderen weg uit hun land.

Omdat er bijvoorbeeld geen eten is of er een oorlog is.

Die kinderen moeten speciaal geholpen worden, ook om hun familie terug te vinden.

 

Artikel 23 Een gehandicapt kind moet extra verzorgd worden.

Het moet kunnen meedoen met andere kinderen.

Het moet de kans krijgen om alles zelf te doen.
Als het volwassen is, moet het zoveel mogelijk kunnen wat een niet-gehandicapt kind kan.

De ouders van een gehandicapt kind moeten speciale hulp krijgen om hun kind te verzorgen.

 

Artikel 24 Elk kind heeft het recht om gezond te zijn.

Alles wat slecht is voor de gezondheid van een kind moet verboden worden.
Ouders moeten hun kinderen beschermen tegen ziektes en ongevallen.

Als een kind ziek is, moet het door een dokter behandeld worden.

Zwangere vrouwen en pasgeboren baby’s moeten speciale zorg krijgen.

Er moeten zo weinig mogelijk baby’s en kinderen sterven.

Alle kinderen over de hele wereld moeten drinkbaar water hebben en niemand mag honger lijden.

Kinderen mogen geen gevaar lopen door de milieuvervuiling.

Volwassenen en kinderen krijgen informatie over hoe de gezondheid van kinderen kan worden verbeterd.

 

Artikel 25 Een kind dat niet bij zijn ouders woont, moet goed behandeld worden. Dat moet men regelmatig controleren.

 

Artikel 26 Een kind mag niet in armoede leven.

Ouders die geld tekort hebben, moeten worden geholpen.

 

Artikel 27 Elk kind moet voldoende kansen krijgen om goed op te groeien. Als ouders het moeilijk hebben om aan gezonde voeding, genoeg kleding of een goed huis te komen, zullen ze geholpen worden.

 

Artikel 28 Elk kind heeft het recht om naar school te gaan.
Kinderen moeten, tot ze een bepaalde leeftijd hebben, verplicht worden om naar school te gaan.

Alle kinderen op school moeten evenveel kansen krijgen.

Kinderen die jonger dan twaalf jaar zijn, moeten gratis naar school kunnen. Kinderen moeten zolang mogelijk naar school kunnen gaan.

Ouders en kinderen moeten geleerd worden welke soorten scholen er bestaan.

Kinderen moeten zich op school goed voelen.

 

Artikel 29 Een kind moet op school van alles kunnen leren en doen.

Het moet getoond worden wat het goed kan. Op school moet geleerd worden over de rechten van de mens.

Elk kind moet geleerd worden om respect te hebben voor mensen met een andere taal of uit een ander land.

Een kind moet weten dat iedereen op de wereld gelijk is.

Elk kind moet geleerd worden eerbied te hebben voor de natuur.

De school moet het kind voorbereiden op het leven als volwassene.

 

Artikel 30 Een kind uit een ander land mag niet verboden worden om zijn taal te spreken.

Hij mag samenkomen met andere mensen van dat land en zijn eigen gewoontes en godsdienst hebben.

 

Artikel 31 Elk kind heeft recht op rust en vrije tijd.  
Iedereen mag spelen, sporten en met kunst bezig zijn.

 

Artikel 32 Kinderen mogen geen zwaar werk doen.

Niemand mag gevaarlijk of ongezond werk doen.

Jonge kinderen mogen niet de hele dag werken om geld te verdienen.

 

Artikel 33 Kinderen moeten beschermd worden tegen het gebruik van drugs.

Ze mogen ze niet kopen of verkopen.

Kinderen mogen geen drugs maken.

Kinderen mogen niet zien hoe volwassenen drugs gebruiken.

 

Artikel 34 Niemand mag een kind gebruiken voor seks.

Zelfs foto’s en films van blote kinderen zijn verboden.

 

Artikel 35 Volwassenen moeten opletten dat kinderen niet ontvoerd of verkocht worden.

 

Artikel 36 Volwassenen moeten ervoor zorgen dat een kind niet verplicht wordt om iets te doen dat schadelijk is voor hem of haar.

 

Artikel 37 Kinderen die opgesloten worden omdat ze iets verkeerd gedaan hebben, mogen nooit bij volwassenen in een gevangenis zitten.

Kinderen kunnen nooit de doodstraf of een levenslange gevangenisstraf krijgen.

Kinderen mogen nooit gemarteld worden.

Opsluiting kan pas als het echt niet anders kan.

Opgesloten kinderen mogen niet slecht behandeld worden.

Ze mogen hun ouders zien en moeten hulp krijgen van iemand.
De rechter en de mensen van de politie of van de gevangenis moeten steeds alle regels volgen.

 

Artikel 38 Geen enkel kind, dat jonger is dan 15 jaar, mag in het leger om te vechten in een oorlog.

Kinderen die wonen in een land waar het oorlog is, krijgen extra bescherming en verzorging.

                                     

Artikel 39 Alle kinderen die slecht behandeld geweest zijn, of bij wie iets heel ergs gebeurd is, moeten speciale hulp krijgen.

 

Artikel 40 Een kind dat verdacht wordt van een misdaad moet goed behandeld worden.

Er moet een bewijs zijn dat het kind iets deed tegen de regels.

Het kind moet door een advocaat verdedigd worden.

Als opsluiting niet echt nodig is, mag dit niet gebeuren.                        

 

Artikel 41 Als de wetten van het land de kinderen nog meer rechten geeft dan dit Verdrag, dan tellen die wetten eerst.

 

Artikel 42 Volwassenen moeten de kinderrechten zoveel mogelijk bekendmaken bij kinderen en volwassenen.

 

Artikel 43 In elk land wordt een groep mensen gezocht die veel over kinderen en hun rechten weten.

Deze specialisten zullen erover zorgen dat er eerbied voor de kinderrechten is.
Die specialisten uit alle landen komen regelmatig samen.

Die groep heet het ‘Comité voor de Rechten van het Kind’.

Die lezen alle teksten die de landen opsturen en geven daarover een mening.

 

Artikel 44 De ministers moeten teksten schrijven waarin ze bewijzen hoe er in hun land voor de kinderrechten gewerkt wordt.

 

Artikel 45 Het is de bedoeling dat iedereen samen werkt aan de rechten van alle kinderen over de hele wereld.

 

Artikel 46 Elk land op de wereld mag het Verdrag ondertekenen.

 

Artikel 47 Binnen één land moeten alle ministers akkoord zijn om het Verdrag te ondertekenen.

 

Artikel 48 Als een nieuw land wil meedoen, moet de Verenigde Naties dat eerst goedkeuren.

 

Artikel 49 Het Verdrag geldt na een maand als het goedgekeurd is en ondertekend is.

 

Artikel 50 De ministers van een land kunnen voorstellen om een deel van het Verdrag te veranderen.

Daarover moet dan gestemd worden door de Verenigde Naties.

 

Artikel 51 Sommige ministers laten in het Verdrag opschrijven dat het in hun land moeilijk is om alle kinderrechten volledig te volgen.

Er kan dan door de Verenigde Naties beslist worden om dat land niet toe te laten om het Verdrag te ondertekenen.

 

Artikel 52 De ministers van een land kunnen per brief laten weten aan de Verenigde Naties dat ze niet meer meedoen met het Verdrag.

 

Artikel 53 Alle ondertekende kopieën van het Verdrag worden bijgehouden door de baas van de Verenigde Naties.

 

Artikel 54 Het eerste Verdrag wordt bewaard door de directeur van de Verenigde Naties.

 

 


 

Welke mensen helpen Unicef?

 

 

Unicef heeft verschillende mensen die hen helpen, die mensen worden ook wel ambassadeurs genoemd.

 

Dit zijn een aantal ambassadeurs die Unicef wereldwijd steunen:

De zangers:

1.     Robbie Williams

2.     Julio Iglesias

3.     Youssouf N'dour

 

De acteurs:

1.     Nicole Kidman

2.     Roger Moore

3.     Mia Farrow

4.     Susan Sarandon

 

De sporters:

1.     Johan Olaf Koss

2.     Georgge Weas

 

Ongeveer 20 beroemdheden hebben zich verbonden aan Unicef om met hun bekendheid het werk van Unicef onder de aandacht te brengen.

 

Dit zijn een aantal ambassadeurs, die Unicef in hun eigen land steunen:

 

De actrices:

1.     Nicole Kidman voor Australië

2.     Sarah Jessica Parker voor de V.S.

 

De zangers:

1.     Helmut Lotti voor België

2.     Robbie Williams voor Groot-Brittannië

 

De sporter:

1.     Pedro Delgado voor Spanje

 

Ook Nederland heeft een aantal ambassadeurs, dat zijn:

1.     Sipke Jan Bousema

2.     Rintje Ritsma

3.     Trijntje Oosterhuis

4.     Paul van Vliet

5.     Monique van der Ven

 

 

 

 

Unicef krijgt geen geld van de V.N., maar van de rijke landen en van de ontwikkellingslanden zelf.

Maar dat is niet genoeg daarom moeten er actie's worden gehouden.

Onder andere op scholen, door bijvoorbeeld sponsorlopen te houden.

Unicef verdient zelf geld door wenskaarten, t-shirts en speelgoed te verkopen.

Al die dingen worden verkocht door 4000 vrijwilliggers.

Unicef krijgt ook veel geld door giften van donateurs.

 

 

 

 

Unicef geeft met dat geld hulp. Ze geven onder andere geld aan:

 

o      Een pomp waar 250 mensen water kunnen halen kost: €136.13

o      Eén kind inenten tegen 6 kinderziektes (inetingsstof en spuiten): €13.61

o      Potloden en puntenslijpers voor 40 leerlingen: €1.36

o      Een tent voor 8 personen: €193.86

o      Drie vitamine A-pillen om een kind een jaar te beschermen tegen oogziekte: €0.07

 

 

 

Ik vond het leuk om mijn spreekbeurt over Unicef te doen.

Ik heb er veel van geleerd. Ik hoop U ook.

Ik had niet gedacht dat Unicef zoveel mensen had die hen helpen.

  

Ik heb voor mijn spreekbeurt de volgende bronnen gebruikt.

 

Op internet de volgende site's:

www.unicef.nl

www.kidsunited.nl

www.google.nl

 

De volgende boeken:

Unicef         geschreven door: Ineke Evenblij (junior informatie)

Op de bres voor Kinderrechten gemaakt door: UNICEF

UNICEF      geschreven door: Katherine Prior

 

Ik heb ook nog een pakket geleend uit de bibiotheek dat heet: UNICEF

 

 




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl