Deze spreekbeurt werd gemaakt door Arjan Vink, 11 jaar.

 

Beste klasgenoten,

ik doe mijn spreekbeurt over vissen.

 

Ik ga het meeste vertellen over vissen als sport. Maar ik ga het eerst hebben over de vis als dier. Daarna over vissen als sport.

 

Er zijn 2 soorten vissen.

Namelijk roofvissen en overige vissen.

 

Roofvissen.

 

Er zijn veel soorten Roofvissen.

Zoals: Haaien, Piranha’s Steuren, Snoeken en Baarzen.

Deze vissen zijn vleeseters. Ze jagen dus op kleine visjes.

Deze vissen hebben dus tanden. Deze tanden staan naar binnen gebogen. De tanden zijn dus een soort weerhaken.

Een vis met tanden is dus haast altijd een roofvis.

Overigens eten deze vissen ook gerust een kadaver van een dood dier, maar ook van een groot levend dier dat in het water terecht komt zijn de vissen niet vies, denk maar aan de haai of de Piranha

 

Overige vissen.

 

Overige vissen hebben dus meestal geen tanden. De grotere vissen hebben vaak wel kiezen. Denk maar aan de karper. Hij eet bijvoorbeeld ook afgevallen noten en vermaalt deze met zijn kiezen. Er zijn ook best veel overige vissen.

Zoals: Walvis, Karper, Voorn, en Brasem

 

 

Naast de roofvissen en overige vissen kennen we ook de zoet en zoutwater vissen.

 

Zoutwater vissen.

 

In de zoutwatervissen kennen we ook de roof en de overige vissen.

In de zoutwatervissen kennen we ook nog de rond en de platvissen. Het verschil tussen die twee is erg makkelijk want een rondvis is niet plat en een platvis is niet rond.

Enkele zoutwater rond vissen zijn: Kabeljauw, Wijting, Haring, Makreel en Geep.

Enkele Zoutwater plat vissen zijn: Schol, Schar, Tong en Tarbot

De meeste zoutwatervissen kunnen niet in zoetwater leven en de meeste zoetwatervissen leven niet lang in zoutwater.

Er zijn maar enkele soorten vissen die in zout en zoetwater kunnen leven. Dat zijn onder andere de zalm, de forel en de paling of aal. Ze trekken in de paartijd naar het zoetwater. Het water waar ze geboren zijn. Als ze daar naar toe gaan leggen ze meer dan 50 km in ongeveer 100 uur af en zwemmen aan één stuk door. Als ze bij hun geboortewater aankomen trekken de zalmen en forellen niet zo snel meer. Ze hebben tijd nodig om aan het zoete water te wennen.

 

Zoetwater vissen

 

Zoetwater vissen komen in bijna alle rivieren, kanalen, beken, sloten en meren voor.

In zoet water komen zowel roof als overige vissen voor.

Enkele zoetwater roofvissen zijn Snoek, Snoekbaars, Baars, Meerval en Kopvoorn

Enkele overige zoetwater vissen zijn: Bliek, Karper, Voorn, Brasem en Zeelt.

 

Er zijn grote en kleine vissen

De grootste vis op aarde is de Blauwe Vinvis, hij kan wel 120 meter lang worden de kleinste vis die ooit gevangen is was 7mm lang toen hij al volwassen was.

 

Ik wil nu verder gaan met het sportvissen

 

Vissen is makkelijk en leuk.

Je hebt geen dure spullen nodig om vis te vangen.

Wat je wel nodig hebt is geduld.

 

Welke hengel het beste is, hangt er helemaal vanaf op welke plaats je vist en wat voor soort vis je wilt vangen.

 

Je hebt 2 soorten vissporten, namelijk zeevissport en binnenvissport.

 

Eerst de zeevissport

 

Zeevissen kun je op 2 manieren doen, vanaf een boot of vanaf het strand

Meestal vissen zeevissers vanaf een boot

Ze vissen terwijl de boot vaart, dit heet sleepvissen vanaf een boot, het aas wordt door het water gesleept zodat het de aandacht van de vissen trekt.

Vissers die vanaf een boot vissen, vissen meestal op Rondvis

Vissen vanaf een boot is leuker dan vissen vanaf het strand.Want vanaf een boot vang je meestal meer dan vanaf het strand. Vissen op een boot is wel moeilijker, want als je een vis aan boord moet krijgen moet je meer moeite doen dan op het strand, want daar kun je de vis zo naar je toe slepen om hem uit het water te halen.

Meestal wordt bij het bootvissen een stukje vlees of vis of soms een visje gebruikt als aas.

 

Strandvissen

 

Het strandvissen is niet moeilijk, je moet echter wel weten hoe het moet, strandvissen doe je eigenlijk op de bodem, daarvoor heb je zeelood nodig, als je vanaf het strand vist, kun je platvis vangen, maar ook een rondvis is soms goed te vangen

Zeevissen doe je altijd met een werphengel

Als aas worden meestal zeepieren of zagers gebruikt.

 

Binnenvissport

 

Binnenvissport kun je ook op 2 manieren doen, vanaf een boot en vanaf de kant.

Vanaf een boot kun je allerlei vissen vangen

De meeste binnenvissers vanaf een boot vissen meestal met kunstaas, zoals blinkers, nepvisjes, nepvliegen en spinners

Meestal vissen ze dan op roofvissen.

Maar ze vissen ook wel eens met een bootje op de overige vissen, ze liggen dan meestal stil te drijven op een vaste plaats.

De meeste vissers vissen vanaf de kant en vissen dan met de vaste hengel. Je hebt ook vissers die met vaste hengel en werphengel vissen. Die vissers kunnen vaak heel veel vangen op één dag.

Maar vissers die met een vaste hangel vissen vangen soms ook erg veel. Met de vaste hengel kun je heel veel soorten vis vangen.

Als je met de vaste hengel vist, vis je altijd met een dobber.

Vaste hengels zijn soms heel erg lang. Soms zijn ze wel 15 meter. Met een vaste hengel vis je op vissen tot ongeveer 45 cm

Met een werphengel kun je op allerlei vissen, vissen

Meestal vis je met een werphengel op grotere vissen

Bijvoorbeeld brasem, karper, snoek of snoekbaars

Het is dus belangrijk dat je de juiste hengel gebruikt om een bepaalde vissoort te vangen.

Je moet natuurlijk niet met een karperhengel gaan vissen als je voorn wilt vangen. Of een vaste hengel gaan gebruiken als je wilt gaan snoeken. Als je een hengel te duur vindt kun je ook zelf een hengel maken van een wilgentak.

Je hengel is heel sterk, maar wat voor draad heb je er op staan? Als je niet zulke sterke draad hebt en je krijgt per ongeluk een grote vis beet? Dan kan je wel dag zeggen tegen je lijntje.

Het is wel sportiever tegenover de vissen als je een niet al te dikke lijn gebruikt, zo geef je de vis ook een kans.

Als je pas begint met vissen is het beter dat je er sterke draad op hebt staan.

 

 Het aas

 

Kinderen die veel van vissen weten, weten ook welk voer je het beste kunt gebruiken voor de vis die wilt je wilt vangen.

Karper, brasem en voorn willen wel eens in een worm bijten.

Ook met maïs, gekookte aardappelen, stukjes kaas en gekookte macaroni kun je ze regelmatig vangen.

Je kunt ook deeg maken van brood, kaas, honing en water en daar kleine bolletjes van rollen.

Als je maden koopt bij de visspeciaalzaak kun je er heel goed mee op baars vissen. Ook voorn wil nog wel eens toehappen.

Krijg je de maden niet in een dag op, kun je ze in een maden doosje in een plastic zakje in de koelkast bewaren.

Maar plak het zakje wel goed dicht, want als de maden vrijkomen en je moeder ziet ze, dan kun je nog wel eens een straf krijgen.

 

Dobbers, Lood en Korven.

 

Het is belangrijk met wat voor dobber je vist.

Een pendobber is gemakkelijk met vissen bij stilstaand water en voor vissen die niet zo groot zijn.

Op (snel)stromende rivieren kun je beter dobbers gebruiken die de vorm van een druppel of een peer hebben.

Meestal zijn dat lange dobbers. Ze drijven niet snel weg en blijven meestal stil liggen. Bij het vissen op grote vissen heb je een grote dobber nodig of je doet het met korfje of bodemlood. Als je met korf of bodemlood vist heb je geen dobber nodig. De lijn van je hengel moet strak staan, anders zie je niet dat je beet hebt. Als de punt van de hengel beweegt zit er een vis van het aas te eten. Als de punt van de hengel helemaal krom gaat staan dan heb je beet. Pas op dat je niet lang van je hengel wegblijft, want anders kan hij het water in worden getrokken. Als je gewaarschuwd wil worden, kun je een belletje kopen bij de viswinkel. Of als je het professioneler wilt aanpakken kun je ook piepers kopen. Dat zijn apparaten die gaan piepen als je beet hebt. Piepers zijn eigenlijk voor het nachtvissen. Ze wekken je zelfs uit je slaap. Je kunt ze ook op andere tonen zetten.

 

Dit is het einde van mijn spreekbeurt.




Privacy Copyright Spreekbeurtenstartpagina.nl